Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:575

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-08-2016
Datum publicatie
05-09-2016
Zaaknummer
B.B. nr. 493 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Achterstallige huur. Verrekening. artikel 63a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 24 augustus 2016

Behorend bij B.B. nr. 493 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: Eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba,

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 11 mei 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 7 juni 2016. Eiseres en Gedaagde zijn toen verschenen bij hun gemachtigden. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd (Gedaagde mede aan de hand van nader door hem overgelegde toegelaten producties), en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Eiseres vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-Gedaagde veroordeelt om aan Eiseres te betalen Afl. 4.350,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 30 september 2015 en met overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten;

-in de proceskosten.

2.2

Gedaagde erkent de vordering en voert verweer tegen de verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en administratieve kosten. Gedaagde verzoekt het Gerecht om hem verlof te verlenen tot kosteloos procederen.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat Gedaagde niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan hem zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.

3.3

Uit rechtsoverweging 2.5 van het tussenvonnis volgt dat Gedaagde bij dit eindvonnis zal worden veroordeeld tot betaling aan Eiseres van het door haar in gevorderde bedrag Afl. 4.200,-, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 30 september 2015. Partijen hebben ter zitting kenbaar gemaakt dat de door Gedaagde betaalde borgsom na aftrek van Afl. 300,-- aan overeengekomen kostenvergoeding voor verfwerkzaamheden (Afl. 1.400,-- minus Afl. 300,-- is Afl. 1.100,--) zal worden verrekend met het toe te wijzen bedrag aan achterstallige huur (Afl. 4.200,-- minus Afl. 1.100,-- is Afl. 3.100,--). Het Gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.

3.4

Gesteld nog gebleken is dat partijen betaling van kosten voor verkrijging van voldoening buiten rechte zijn overeengekomen. Evenmin heeft Eiseres gesteld dat zij schade heeft geleden in de vorm van niet in de proceskostenveroordeling begrepen kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Daar komt bij dat met de enkele aan gedaagde gerichte aanmaning gemoeid gaande werkzaamheden, waarvan vergoeding wordt gevorderd, zijn aan te merken als verrichtingen ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Dat Eiseres er voor heeft gekozen om die aanmaning per deurwaardersexploot aan Gedaagde te laten betekenen maakt dat niet anders.

Ook is niet gebleken op grond waarvan Gedaagde de verzochte vergoeding voor administratieve kosten ad Afl. 50,-- dient te betalen aan Eiseres. Een en ander brengt met zich dat de vordering met betrekking tot buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen.

3.5

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan griffierecht en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 2, ad Afl. 250,-- per punt). Hierbij wordt nog overwogen dat

het per 1 augustus 2016 in werking getreden “nieuwe” Procesreglement (en het daarin neergelegde herziene liquidatietarief) buiten toepassing blijft, omdat deze zaak ten tijde van die inwerkingtreding reeds voor (wijzen van) vonnis stond, zodat geen sprake is van verdere behandeling van een reeds aanhangige zaak in de zin van artikel 138 van dat Procesreglement.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-veroordeelt Gedaagde (na verrekening van voormeld restant van de borgsom) om aan Eiseres te betalen Afl. 3.100,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 30 september 2015 tot de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Gedaagde in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan griffierechten en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

-verleent aan Gedaagde verlof tot kosteloos procederen;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.