Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:542

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-08-2016
Datum publicatie
02-09-2016
Zaaknummer
A.R. 542 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Tussenvonnis. Geen sprake kan zijn van ‘eigendom’ van het kentekennummer maar hooguit van de nummerplaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 24 augustus 2016

Behorend bij A.R. 542 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ARUBA HANDELSMAATSCHAPPIJ N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: ATC,

gemachtigde: de advocaat mr. L.J. Pieters,

tegen:

Gedaagde,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 mei 2016;

- de fax van 24 juni 2016 waarbij ATC te kennen geeft af te zien van bewijslevering.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

2.1

In het tussenvonnis is ATC opgedragen te bewijzen dat door Gedaagde in de periode van veertien dagen vóór 16 maart 2015 tijdens onderhandelingen over een schikking kenbaar is gemaakt dat zij op de hoogte was van de verplichting om op grond van het vonnis van 5 juni 2013 medewerking te verlenen aan het op naam van ATC registreren van de nummerplaat [A...].

2.2

ATC heeft afgezien van bewijslevering. Dat brengt met zich mee dat Gedaagde ontvankelijk is in haar verzet.

3 DE VASTSTAANDE FEITEN

3.1

ATC exploiteert al geruime tijd een onderneming in Aruba. In 1928 heeft zij voor haar bedrijfsvoertuigen kentekennummers aangevraagd en gekregen. Het betreft de opeenvolgende nummers [A…] tot en met [A…]. Deze nummers zijn in de loop van de tijd steeds aan (vervangende) bedrijfsvoertuigen van ATC gekoppeld geweest.

3.2

Gedaagde is weduwe van de heer [X]. [X] was in dienst van ATC, laatst als sales manager. Voor de uitoefening van zijn functie maar ook privé gebruikte hij een bedrijfsauto; [X] reed dus, kort gezegd, in een ‘auto van de zaak’.

3.3

In de jaren ’90 van de vorige eeuw heeft de directie van ATC besloten dat ATC geen bedrijfsauto’s meer aan werknemers beschikbaar zou stellen. Enige tijd daarna is de tenaamstelling van het kentekennummer [A...] met haar toestemming gewijzigd van ATC in [X]. [X] ontving wel een autokostenvergoeding, de verzekering en de motorrijtuigenbelasting werden door ATC betaald.

3.4 [

[X] is op 1 maart 2012 overleden. Nadien heeft Gedaagde de tenaamstelling van het kenteken doen wijzigen van [X] op haar naam.

4 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

4.1

ATC vordert: “Gedaagde te bevelen tot overdracht van alle rechten aan eiseres terzake nummerplaat [A...] binnen tien (10) dagen na betekening van het (…) vonnis, en om alle redelijke medewerking aan eiseres te verlenen om het ertoe te laten leiden dat de betreffende nummerplaat wederom op naam van eiseres geregistreerd wordt” met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten.

4.2

ATC grondt de vordering erop dat zij “de betreffende nummerplaat” in bruikleen aan [X] heeft verschaft en zij zelf nu weer over het nummer wil beschikken.

4.3

Gedaagde voert hiertegen (alsnog) verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van ATC in de proceskosten.

5 DE BEOORDELING

5.1

Met toepassing van het bepaalde in artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wijst het gerecht partijen ambtshalve op het volgende.

5.2

Ingevolge artikel 17 van de Landsverordening Wegverkeer is het verboden een motorvoertuig op een weg te laten staan of daarmee over een weg te rijden, tenzij overeenkomstig bij regeling van de Minister te stellen voorschriften op of aan dat motorvoertuig behoorlijk zichtbaar aangebracht is een kenteken in de vorm van een of meer kentekenplaten, houdende de unieke letter- of letter- en cijfercombinatie die met het oog op de identificeerbaarheid van dat motorvoertuig in het verkeer is vermeld op het voor dat motorvoertuig aan de eigenaar of houder ervan afgegeven kentekenbewijs.

5.3

Ingevolge artikel 19 van de Landsverordening Wegverkeer wordt bij motorvoertuigen waarvoor kentekenplaten zijn afgegeven als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Motorrijtuig- en motorboot-belastingverordening (AB 1988 no. GT 23), behoudens tegenbewijs, als eigenaar van dat motorvoertuig beschouwd de persoon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van die landsverordening.

5.4

Ingevolge artikel 9 van de Motorijtuig- en motorbootbelastingverordening wordt als bewijs van de betaling der belasting door de ontvanger aan de belanghebbende een ontvangstbewijs afgegeven. De ontvanger houdt in zijn administratie aantekening van de gedane betaling, met vermelding van de naam en het adres van degene, door wie of te wiens name betaald wordt en het nummer van de afgegeven kentekenplaten.

5.5

Ingevolge artikel 10 van de Motorijtuig- en motorbootbelastingverordening dient ten behoeve van het toezicht op de naleving van de bepalingen van de verordening, ieder motorrijtuig, dat zich op de openbare weg bevindt, en iedere motorboot, die zich in openbaar water bevindt, te zijn voorzien van de door de ontvanger na betaling van de belasting afgegeven kentekenplaten. Volgens artikel 11 wordt zo mogelijk door de ontvanger dezelfde lettercombinatie of dezelfde letter- en cijfercombinatie, als in het afgelopen jaar door de houder is gevoerd, afgegeven. De kentekenplaten worden slechts uitgegeven, voor zover de ontvanger de bewijzen worden geleverd, dat aan de wettelijke belastingbepalingen ten opzichte van het motorrijtuig of de motorboot, waarvoor zij bestemd zijn, is voldaan, aldus artikel 13 van de verordening.

5.6

Ingevolge artikel 18 van de Motorijtuig- en motorbootbelastingverordening dient hij die een motorrijtuig of motorboot, waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, vervangt door een ander motorrijtuig of een andere motorboot, het hem uitgereikte ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 9, eerste lid, ter wijziging aan de ontvanger aan te bieden. Nadat van de vervanging in de administratie van de ontvanger aantekening is gehouden, wordt het overeenkomstig de gewijzigde omstandigheden veranderde ontvangstbewijs aan de rechthebbende teruggegeven. Nadat aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan, kunnen de voor het vervangen motorrijtuig of de vervangen motorboot uitgegeven kentekenplaten op het in gebruik te nemen motorrijtuig of de in gebruik te nemen motorboot worden overgebracht. Hij die een motorrijtuig of motorboot, waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, van een ander overneemt, is verplicht, indien het ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 9, eerste lid, mede wordt overgenomen, dit ten kantore van de ontvanger te doen wijzigen en zich op de openbare weg of een openbaar water van de voor het motorrijtuig of de motorboot uitgegeven kentekenplaten te bedienen, aldus nog artikel 19 van die verordening.

5.7

Artikel 3 van de Regeling kentekens motorvoertuigen bepaalt dat, totdat een kentekenregistratie in de zin van artikel 17 van de Landsverordening wegverkeer wordt gevoerd, een ingevolge de Landsverordening motorrijtuig- en motorbootbelasting (AB 1988 no. GT 23) afgegeven kentekenplaat gelijkgesteld wordt met een kenteken in de zin van artikel 17, eerste lid, van de Landsverordening wegverkeer. Het bewijs van betaling van de belasting voor motorrijtuigen voor een bepaald belastingjaar wordt in het desbetreffende jaar gelijkgesteld met het kentekenbewijs, bedoeld in artikel 17, eerste lid.

5.8

Uit het voorgaande vloeit, kort gezegd, voort dat de eigenaar of gebruiker van een motorrijtuig aan de belastingdienst kan verzoeken om toekenning van een kenteken, dat tot bewijs kan strekken van het feit dat hij wegenbelasting heeft betaald en gerechtigd is om met het motorrijtuig van de openbare weg gebruik te maken. Dat kenteken dient ook tot identificatie van het motorvoertuig in het verkeer.

5.9

Uit het voorgaande vloeit naar het gerecht voorshands van oordeel is voort, dat geen sprake kan zijn van “eigendom” van het kentekennummer; hooguit van de nummerplaat, maar daar gaat het ATC niet om. ATC heeft niet enige met het kentekennummer samenhangende beschikkingsmacht. Van een bruikleenovereenkomst met betrekking tot dat kentekennummer kan naar voorlopig oordeel van het gerecht daarom geen sprake zijn.
Daaraan doet niet af dat zo mogelijk door de belastingdienst dezelfde lettercombinatie of dezelfde letter- en cijfercombinatie, als in het afgelopen jaar door de kentekenhouder is gevoerd, wordt afgegeven, noch dat hij die een motorrijtuig of motorboot, waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, vervangt door een ander motorrijtuig of een andere motorboot, het hem uitgereikte ontvangstbewijs van betaling van belasting ter wijziging aan de belastingdienst kan aanbieden en, nadat van de vervanging in de administratie van de belastingdienst aantekening is gehouden, het overeenkomstig de gewijzigde omstandigheden veranderde ontvangstbewijs aan de kentekenhouder wordt teruggegeven en die de voor het vervangen motorrijtuig of de vervangen motorboot uitgegeven kentekenplaten op het in gebruik te nemen motorrijtuig of de in gebruik te nemen motorboot mag overbrengen.
Daaraan doet evenmin af dat uit het systeem voortvloeit dat de tenaamstelling van een kenteken met een laag nummer en de mogelijkheid voor de kentekenhouder om voorwaarden te stellen aan medewerking van wijziging van tenaamstelling van dat nummer op een ander, economische waarde kan hebben in die zin, dat personen of bedrijven bereid zijn geld te betalen voor de medewerking van wijziging van de tenaamstelling door de belastingdienst.

5.10

De vordering ontbeert daarom naar voorlopig oordeel van het gerecht een juridische grondslag.

5.11

Nu het gerecht deze uitgangspunten ambtshalve heeft bijgebracht zal het partijen in de gelegenheid stellen zich daarover uit te laten. ATC mag dat als eerste doen. De zaak wordt daarvoor naar de rol verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verwijst de zaak naar de rol van 5 oktober 2016 voor conclusie na tussenvonnis zijdens ATC P1;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.