Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:530

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
01-09-2016
Zaaknummer
E.J. no. 136 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

CIV - EJ - arbeid - doorbetaling loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2552

Uitspraak

Beschikking van 23 augustus 2016

Behorend bij E.J. no. 136 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

[verzoekster],

wonende in Aruba,

verzoekster,

hierna ook te noemen: [verzoekster],

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

tegen:

de naamloze vennootschap

TIARA AIR N.V.,

h.o.d.n. TIARA AIR ARUBA,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Tiara,

gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 12 april 2016.

1.2

Uit die aantekeningen blijkt dat [verzoekster] samen met haar gemachtigde ter zitting is verschenen. Tiara is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. R. Verwoerd (manager personeelszaken bij Tiara). [verzoekster] heeft ter zitting gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift, en dat onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten producties. Vervolgens heeft Tiara gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te nog te reageren op de reactie van [verzoekster], zulks eveneens onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten producties. Alle in die pleitnota mogelijk voorkomende bevrijdende stellingen van Tiara die (in strijd met het bepaalde in artikel 18c Rv) niet reeds waren neergelegd in haar verweerschrift blijven buiten beschouwing, omdat [verzoekster] daar niet meer op heeft kunnen reageren.

1.3

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [

verzoekster] verzoekt dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

a. Tiara veroordeelt om aan [verzoekster] (door) te betalen haar loon gerekend vanaf 1 oktober 2015 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;

b. Tiara veroordeelt om aan [verzoekster] te betalen Afl. 12.299,07, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;

c. te dezen enige ander juist voorkomende beslissing neemt;

f. Tiara veroordeelt in de proceskosten.

2.2

Tiara voert verweer en concludeert dat [verzoekster] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens met daarin begrepen de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen (voor zover toegelaten) hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn geen gronden gesteld waaruit volgt dat [verzoekster] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Tiara wordt daarom verworpen

3.2

Vast staat tussen partijen het volgende.

3.2.1 [

Verzoekster] is op 11 januari 2012 krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Tiara, in de functie van “licensed flight dispatcher”, laatstelijk tegen een bruto maandloon van Afl. 4.000,--. Als licensed flight dispatcher (hierna: dispatcher) is [verzoekster] samen met de kapitein van een vliegtuig verantwoordelijk voor het in overeenstemming met daartoe geldende regelgeving veilig kunnen verlopen van een vlucht, onder meer ten aanzien van de berekening van de benodigde hoeveel in een vliegtuig te pompen brandstof en het maximaal toelaatbare gewicht van de in een vliegtuig te laden bagage.

3.2.2 [

Verzoekster] is op 30 september 2013 als gevolg van een onverwachte medische omstandigheid arbeidsongeschikt verklaard door de SVB-artsen. Uiteindelijk (en achteraf bezien) is [verzoekster] door die artsen voor de maximale aaneensluitende periode van twee jaren arbeidsongeschiktheid verklaard.

3.2.3

De aan Tiara gerichte brief van de SVB van 1 september 2015 vermeldt onder meer het volgende:

(…).

Zoals ik u telefonisch heb geïnformeerd heeft de SVb arts een verzoek bij mij ingediend om mevrouw [verzoekster] boven de sterkte haar eigen werk te laten uitproberen aangezien wij over geen apparatuur beschikken om cognitieve beperkingen te kunnen vaststellen. Verzekerde is sinds 30 september 2013 arbeidsongeschikt voor haar werk als weight & balance medewerker en is momenteel belastbaar voor halve dagen werken.

Het plan is om verzekerde gedurende 2 weken voor halve dagen met het eigen werk op basis van arbeidstherapie (zie bijlage) te belasten zodat wij informatie van u kunnen verkrijgen of zij de berekeningen goed heeft gedaan en naar tevredenheid heeft gefunctioneerd. Afhankelijk van de feedback zal het verloop van haar re-integratie vastgesteld kunnen worden.

Ik verzoek u vriendelijk om de mogelijkheid voor deze aanpassing voor verzekerde te willen beoordelen. Verzekerde heeft momenteel geen vervolgafspraak bij ons omdat haar ziektemeldingskaart per 30 september 2015 zal expireren. Graag zou ik binnen een week uw antwoord willen ontvangen.

(…).”.

3.2.4

Op 16 september 2015 heeft Tiara aan [verzoekster] te kennen gegeven dat Tiara niet zal meewerken aan voormeld door de SVB aan Tiara voorgesteld plan om het verloop van de re-integratie van [verzoekster] vast te kunnen stellen.

3.2.5 [

Verzoekster] heeft bij e-mail van 19 oktober 2015 en bij rappel van 11 november 2015 Tiara te kennen gegeven dat zij het niet eens was met voormelde beslissing van Tiara en dat zij in staat en bereid is om haar werkzaamheden in overeenstemming met de instructies en het advies van de SVB (met aanspraak op betaling van haar loon) te hervatten. Tiara is daar niet op ingegaan.

3.2.6 [

Verzoekster] is na 30 september 2015 niet langer arbeidsongeschikt verklaard door de SVB, en evenmin is [verzoekster] toen arbeidsgeschikt verklaard door die instantie.

3.2.7

De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is nog onverkort geldig.

3.3

Tiara stelt in het licht van al het vorenstaande dat het vanwege veiligheidsoverwegingen niet mogelijk is om [verzoekster] haar werk te laten uitproberen, zoals voorgesteld door SVB. Volgens Tiara kan er geen enkel risico worden genomen ten aanzien van de veiligheid van passagiers en bemanningen van haar vliegtuigen, en het is daarom dat van Tiara redelijkerwijs niet gevergd kan worden om het voorstel van de SVB te volgen. Tiara ontkent dat [verzoekster] in staat is om haar werkzaamheden te hervatten, en stelt in dat verband verder dat indien geen arbeid wordt verricht er geen loon verschuldigd is.

3.4.1

Die ontkenning van Tiara mist naar het oordeel voldoende onderbouwing, waarbij heeft te gelden dat Tiara - zoals zij terecht impliciet erkent onder 5. van haar pleitnota - niet de bevoegde instantie is om tot zo’n standpunt te komen. De uit hun arbeidsovereenkomst voortvloeiende verhoudingen tussen partijen worden beheerst door de redelijkheid en de billijkheid, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in artikel 7A:1614ij BW. Naar het oordeel van het Gerecht heeft Tiara niet gehandeld als goed werkgever door niet in te gaan op het hiervoor omschreven voorstel van de SVB, teneinde de SVB in staat te stellen om te beoordelen of en in hoeverre [verzoekster] haar werkzaamheden bij Tiara weer zou kunnen uitvoeren. Gesteld noch gebleken is in dat verband dat het onmogelijk was of is voor Tiara om [verzoekster] (met oog voor de door Tiara in acht te nemen veiligheidsaspecten) onder toezicht van bijvoorbeeld één of meer collega’s het door de SVB voorgestelde arbeidstherapeutische traject (van slechts twee weken) te laten volgen om vervolgens de verdere re-integratie van [verzoekster] bij Tiara vast te kunnen leggen. Eén en ander brengt met zich dat Tiara de stelling van [verzoekster], dat zij in staat is om haar werkzaamheden conform het advies en de instructies van SVB te hervatten, onvoldoende onderbouwd heeft bestreden. Die stelling van [verzoekster] komt daarom vast te staan.

3.4.2

Nu [verzoekster], die zich jegens Tiara meermalen bereid heeft verklaard om haar werkzaamheden uit te voeren, door toedoen van Tiara haar werkzaamheden (waarvan dus niet vast is komen te staan dat [verzoekster] niet in staat is om die te verrichten) niet heeft kunnen verrichten, kan Tiara zich niet met succes beroepen op de regel van geen werk geen loon.

3.4.3

Uit vorenstaande volgt dat de vordering onder a. zal worden toegewezen. Het Gerecht ziet geen grond om in te gaan op het verzoek van Tiara om de veroordeling tot betaling van loon in termijnbetalingen te laten plaatsvinden. Evenmin ziet het Gerecht grond om de wettelijke verhoging over achterstallig loon te matigen tot nihil. Het Gerecht ziet echter in de omstandigheid dat naast de wettelijke verhoging Tiara ook zal worden veroordeeld tot betaling van wettelijke rente ambts- en billijkheidshalve aanleiding om de wettelijke verhoging gematigd vast te stellen op telkens maximaal 15%.

3.5.1

De vordering onder b. ter zake van uitbetaling van niet door [verzoekster] genoten vakantiedagen - voorzover die op de voet van het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub b van de Vakantieverordening niet vervallen zijn - zal worden afgewezen, nu krachtens artikel 10 van de Vakantieverordening Tiara alleen bij het beëindigen van de dienstbetrekking van [verzoekster] (waarvan dus geen sprake is) gehouden is om niet genoten en niet vervallen vakantiedagen in geld uit te keren aan [verzoekster].

3.5.2

De vordering onder b. ter zake van achterstallig loon over de eerste vier weken van de arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] zal worden afgewezen, nu [verzoekster] de juistheid van de bij antwoord opgeworpen stelling van Tiara - dat zij over die periode geen loon verschuldigd is aan [verzoekster] - niet nader heeft bestreden.

3.5.3

De vordering onder b. ter zake van op het loon van [verzoekster] ingehouden spaargelden ad Afl. 600,-- zal, als zijnde onbestreden, worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke verhoging zal worden afgewezen, nu het geen loon betreft. De wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, worden toegewezen als verzocht met dien verstande dat voor de ingangsdatum daarvan de datum van indiening van het verzoekschrift in aanmerking zal worden genomen nu [verzoekster] geen andere ingangsdatum heeft verzocht.

3.6

Tiara zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoekster], tot aan deze uispraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 900,-- per punt). Hierbij wordt nog overwogen dat het per 1 augustus 2016 in werking getreden “nieuwe” Procesreglement (en het daarin neergelegde herziene liquidatietarief) buiten toepassing blijft, omdat deze zaak ten tijde van die inwerkingtreding reeds voor wijzen van beschikking stond zodat geen sprake is van verdere behandeling van een reeds aanhangige zaak in de zin van artikel 138 van dat reglement.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-veroordeelt Tiara om aan [verzoekster] (door) te betalen haar loon gerekend vanaf 1 oktober 2015 totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 15% en met wettelijke rente beiden telkens gerekend vanaf de respectievelijke data waarop dat loon opeisbaar werd;

-veroordeelt Tiara om aan [verzoekster] te betalen Afl. 600 aan op haar loon ingehouden spaargeld, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 20 januari 2016;

-veroordeelt Tiara in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoekster], tot aan deze uitspraak begroot Afl. 50,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 23 augustus 2016.