Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:514

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
31-08-2016
Zaaknummer
EJ nr. 1624 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

CIV - EJ - eindbeschikking gezamenlijk gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 23 augustus 2016

Behorend bij EJ nr. 1624 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

[de vader],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna te noemen: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff,

tegen

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

Belanghebbende:

[de minderjarige], de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van 13 oktober 2015, waaruit blijkt dat de Voogdijraad is verzocht nader onderzoek te verrichten naar de sociale omstandigheden van partijen ter beantwoording van de vraag of het eerdere adviesrapport moet worden bijgesteld, alsmede of een kinderbeschermingsmaatregel geïndiceerd is. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad van 15 februari 2016;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 26 april 2016, waaruit blijkt dat partijen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd, zijn verschenen, en dat namens de Voogdijraad aanwezig was mevrouw A. Flanders.

De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Het ouderlijk gezag

2.1

Aan de orde is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige te worden belast.

2.2

Zoals in de tussenbeschikking van 3 februari 2015 reeds is overwogen, is het uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag welke gezagsvoorziening in het belang van de minderjarige wenselijk is, dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen een van de ouders met het gezag over hem blijft belast, zoals met name indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (vgl. HR 18 maart 2005, LJN AS8525).

2.3

In zijn rapport van 10 juli 2015, heeft de Voogdijraad geadviseerd om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten, nu zij een minimale vorm van communicatie hebben, en open staan voor communicatiebegeleiding. In het rapport van 15 februari 2016 staat dat de ouders (inmiddels) niet met elkaar communiceren, dat de moeder niet meer open staat voor communicatiebegeleiding, dat zij veel stress ondervindt van deze situatie en dat zij vanwege de ruzies en problemen met de vader in het verleden, geen communicatie met de vader wil. De Voogdijraad heeft daarom geadviseerd om de ouders eerst communicatiebegeleiding te laten volgen waarna geadviseerd zal worden over het gezag, omdat de minderjarige bij gezamenlijk gezag thans klem raken tussen de ouders. Over de ontwikkeling van de minderjarige zijn geen zorgen en/of bijzonderheden te noemen, zodat een kinderbeschermingsmaatregel niet noodzakelijk is.

2.4

Ter zitting is gebleken dat partijen via met name de moeder van de vader (oma vz) communiceren over de minderjarige. Beiden hebben aangegeven hiermee tevreden te zijn. Voorts is gebleken dat de vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige goed verloopt en dat beiden ouders betrokken zijn in het leven van de minderjarige. Dat de vader alleen gezamenlijk gezag wenst om de moeder te belemmeren naar Nederland te gaan, zoals de moeder heeft aangevoerd, is door de moeder onvoldoende onderbouwd en is voorts niet gebleken.

2.5

Het is het gerecht op grond van de stellingen van de moeder dan wel anderszins niet gebleken dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders in het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, dan wel dat eenhoofdig gezag van de moeder anderszins noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. Daartoe heeft de moeder haar stellingen onvoldoende geconcretiseerd en (met stukken) onderbouwd.

Daarbij neemt het gerecht in overweging dat partijen (nu nog) indirect maar genoegzaam met elkaar communiceren. Gelet op het rapport van de Voogdijraad en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, acht het gerecht partijen geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden zij in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarige is dat beide ouders worden belast met het gezag over hem.

2.6

Aan de moeder zal, gelet op het door haar overgelegde bewijs van onvermogen van 25 mei 2015, toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

2.7

Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent de moeder [de moeder], toelating om kosteloos te procederen,

bepaalt dat de vader, [de vader], voortaan gezamenlijk met de moeder het gezag over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba, zal uitoefenen,

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt,

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag, 23 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.