Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:510

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-08-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
K.G. 1686 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kort geding, arbeidsgeschil, ontslag op staande voet, post met grof taalgebruik op Facebook

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2462

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 19 augustus 2016

Behorend bij K.G. 1686 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[naam],

te Aruba,

hierna ook te noemen: E*,

gemachtigde: advocaat mr. H.G. Figaroa,

tegen:

de naamloze vennootschap

CALABAS HOTELS N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Riu,

gemachtigde: advocaat mr. L.J. Pieters,

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 13 juli 2016;

- de producties ingediend door Riu;

- de pleitnota van E*;

- de pleitnota van Riu;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 5 augustus 2016.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

E* is sedert 10 september 2007 in dienst bij Riu in de functie van waitress.

2.2

Op 8 april 2016 is E* door Riu op staande voet ontslagen. In het ontslagformulier is hiervoor vermeld, samengevat en vertaald naar het Nederlands, dat zij na een conflict met een leidinggevende op 2 april 2016 op Facebook één of meer berichten had gepost die bedreigend, beledigend, intimiderend en veel respectloze opmerkingen over collega’s en leidinggevenden bevatten. De ontslaggrond is vermeld als het uitschelden, beledigen en bedreigen van collega’s, het creëren van een slechte werksfeer, een gebrek aan integratie in de werkploeg en gebrek aan respect voor leidinggevenden.

2.3

In een uitgebreide post van E*, door haar omstreeks 2 april 2016 op Facebook geplaatst, is onder meer opgenomen:

“Een verdomde stomme Colombiaanse hoer die denkt dat ze voodoo voor mij kan doen, luister goed stommeling, als je mij schade zou willen berokkenen op het werk, dan heb ik een advies voor jou…ga naar een cursus Engels, want wat je spreekt is niet meer dan stront…Ik trek me van geen enkele kut iets aan omdat ik…kan werken waar ik wil, want in jou geval… door alle ballen die je hebt gelikt van die oudjes om een positie te verwerven, had je nooit zo’n verdomd smerige supervisor kunnen zijn…”

En in een andere post:

“Rottige stommelingen met valse tanden, je bent erg miserabel wat triest en zonde voor jou…verkeerd gebaarde smerige hoerendochters verdoemde vuile teven…”

2.4

Bij haar Facebookprofiel heeft E* vermeld dat zij werkzaam is bij Riu.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

E* vordert wedertewerkstelling, doorbetaling van loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en veroordeling van Riu tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

E* grondt de vordering erop dat uit de door haar geplaatste Facebook-berichten niet blijkt dat zij het over collega’s en/of leidinggevenden heeft en dat het enkel plaatsen van negatieve berichten over een ander geen grond oplevert voor ontslag op staande voet.

3.3

Riu heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.4

Op de standpunten van partijen zal het Gerecht, waar nodig, nader ingaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

De kern van het geschil wordt gevormd door de vraag of met voldoende mate van zekerheid de bodemrechter het door Riu gegeven ontslag op staande voet in stand zal laten. Hiertoe is noodzakelijk dat wordt vastgesteld dat sprake is van een dringende reden zoals bedoeld in art. 7A:1615o BW. Hiertoe overweegt het Gerecht het volgende.

4.2

Niet in geschil is dat E* op Facebook een aantal berichten heeft gepost waarin zeer grof taalgebruik voorkomt. Ook staat vast dat E* bij haar profiel heeft vermeld dat zij werkzaam is bij Riu. Partijen zijn het er voorts over eens dat op 2 april 2016 E* en haar leidinggevenden een meningsverschil hebben gehad. Daarover heeft die leidinggevende bij HRM een klacht ingediend.

4.3

Dat de opmerkingen van E* op Facebook (zeer) beledigend zijn, behoeft geen betoog. In dat opzicht spreken de teksten voor zich. De bij de feiten vermelde citaten zijn overigens slechts een kleine selectie van de weinig aan de verbeelding overlatende opmerkingen van E*. Die heeft zich echter verweerd met de stelling dat zij die post niet heeft gericht tegen een specifiek persoon, maar “in het algemeen” haar opmerkingen heeft gemaakt. Dat standpunt volgt het Gerecht niet.

4.4

Voor een willekeurige lezer op een betrekkelijk openbaar medium als Facebook kunnen de door E* geplaatste opmerkingen moeilijk anders worden gelezen dan dat zij die richt tegen mensen met wie zij werkt c.q. leiding aan haar geven. De opmerkingen zijn immers specifiek, namelijk gerelateerd aan de gezagsverhouding en werkomgeving waarin E* werkt. De omstandigheid dat de naam van haar collega’s en/of leidinggevende(n) niet is vermeld maakt dit niet anders.

4.5

Deze opmerkingen vallen ruim buiten de door E* bepleite vrijheid van meningsuiting, nu dat recht niet kan worden ingezet om onbelemmerd met schuttingtaal over collega’s op social media te spreken. Zo dit recht al op deze wijze kan worden uitgeoefend, behoeft van een werkgever niet te worden verwacht dat hij accepteert dat een werknemer zich op een dergelijke wijze over zijn of haar collega’s uitlaat, nu dat onmiskenbaar een sterk negatief imago van het bedrijf oproept en het bovendien een taak van een goed werkgever is om andere werknemers tegen opmerkingen zoals deze te beschermen.

4.6

Naar zijn voorlopig oordeel komt het Gerecht dan ook tot de conclusie dat E* aan Riu een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met haar onverwijld op te zeggen. Dit leidt ertoe dat haar vorderingen zullen worden afgewezen, met veroordeling van E* in de kosten van het geding.

5 DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt E* in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Riu worden begroot op Afl. 1.500,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.