Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-02-2016
Datum publicatie
22-06-2016
Zaaknummer
426 van 2015, P-2015/06927
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Strafrecht. In bezit en/of aanwezig hebben van cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans [...] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2015 en 15 januari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëneenhalf jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen cocaïne en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen zwarte rugtas van het merk “[merk]”, de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]”, model [model] (voorzien van het nummer [nummer]) en de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]” (voorzien van het nummer [nummer]).

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft be-gaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft ruim vier kilo cocaïne in zijn bezit gehad. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Het gerecht overweegt met betrekking tot de hoeveelheid cocaïne die bij verdachte is aangetroffen, dat die van dien aard is dat die bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in met name cocaïne gaat gepaard met vele vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Met de handel in cocaïne wordt veel geld verdiend. Kennelijk heeft verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Daarnaast heeft verdachte door zijn strafbare gedraging een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf van langere duur is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij hier te lande nooit eerder ter zake van een soortgelijk delict is veroordeeld.

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte hartpatiënt is en dat de detentie hem zwaar valt. Hoewel het gerecht hiervoor begrip heeft is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte detentieongeschikt is.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslaggenomen cocaïne, met verpakking, zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dat voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De in beslag genomen zwarte rugtas van het merk “[merk]”, blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]”, model [model] (voorzien van het nummer [nummer]) en de blauw/zwarte mobiele telefoon van het merk “[merk]” (voorzien van het nummer [nummer]), waarvan ter terechtzitting is gebleken dat die aan de verdachte toebehoren en dat met behulp daarvan het feit is begaan of voorbereid, zullen verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hiervoor bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuit-voerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 9A genoemde voorwerp;

verklaart verbeurd de in rubriek 9B genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.