Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:396

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
B.B. no. 1977 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Niet-ontvankelijk. professioneel rechtsbijstandverlener.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 1 juni 2016

Behorend bij B.B. no. 1977 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS op het verzet van:

Opposant,

wonende in Aruba te [adres],

opposant,

hierna ook te noemen: Opposant,

procederend bij de door haar schriftelijk gevolmachtigde gemachtigde,

tegen:

de naamloze vennootschap

NAGICO ARUBA N.V.,

gevestigd in Aruba,

geopposeerde,

hierna ook te noemen: Nagico,

gemachtigde: de advocaat mr. E.A.TH. Kuster.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 28 september 2012 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van Nagico, met producties;

- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 30 januari 2013 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij Opposant uitvoerbaar bij voorraad is veroordeeld tot betaling aan Nagico van Afl. 2.002,38, alsmede tot betaling aan Nagico van Afl. 350,-- aan proceskosten;

- de op 3 september 2015 ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie, met producties;

- de beschikking van dit Gerecht van 21 september 2015, waarbij deze zaak voor tegenspraak is verwezen naar de terechtzitting van dit Gerecht van 11 november 2015;

- de op 9 december 2015 genomen conclusie van antwoord in oppositie, met producties;

- de op 27 januari 2016 tegen Opposant verleende akte van niet dienen van repliek in oppositie.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE

2.1

Opposant vordert dat het Gerecht (naar het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van Nagico afwijst, onder veroordeling van Nagico in de proceskosten.

2.2

Nagico voert verweer, en concludeert dat Opposant niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, althans - zo begrijpt het Gerecht - tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.

2.3

Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING IN OPPOSITIE

3.1

Opposant heeft mr. Gemachtigde voornoemd (hierna: Gemachtigde) schriftelijk gevolmachtigd om voor haar in deze procedure te occuperen, en meer in het bijzonder om voor Opposant het verzetschrift of de conclusie van eis in oppositie te redigeren, te ondertekenen en in te dienen bij de griffie van dit Gerecht. Bij die alleen door Gemachtigde voor of namens Opposant ondertekende conclusie verklaart Gemachtigde dat hij daartoe door Opposant gemachtigd is in de zin van het tweede lid van artikel 111 Rv.

3.2

Het is het Gerecht echter ambtshalve bekend dat Gemachtigde - zoals ook nu - optreedt als professioneel rechtsbijstandverlener. Gemachtigde verklaart in voormelde conclusie ook zelf dat hij werkzaam is als juridisch adviseur bij het bedrijf [kantoor], van welk bedrijf het logo telkens is afgedrukt op het door Gemachtigde voor voormelde conclusie gebruikte papier. In onder meer civiele zaken als de onderhavige kunnen - en dat weet Gemachtigde of behoort Gemachtigde al geruime tijd te weten, daar het te dezen door het Hof gevoerde gedoogbeleid bij nieuw door het Hof geformuleerd en algemeen kenbaar gemaakt beleid sinds eind 2011 niet langer geldt - op de voet van het bepaalde in het eerste lid van artikel 48 van de Advocatenverordening alleen door het Hof toegelaten professioneel optredende rechtsbijstandverleners (niet zijnde in overeenstemming met voormelde verordening op het lokale tableau ingeschreven advocaten) zich stellen en vervolgens voor of namens hun lastgevers, al dan niet met bepaalde wettelijke limieten, diensten verlenen. Die toegelaten rechtsbijstandsverleners zijn onderworpen aan regels van tucht, hetgeen mede beoogt een behoorlijke dienstverlening zoveel als mogelijk te bewerkstelligen. Gemachtigde is als professionele rechtsbijstandsverlener - die niet valt onder één van de in de Advocatenverordening genoemde categorieën van procesvertegenwoordigers, en aan wie geen regels zijn gesteld ter zake van opleiding en toelating en aan wie geen tuchtrechtelijke sancties kunnen worden opgelegd in geval disfunctioneren - niet door het Hof toegelaten om in civiele zaken als de onderhavige op te treden voor of namens lastgevers (waaronder begrepen Opposant), ook niet via de weg van het eerste lid van artikel 111 Rv. Die door Gemachtigde ingeslagen weg heeft in dit geval immers te gelden als een onaanvaardbare en daarom ontoelaatbare sluiproute, kennelijk bedoeld om de te dezen geldende uit de Advocatenverordening voortvloeiende regelgeving (waaraan krachtens nieuw vanaf eind 2011 geldend beleid van het Hof - anders dan voorheen - strikt de hand wordt gehouden) te omzeilen.

3.3

Vorenstaande brengt mee dat Opposant niet-ontvankelijk zal worden verklaard in deze procedure, omdat die niet door Opposant en niet rechtsgeldig voor of namens haar is ingesteld.

3.4

Opposant zal, als de niet-ontvankelijk te verklaren partij, worden verwezen in de proceskosten van Nagico in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van liquidatietarief 2, ad Afl. 250,-- per punt).

3.5

Ten overvloede wordt nog overwogen dat Gemachtigde mogelijk jegens Opposant aansprakelijk is voor schade die Opposant mogelijk heeft geleden of zal lijden als gevolg van het onbevoegdelijk optreden van Gemachtigde.

4 DE BESLISSING IN OPPOSITIE

Het Gerecht:

-verklaart Opposant niet-ontvankelijk in de onderhavige verzetprocedure;

-veroordeelt Opposant in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 1 juni 2016.