Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:365

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
07-06-2016
Zaaknummer
A.R. 1088 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst. Wilsgebrek. Schade. Verkeerde voorstelling dealerschap. Waardevermindering bij vernietiging van overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1598

Uitspraak

Vonnis van 4 mei 2016

Behorend bij A.R. 1088 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiser,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. R.F. van den Heuvel,

tegen:

de naamloze vennootschappen

CENTRAAL WAGENPARKBEHEER N.V. h.o.d.n. GTI Aruba

en

AUTOMOBIELBEDRIJF CENTRAAL ARUBA N.V. h.o.d.n. Garage Centraal Aruba,

beide te Aruba,

hierna ook te noemen: GTi c.s. respectievelijk GTi en Garage Centraal*,

gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels,

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;

- de pleitnota van Eiser;

- de pleitnota van GTi c.s.;

- de aantekeningen ter gelegenheid van het pleidooi op 2 mei 2016.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op aanraden van de heer [naam medewerker], medewerker van GTi en/of Garage Centraal, heeft Eiser op 29 juni 2012 een tweedehands Porsche Cayenne gekocht voor Afl. 169.500,. Correspondentie met betrekking tot de aankoop en facturen met betrekking tot de auto, waaronder de factuur met de koopprijs, staan (mede) op briefpapier van GTi Aruba. Dat briefpapier is (mede) getooid met het logo en de merknaam van Porsche.

2.2

Op internet (de website van masterseek) was destijds met betrekking tot GTi de volgende “company profile” te vinden:
Official car dealer for Volkwagen vehicles on Aruba. GTi Aruba is the official Volkswagen, Audi and Porsche dealer on Aruba. We are also the authorized service dealer for these brands. With qualified mechanics and service parts. We deliver quality cars form the worlds biggest brands. (…)

2.3

GTi noch Garage Centraal zijn door Porsche Duitsland of Porsche Latin America erkend als officieel Porsche dealer.

2.4

Inmiddels maakt GTi noch Garage Centraal meer gebruik van het logo en/of de merknaam van Porsche. In dit verband schreef de heer [naam werknemer] namens GTi op 6 maart 2015 aan Eiser:
We represented Porsche during the time you bought your Porsche, since this business was not profitable we stopped importing Porsche models to Aruba.

2.5

Op een foto van een reclamezuil bij het (voormalige) bedrijfspand van GTi is zijn de contouren van het kennelijk verwijderde logo van Porsche te zien.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiser vordert – samengevat en na wijziging van eis – vernietiging, althans ontbinden van de koopovereenkomst met veroordeling van GTi c.s. tot terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van door Eiser betaalde reparatiekosten, te vermeerderen met rente, met veroordeling van GTi c.s. tot vergoeding van proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2

Eiser grondt de vordering erop dat de koopovereenkomst onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen, althans de auto niet voldoet aan hetgeen Eiser daarvan mocht verwachten en Eiser schade heeft geleden.

3.3

GTi c.s. voeren hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Eiser in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Bij gelegenheid van het pleidooi hebben GTi c.s. te kennen gegeven dat Garage Centraal naast GTi instaat voor de gevolgen van dit vonnis. De discussie of Eiser de auto bij GTi of Garage Centraal heeft gekocht, dan wel Garage Centraal op andere gronden aangesproken zou kunnen worden is daarmee irrelevant geworden. Het gerecht zal in het navolgende alleen de naam GTi in enkelvoud gebruiken waarmee dan GTi c.s. bedoeld wordt.

4.2

Kern van het geding is niet of de auto deugdelijk was in die zin, dat deze voldeed aan hetgeen Eiser van een tweedehands auto mag verwachten. Kern van het geding is ook niet wat de oorzaak was van ‘gebonk’ dat zich op enig moment bij het optrekken met de auto voor ging doen, noch of GTi zich voldoende heeft ingespannen om dat euvel te verhelpen. Kern van het geding is of de overeenkomst onder invloed van een wilsgebrek aan de kant van Eiser tot stand is gekomen omdat GTi geen officieel Porsche dealer is.

4.3

Eiser stelt in dit verband dat GTi hem heeft benaderd met het voorstel om de auto voor de echtgenote van Eiser te kopen ter vervanging van haar BWM. Duidelijk was dat de auto voor dagelijks gebruik was bestemd en GTi daarvan ook de vruchten zou plukken omdat de vrouw van Eiser zeer ‘zichtbaar’ is op het eiland zodat daarvan ook een zeker wervende werking voor dit model auto kon uitgaan. Omdat het een auto voor dagelijks gebruik door de echtgenote van Eiser betrof, was het voor Eiser van groot belang dat die werd gekocht van een officiële Porsche dealer die de bij die status behorende service tijdig kon leveren.
Dat GTi geen erkende Porsche dealer is heeft Eiser eind 2014/ eerste kwartaal 2015 ontdekt. Na een servicebeurt vertoonde de auto eind 2014 kuren in die zin dat (met name bij het optrekken) een ‘bokkend’ geluid werd waargenomen. Het lukte GTi niet dat euvel te verhelpen. Bij zijn eigen speurtocht naar de oplossing die zijdens GTi maar op zich liet wachten, kwam Eiser erachter dat GTi geen erkend Porsche- dealer is en ook nooit geweest is. GTi, maar ook de auto zelf komt niet voor in de administratie van Porsche Latin America. GTi voldoet dan ook niet aan de (strenge) eisen waaraan officiële Porsche dealers moeten voldoen om een dealerovereenkomst te kunnen sluiten.

4.4

GTi ontkent niet dat zij geen officiële dealer van Porsche voor Aruba is. GTi werkte samen met Prowin in Curaçao. Prowin is wel officieel Porsche dealer. GTi had met Prowin een distributieovereenkomst en, als het ware, een dealercontract met de officiële dealer in Curaçao. Daarmee had zij afspraken gemaakt voor wat betreft serviceverlening en die afspraken hebben ook hun vruchten afgeworpen omdat, op kosten van GTi, een monteur met materiaal uit Curaçao is overgekomen om het ‘gebonk’ op te lossen, aldus GTi.

4.5

Het verweer van GTi wordt verworpen. De omstandigheid dat GTi een samenwerkingsverband met een door Porsche officieel erkende dealer in Curaçao had maakt niet dat zij zelf daarmee een officiële Porsche dealer geworden is, nog los van de vraag of het Prowin binnen haar dealerovereenkomst met Porsche was toegestaan om zo’n samenwerking met GTi aan te gaan zonder dat Porsche Duitsland of Porsche Latin America daarvan kennelijk weet had en GTi dat moest weten. Daarenboven bleek bij het sluiten van de koopovereenkomst nergens uit dat niet GTi maar Prowin in Curaçao de officiële Porsche dealer was en GTi in dit verband slechts een samenwerkingsrelatie in enige – overigens niet geheel opgehelderde – vorm had. GTi heeft zich door het zonder nadere toelichting voeren van de merknaam en het logo van Porsche aan Eiser voorgedaan als officieel Porsche dealer. Eiser was niet gehouden om zelf nader onderzoek te doen of dat wel klopte waarbij overigens niet gemotiveerd bestreden is dat Eiser dan de hierboven geciteerde internetmededeling via Masterseek zou hebben gevonden. Die mededeling is door een werknemer van GTi op internet geplaatst. Daarvoor is GTi verantwoordelijk. Voorgaande zou mogelijk anders zijn als Eiser de auto had gekocht bij de spreekwoordelijke garage-onder-de-boom waarvan de stam bespijkerd zou zijn met een Porsche schild. Het zou mogelijk ook nog anders zijn geweest als GTi bekend dealer van auto’s van het merk BYD of Great Wall zou zijn geweest, welke merken niet onmiddellijk geassocieerd worden met Porsche. GTi is (of was) evenwel bekend Volkswagen dealer en dan ligt de verbinding met Porsche meer voor de hand. Het prominente gebruik door GTi van de merknaam en het logo van Porsche merkt het gerecht niet aan als aanprijzing in algemene bewoordingen. Het is een concrete mededeling of representatie waardoor GTi ten onrechte de kwaliteit en de zekerheid van haar dienstverlening in relatie tot de merkhouder als ‘origineel’ aanprijst en waarmee zij een zekere kwaliteitswaarborg garandeert.

4.6

Dat betekent dat GTi Eiser door middel van een kunstgreep opzettelijk in de waan heeft gebracht dat hij zijn dure en exclusieve auto niet kocht van een (tweedehands) autohandelaar die op zijn best een samenwerkingsverband heeft met een officiële merkdealer in het buitenland maar rechtstreeks van ‘de bron’, althans daar zo nauw aan verbonden als in de automobieldetailhandel normaal gesproken haalbaar is.

4.7

Dat het voor Eiser van doorslaggevend belang was om deze auto te kopen van een officiële Porsche dealer en GTi dat wist of moest weten – dat laatste reeds op grond van het feit dat zij zich zo uitdrukkelijk als Porsche dealer/garage heeft gepresenteerd – heeft GTi niet gemotiveerd weersproken zodat het causaal verband tussen de kunstgreep en de koop (de rechtshandeling van aanvaarding van het aanbod tot verkoop van GTi) aanwezig is. Dat uit de stukken blijkt dat de auto naar Aruba moest worden verscheept doet er in dit verband niet toe aangezien dat voor alle op Aruba rijdende auto’s het geval is. Dat het Eiser duidelijk moest zijn dat er op Aruba geen ruimte is voor een volledig uitgeruste Porsche Dealership terwijl GTi zich ondertussen, zonder enig voorbehoud, toch als Porsche dealer presenteerde is onvoldoende toegelicht. Anders dan GTi betoogt is het voor een beroep op vernietigbaarheid niet nodig dat Eiser in een nadeliger positie is komen te verkeren. Daarenboven is dat naar oordeel van het gerecht wel het geval nu GTi kennelijk niet voldoet aan de kwaliteitseisen die Porsche Duitsland en/of Porsche Latin America aan haar dealers stelt terwijl Eiser er voor de (tweedehandswaarde) van zijn exclusieve auto belang bij kan hebben om aan te tonen dat de auto altijd bij een officiële Porsche dealer in onderhoud is geweest en daarvan ook bewijs bestaat in de administratie van die dealer en/of Porsche Latin America. Niet weersproken is dat de auto, net als GTi, bij Porsche Latin America geheel onbekend is. Dat het in verband met het ‘gebonk’ niet had uitgemaakt of GTi nu wel - zoals Prowin wiens deskundige hulp zij vergeefs heeft ingeroepen - of geen officiële dealer is miskent de kern van de stellingen van Eiser zoals hierboven al aangegeven. GTi miskent ook dat Eiser de auto nu juist niet in Curaçao of de Verenigde Staten heeft gekocht maar dat hij de auto op instigatie van GTi in Aruba bij een zich met het merk en logo van Porsche tooiende dealer heeft aangeschaft in de veronderstelling dat GTi door Porsche als erkend dealer geautoriseerd was om dat merk te voeren.

4.8

Eiser kan zich dus met recht op vernietigbaarheid van de koopovereenkomst beroepen.

4.9

Het gevolg daarvan is dat de overeenkomst met terugwerkende kracht niet bestaat en de auto steeds eigendom is gebleven van GTi. Dat leidt ertoe dat Eiser in januari 2015 kosten heeft gemaakt voor de vervanging van transmissieolie en -filter ad Afl. 2.413,90 in verband met de oplossing van ‘gebonk’ in een auto die niet van hem is. Dat bedrag dient GTi bij wijze van schadevergoeding ten gevolge van het gebruik van een kunstgreep aan Eiser te betalen.

4.10

De auto is (achteraf) zonder rechtsgrond aan Eiser gegeven en dient te worden teruggeven aan GTi (artikel 6:203 lid 1 BW).

4.11

De koopprijs is onverschuldigd betaald en moet aan Eiser worden terugbetaald (artikel 6:203 lid 2 BW).

4.12

Rest nog de vraag of Eiser recht heeft op terugbetaling van de volledige koopsom die hij in 2012 heeft betaald. GTi bepleit in dat verband dat de waardevermindering van de auto voor rekening van Eiser moet blijven. Dat standpunt is onjuist. Eiser dient de auto terug te geven waarvan hij (achteraf) nooit eigenaar is geweest.
Aan die ongedaanmakingsverplichting kan hij zonder meer voldoen. Terecht beroept Eiser zich met betrekking tot de vraag of hij aan de uit artikel 6:203 lid 1 BW voortvloeiende verplichting voldoet door de in 2012 aan hem afgegeven auto in 2016 terug te geven zonder dat rekening wordt gehouden met de waardevermindering door tijdsverloop1, op Hoge Raad, 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236. In dat arrest wordt duidelijk gemaakt dat een consument, zoals Eiser, in beginsel mag volstaan met teruggave van de zaak in de staat waarin deze zich op het moment van de teruggave bevindt, zonder dat hij verplicht is tot vergoeding van de waardevermindering. De consument dient vanaf het moment waarop hij redelijkerwijze met een verplichting tot teruggave rekening moet houden, als een zorgvuldig schuldenaar voor de zaak zorg te dragen. Dat Eiser dat niet heeft gedaan is niet gesteld. Voor waardevermindering die te wijten is aan een gebrek aan zorg, is de consument aansprakelijk. Ook dat is hier niet aan de orde. De consument is niet gehouden om, naast de hiervoor bedoelde (schade)vergoedingen, ook een vergoeding te betalen voor het genot (daaronder begrepen de mogelijkheid tot gebruik) dat hij van de zaak heeft gehad. Art. 6:203 lid 3 en art 6:210 BW, art. 6:278 BW en art. 6:212 BW kunnen geen grondslag voor een dergelijke vergoeding bieden, zo volgt uit het arrest. Ten overvloede overweegt het gerecht nog, dat als zou moeten worden geoordeeld dat Eiser in 2016 te kort schiet in de nakoming van zijn verbintenis tot teruggave van de auto zoals die in 2012 aan hem werd afgegeven, de daardoor ontstane schade niet in de zin van artikel 6:74 BW aan hem kan worden toegerekend. Die schade is immers ontstaan door enkel tijdsverloop en doordat Eiser pas in het eerste kwartaal 2015 tot de ontdekking kwam dat grond bestond zich op vernietigbaarheid van de koopovereenkomst te beroepen en GTi niet meewerkte aan teruggave van de auto tegen terugbetaling van de volledige koopprijs.

4.13

Alle vorderingen komen voor toewijzing in aanmerking. Nu Eiser pas bij inleidend verzoek de vernietiging van de overeenkomst vordert en niet een verklaring voor recht dat deze al eerder buitengerechtelijk is vernietigd, ontstaat de ongedaanmakingsverplichting als gevolg daarvan pas met dit vonnis. De wettelijke rente is daarom pas vanaf datum vonnis verschuldigd.

4.14

Als de in het ongelijk te stellen partij zal GTi de proceskosten van Eiser moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

vernietigt de koopovereenkomst met betrekking tot de auto;

veroordeelt GTi c.s., hoofdelijk, tot betaling aan Eiser van een bedrag van Afl. 171.913,90 te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf de datum van dit vonnis tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

verstaat dat Eiser de auto tegen betaling van de oorspronkelijke koopsom met afgeven aan GTi c.s.;

veroordeelt GTi c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Eiser worden begroot op Afl. 1.700, aan griffierecht, Afl. 6.800, aan salaris van de gemachtigde en Afl. 395,66 aan explootkosten en Afl. 250,- nakosten zonder betekening, te verhogen met Afl. 150, in geval van betekening van dit vonnis;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 mei 2016 in aanwezigheid van de griffier.

1 Een andere oorzaak voor waardevermindering van de auto is niet gesteld