Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:315

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-02-2016
Datum publicatie
17-05-2016
Zaaknummer
425 van 2015, P-2015/06926
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Strafrecht. Aanwezig hebben van cocaïne, meermalen, en hennep. Medeplegen verkoop cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2015 en 15 januari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman,

mr. M. Croes.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is verbeurdverklaring gevorderd van de inbeslaggenomen geldbedragen van $ [bedrag] en Afl. [bedrag] en teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomen visitekaartje van “[…]” (met op de achterzijde onder andere geschreven: “[…]”) en een stuk afgescheurd wachtnummerkwitantie met opschrift www.[...].aw (met onder andere daarop geschreven: “[…]”).

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

Zaakdossier 1

1. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 mei 2015, althans 11 februari 2015 tot en met 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne, zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van (ruwe) cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 25 mei 2015, althans 26 januari 2015 tot en met 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht)

Zaakdossier 2

3. dat hij op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van (ruwe) cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de telefoongesprekken, gevoerd tussen de verdachte en een medeverdachte, op onrechtmatig wijze zijn afgeluisterd.

Het gerecht verwerpt dit verweer reeds omdat de raadsman verzuimd heeft zijn stelling met enig argument te staven.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Zaakdossier 1

1. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 mei 2015, althans 11 februari 2015 tot en met 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne, zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van (ruwe) cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

2. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 25 mei 2015, althans 26 januari 2015 tot en met 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

Zaakdossier 2

3. dat hij op of omstreeks 25 mei 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 4204,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van (ruwe) cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft verstrekt en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

Zaakdossier 1

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd tussen de verdachte en een ander, leidt het gerecht af dat die ander in verdovende middelen (cocaïne en marihuana) handelde en dat verdachte in de bewezen verklaarde periode bij hem meerdere malen hoeveelheden cocaïne bestelde en die hoeveelheden ook geleverd kreeg. Uit voormelde gesprekken leidt het gerecht voorts af dat verdachte ook marihuana bij die ander bestelde en geleverd kreeg. Daarnaast heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard zowel cocaïne als marihuana bij die ander te hebben gekocht. Het gerecht concludeert, gelet op het vorenstaande, dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode meermalen cocaïne en tevens marihuana heeft gekocht en derhalve aanwezig heeft gehad. Bewijsmiddelen dat de verdachte de ver-dovende middelen (vervolgens) heeft verkocht zijn niet aangetroffen in het strafdossier zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Zaakdossier 2

Uit de als gebezigde bewijsmiddelen afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd op 25 mei 2015 leidt het gerecht het volgende af. De verdachte heeft een ander aanvankelijk verzocht om een bepaalde hoeveelheid ([...] blokken) cocaïne bij hem thuis te brengen voor een afnemer, medeverdachte [medeverdachte]. Die ander heeft de verdachte geïnformeerd dat hij slechts vier blokken kan leveren en de door de afnemer te betalen prijs doorgegeven. Voorts leidt het gerecht uit de als bewijs gebezigde processen-verbaal van observatie en bevindingen van de politie af, dat de leverancier van de cocaïne de afgesproken hoeveelheid bij de verdachte heeft afgeleverd en dat [medeverdachte] bij de woning van de verdachte de door hem bij verdachte bestelde cocaïne heeft opgehaald en meegenomen. [Medeverdachte] is vervolgens door de politie aangehouden, waarbij er ruim vier kilo cocaïne bij hem is aangetroffen. Uit voormelde telefoongesprekken leidt het gerecht tevens af dat verdachte in de opbrengsten van de verkooptransactie heeft gedeeld. Bij verdachtes aanhouding is een geldbedrag in Amerikaanse dollars ($ [bedrag]) aangetroffen dat overeenkomt met het verschil tussen het volgens [medeverdachte] door hem betaalde bedrag en het bij de leverancier van de cocaïne aangetroffen geldbedrag. Het gerecht concludeert uit het vorenstaande dat de verdachte door zijn handelingen een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de verkoop van de tenlastegelegde partij cocaïne waarbij sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking met de leverancier van de cocaïne. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplegen van het delict in kwestie.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

2. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

3. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft meerdere malen cocaïne en tevens marihuana aanwezig gehad. Voorts heeft verdachte samen met een ander ruim vier kilo cocaïne verkocht. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof, die vérstrekkende gevolgen heeft voor de gebruikers daarvan en voor de maatschappij. De verspreiding en handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Met de handel in verdovende middelen wordt veel geld verdiend. Kennelijk heeft verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Bovendien heeft verdachte door zijn strafbare gedragingen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf van langere duur is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan een misdrijf schuldig te maken.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Verbeurdverklaring

Het in beslag genomen geldbedrag van $ [bedrag], waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan verdachte toebehoort en dat geheel door middel van of uit de baten van het feit onder 3 is verkregen, zal verbeurd worden verklaard.

Het in beslag genomen visitekaartje van “[…]” (met op de achterzijde onder andere geschreven: “[…]”), een stuk afgescheurd wachtnummerkwitantie met opschrift www.[...].aw (met onder andere daarop geschreven: “[…]”), waarvan ter terechtzitting is gebleken dat die aan verdachte toebehoren en dat met behulp daarvan de feiten zijn begaan of voorbereid, worden eveneens verbeurd verklaard.

B. Teruggave

De teruggave aan de verdachte zal worden gelast van het in beslag genomen geld-bedrag van Afl. [bedrag], nu niet voldoende aannemelijk is geworden dat dit geldbedrag door middel van of uit de baten van de tenlastegelegde feiten zou zijn verkregen. Het gerecht is derhalve van oordeel dat dit geldbedrag niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:68, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoer-legging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart verbeurd de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 9B genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.