Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:300

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
K.G. 660 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel, verdeling gemeenschap, verkoop voormalige echtelijke woning_gebruiksvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 20 april 2016

Behorend bij K.G. 660 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

Eiseres,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen:

Gedaagde,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster.

DE PROCEDURE IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- de pleitnota van Eiseres;

- de pleitnota van Gedaagde met eis in reconventie;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 8 april 2016.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

2.1

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Daaruit is een dochter geboren.

2.2

Zij zijn gezamenlijk eigenaar van de woning waarin zijn hebben samengewoond.

2.3

Bij vonnis in kort geding van dit gerecht van 10 juli 2015 werd onder de feitenvaststelling opgenomen:
2.3 Partijen hebben samen een woning, een hypotheekschuld en een persoonlijke lening bij de Aruba Bank.
2.4 Partijen hebben voor wat betreft de woning afgesproken dat die verkocht zal gaan worden aan een derde en dat de vrouw en de minderjarige tot die tijd in de woning zullen blijven wonen.

2.4

Na het verbreken van de affectieve relatie heeft Eiseres met de dochter van partijen aanvankelijk in de woning gewoond. Vanaf eind februari heeft Gedaagde zijn intrek weer in de woning genomen. Eiseres is met haar dochter verhuisd naar een appartement dat zij van een vriendin huurt.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

3.1

Eiseres vordert in conventie machtiging ex artikel 3:174 jo. 300 BW om de woning te verkopen door tussenkomst van een makelaar voor Afl. 330.000, of een door de makelaar te bepalen prijs, met bepaling dat dit vonnis in de plaats treedt van de toestemming en medewerking van Gedaagde voor verkoop en levering van de woning en voorts te bepalen dat Gedaagde de helft van de hypotheekverplichting en brandverzekering blijft betalen, alsmede om Gedaagde te veroordelen tot vergoeding van een voorschot op schadevergoeding van Afl. 12.633,50, met bepaling dat Eiseres en de dochter van partijen bij uitsluiting van Gedaagde gerechtigd zullen zijn tot het gebruik van de woning tot datum verkoop met bevel op Gedaagde tot ontruiming, alles met nevenvorderingen.

3.2

Eiseres grondt de vordering erop dat partijen zijn overeengekomen dat de woning zou worden verkocht en Eiseres daarin tot dat moment zou verblijven terwijl Gedaagde de helft van de aan de woning verbonden kosten zou dragen. Die afspraak komt Gedaagde niet na.

3.3

Gedaagde voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Eiseres in de proceskosten.

3.4

Gedaagde vordert in reconventie – na wijziging althans verduidelijking van eis – betaling door Eiseres van een gebruiksvergoeding van de Afl. 550, per maand.

3.5

Gedaagde grondt de vordering erop dat Eiseres gebruik maakt van de gemeenschappelijke woning zonder daarvoor te betalen.

3.6

Eiseres voert tegen de vordering in reconventie verweer.

4 DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE

4.1

Uit de in essentie niet bestreden feitenvaststelling in het kort geding vonnis van 10 juni 2015 blijkt in het onderhavige kort geding in voldoende mate dat partijen hadden afgesproken dat de gemeenschappelijke woning verkocht zou worden en dat tot datum levering van de woning aan een koper Eiseres alleen gerechtigd was daarin te wonen met de minderjarige dochter van partijen. Heeft inmiddels de woning verlaten omdat Gedaagde daarin zijn intrek weer heeft genomen. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft Eiseres, die zich thans met de dochter van partijen moet behelpen in een tijdelijk van een vriendin gehuurd appartement, voldoende spoedeisend belang om op korte termijn weer over het (exclusieve) gebruik van de woning te beschikken. Dat is ook het meest in het belang van de dochter. Van een bijzonder belang van Gedaagde, die niet zelf om de zitting aanwezig was, is niet gebleken. De vordering komt in dat opzicht voor toewijzing in aanmerking.

4.2

Niet gemotiveerd bestreden is dat Eiseres alle met de woning verbonden lasten (mogelijk met uitzondering van de grondbelasting) betaalt. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om Eiseres te verplichten om aan Gedaagde een gebruiksvergoeding te betalen. Daar moet dan wel tegenover staan dat Gedaagde niet gehouden is om precies de helft van de aan de woning verbonden kosten te dragen terwijl hij daarvan helemaal geen genot heeft. Niet bestreden is dat de kosten met betrekking tot de woning afgerond Afl. 2.000, per maand bedragen, waaraan beide partijen in principe in gelijke delen moeten bijdragen. Dat brengt mee dat Gedaagde in beginsel Afl. 1.000, per maand aan Eiseres dient te vergoeden. Het bedrag dat partijen hanteren als gebruiksvergoeding is Afl. 550,. Gedaagde daarom gehouden per saldo per maand Afl. 450, aan bijdrage in de lasten van de gemeenschappelijke woning.. In het kort gedingvonnis van 10 juni 2015 is toewijzing van een op dezelfde grond gebaseerd bedrag geschied ten titel van voorschot op schadevergoeding. Nu partijen tegen die aanduiding geen bezwaar hebben zal de voorzieningenrechter Gedaagde veroordelen tot betaling bij wijze van voorschot op schadevergoeding van Afl. 450, per maand vanaf 1 juni 2015 (9 maanden x Afl 450, = Afl. 4.050,). Die vergoeding behoort hoger te zijn voor de maanden dat Gedaagde de woning alleen bewoont, dat is onbestreden vanaf (in ieder geval) 1 maart 2016. Gedaagde moet over die maanden Afl. 1.000, aan Eiseres, die ook over deze maanden de aan de woning verbonden lasten alleen heeft gedragen zonder enig genot te hebben gehad, worden betaald. Gemakshalve gaat de voorzieningenrechter ervanuit dat Gedaagde de woning per 1 mei zal hebben verlaten (2 maanden x Afl. 1.000,). Dat komt op dit moment neer op een bedrag van Afl. 6.050,. Voldoende aannemelijk is dat Eiseres spoedeisend belang heeft bij betaling van dit bedrag terwijl niet voldoende gemotiveerd is dat sprake is van een restitutierisico.

4.3

De vordering tot machtiging op Eiseres om de woning via een makelaar tegen een bedrag van Afl. 330.000, of een door de makelaar te bepalen bedrag te verkopen met bepaling dat dit vonnis, kort gezegd, in de plaats treedt van de (uiting van de) wilsovereenstemming Gedaagde is op dit moment te vaag om voor toewijzing in aanmerking te komen. De vordering komt er uiteindelijk op neer dat op voorhand aan de makelaar wordt overgelaten voor welke prijs de woning zal worden verkocht. Dat gaat te ver. Nu Eiseres na executie van dit vonnis zelf de woning weer zal gaan bewonen staat niets eraan in de weg dat de makelaar potentiële kopers rondleidt. Mocht daaruit van concrete belangstelling blijken en duidelijk zijn wat de beoogde verkoopprijs gaat worden en Gedaagde dan nog zijn medewerking niet verleent, dan staat het Eiseres vrij zich wederom tot het gerecht te richten met een concrete op totstandkoming van de koop en levering gerichte vordering. Ondertussen staat niets eraan in de weg dat Eiseres verdeling van de gemeenschap in een bodemprocedure vordert.

4.4

Uit het voorgaande vloeit voort dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

4.5

De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangsom afwijzen voor zover die ziet op betaling van geldvorderingen en verder matigen en maximeren waar die op de ontruiming betrekking heeft.

4.6

Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad worden de proceskosten gecompenseerd als hierna vermeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

in conventie

veroordeelt Gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand / de woning (Adres) te Aruba te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van Eiseres zijn, en de sleutels af te geven aan Eiseres op straffe van een dwangsom van Afl. 500, per dag dat Gedaagde binnen een week na betekening van dit vonnis niet aan de veroordeling tot ontruiming voldoet met een maximum van Afl. 100.000,;

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiseres van een bedrag van Afl. 6.050,, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 24 maart 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;

compenseert de proceskosten aldus dat ieder partij de eigen kosten draagt;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.