Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:298

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
K.G. nr. 358 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel, ontruiming, belangen afweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 20 april 2016

Behorend bij K.G. nr. 358 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

MOVICES INTERNATIONAL N.V.,

wonende te Aruba,

EISERES,

gemachtigde: de advocaat mr. P.A.P.J. van der Biezen,

tegen:

GEDAAGDE ,

wonende te Aruba,

GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 23 februari 2016;

  • -

    de aantekeningen van griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 24 maart 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen eiseres bij haar gemachtigde en de directeur (NAAM) en Gedaagde in persoon.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Gedaagde huurt vanaf 1 juli 2013 van eiseres de woning gelegen te (Adress) in Aruba. De huurprijs bedraagt Afl. 1.500,- per maand.

2.2

Gedaagde heeft vanaf november 2015 geen huur meer aan eiseres betaald. De huur over de maand augustus 2015 is in januari 2016 betaald en de huur over de maand september 2015 is in februari 2016 betaald. De huurachterstand beloopt per 1 april 2016 Afl. 6.000,-. In maart 2016 is de huur van oktober 2015 en in april 2016 is de huur van november en december 2015 betaald.

2.3

Op 11 februari 2016 en op 17 februari 2016 heeft eiseres Gedaagde gesommeerd de huurachterstand te voldoen op uiterlijk 18 februari 2016.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vorderen Gedaagde te bevelen, in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, onmiddellijk na betekening van dit vonnis, althans binnen een door het gerecht te bepalen termijn het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen en de woning met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eiseres stellen, met veroordeling van Gedaagde tot betaling van een bedrag van Afl. 6.000,-, vermeerderd met de overeengekomen boete en de overeengekomen rente.

3.2

Gedaagde voert hiertegen verweer en stelt dat er tussen partijen een regeling is afgesproken dat zij elke maand Afl. 1.500,- aan huur zal betalen alsmede Afl. 1.500,- aan achterstand. Tevens stelt zij dat er zich in de woning een speelschool bevindt, die zes werknemers in dienst heeft en waar er negentig kinderen opgevangen worden. Gedaagde verweert zich tegen een proceskostenveroordeling omdat het kortgeding onnodig is ge├źntameerd.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat een vordering tot ontruiming in kort geding alleen toewijsbaar is als aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet spoedeisend belang bij de vordering bestaan. In de tweede plaats moet aannemelijk zijn dat de rechter in de bodemprocedure de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst toewijsbaar acht.

4.2

De vraag of een partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak (zie HR 29 november 2002, LJN: AE4553).

4.3

In beginsel rechtvaardigt een huurachterstand van drie maanden de ontbinding van de huurovereenkomst. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde ontruiming in beginsel toewijsbaar is, tenzij het belang van de huurder zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder.

4.4

In casu exploiteert Gedaagde in het gehuurde een speelschool, waar zij dagelijks samen met 6 werknemers 90 kinderen opvangt. Toewijzing van de gevorderde ontruiming heeft dan ook grote consequenties voor niet alleen Gedaagde, maar ook voor de ouders, de kinderen en het personeel. Tegenover het zwaarwegende belang van Gedaagde bij voortzetting van de huurovereenkomst tot de expiratiedatum 1 juli 2016 heeft eiseres slechts gesteld dat zij geen vertrouwen meer heeft in Gedaagde. Dit belang is - zoals ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is besproken - van ondergeschikt belang. Gedaagde heeft evenwel verklaard dat zij op zoek is naar vervangende huisvesting, dat zij het gehuurde uiterlijk 31 juli 2016 zal verlaten en de achterstallige huurtermijnen zal inlopen.

4.5

In het licht van het voorgaande wordt de verzochte ontruiming wegens gebrek aan belang afgewezen. Wel wordt Gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag ad Afl. 6.000,- zijnde de achterstallige huur over de maanden januari tot en met april 2016, vermeerderd met de bedongen rente ad 2% steeds vanaf de vervaldag alsmede de bedongen boete van 5%. Het spreekt voor zich dat Gedaagde tevens gehouden is de lopende huurtermijnen tijdig en volledig te voldoen tot de dag dat zij het pand heeft ontruimd.

4.6

Nu Gedaagde steeds bereid is geweest een betalingsregeling te treffen en in feite nog in gesprek was met eiseres, is het onderhavige geding prematuur ge├źntameerd. Om deze reden worden de proceskosten gecompenseerd.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:

5.1

veroordeelt Gedaagde tot betaling van een bedrag van Afl. 6.000,- wegens huurachterstand, vermeerderd met de bedongen rente ad 2% steeds vanaf de vervaldag alsmede de bedongen boete van 5%,

5.2

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.4

compenseer de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.