Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:288

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
02-05-2016
Zaaknummer
A.R. 211 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, verdeling gemeenschap, deskundigenrapport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 20 april 2016

Behorend bij A.R. 211 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiseres,

wonende te Aruba,

hierna te noemen: eiseres,

gemachtigde: advocaat mr. D.C.A. Crouch,

tegen:

Gedaagde,

wonende te Aruba,

gedaagde,

gemachtigde: thans mr R.L.F. Dijkhoff.

1 DE VERDERE PROCEDURE

Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 19 augustus 2015. Hierna heeft gedaagde een akte genomen en eiseres een antwoord-akte. Gedaagde heeft een akte uitlating producties genomen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Het gerecht zal thans overgaan tot bespreking van de activa en passiva en de waardering daarvan en daar waar mogelijk beslissingen over nemen. Partijen zijn het er over eens dat de peildatum voor de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap 8 oktober 2012 dient te zijn. Ook het gerecht zal hiervan uitgaan wat betreft de samenstelling van de gemeenschap. De waardering van de activa en passiva zal in beginsel gebeuren op de actuele waarde of althans een redelijke benadering daarvan.

Aandelen in (Naam 1)

2.2

Partijen zijn het eens dat de aandelen in (Naam 1) Gedaagde N.V. in de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen. Partijen zijn het er tevens over eens dat de waarde van de aandelen zal moeten worden gewaardeerd door een deskundige, en wel door accountantskantoor Leysner & De Cuba. Het gerecht heeft contact gezocht met de accountant F. de Kort van dat kantoor. Deze is bereid een benoeming te aanvaarden. Zie verder hierna.

2.3

Tevens zijn partijen het er over eens dat de aan die NV behorende onroerende zaak moet worden gewaardeerd op Afl. 735.000,--. Naar het gerecht uit de stellingen van partijen begrijpt, is dit pand eigendom van de NV. De waarde daarvan zal derhalve tot uitdrukking moeten komen in de waarde van de aandelen van die NV. De aan te wijzen deskundige van Leysner & De Cuba zal evenwel rekening kunnen houden met de waarde die partijen toekennen aan de onroerende zaak.

2.4

Uit productie 2 overgelegd bij akte uitlating productie blijkt dat de hypotheek voor dit pand door gedaagde in privé is afgesloten. Deze schuld behoort tot de gemeenschap, evenals (via de waarde van de aandelen) de waarde van de kliniek die daarmee werd gefinancierd, en behoort dus te worden betrokken bij de verdeling. Er is door eiseres geen steekhoudend argument aangevoerd deze post buiten beschouwing te laten.

Pand 1

2.5

Partijen zijn het eens over de waardering van het pand 1 op Afl.460.000,--. Het gerecht zal hiervan uitgaan.

Pand 2

2.6

Eiseres is het niet eens met de taxatiewaarde van het pand Pand 2. Uit het taxatierapport van (Taxateur 1)) blijkt een vrije marktwaarde van Afl. 678.000,--. Eiseres geeft aan dat de waarde volgens haar Afl. 431.000,-- bedraagt. Waarom zij van deze waarde uitgaat, onderbouwt zij niet. Mogelijk baseert zij haar betwisting op de bij akte na comparitie overgelegde “Marktindicatierapporten” van (taxateur 2). Deze indicaties zijn blijkens de rapportages echter gebaseerd op een “gevelbezichtiging en visuele inspectie” en lijken dus geen stevige basis op te leveren voor een waardering. Wat de expertise is van de betreffende taxateur, blijkt niet uit diens rapportages. Eiseres heeft niet gemotiveerd waarom de inschatting van (Taxateur 1), die door het gerecht vaker als deskundige wordt ingezet, niet zou deugen, terwijl zij de taxaties van de beide eerdergenoemde panden door deze taxateur wel aanvaardt. Het gerecht ziet geen aanleiding aan de waardering door (Taxateur 1) te twijfelen en zal van die waarde uit gaan.

Pand 3

2.7

Hetzelfde geldt voor de waardering van het pand Pand 3. Het gerecht gaat uit van de waardering door (Taxateur 1) op Afl. 602.000,--.

(Naam) NV

2.8

Ook wat betreft de waardering van het pand 4, dat volgens eiseres eigendom is van (Naam) NV, waarvan de aandelen volgens haar deel uitmaken van de gemeenschap, heeft eiseres niet gemotiveerd aangegeven waarom de inschatting van (Taxateur 1) ten aanzien van dat pand niet zou deugen. Het gerecht zal uit van de waardering door (Taxateur 1) op Afl. 780.0000,--.

2.9

Gedaagde heeft zich niet uitgelaten over de waarde van de aandelen in (Naam) NV. Eiseres heeft voorgesteld de waardering hiervan op te dragen aan Leysner & De Cuba. Het gerecht zal hiertoe overgaan.

Onroerende zaak te Bogotá

2.10

Het gerecht zal in beginsel uitgaan van de door gedaagde gemotiveerd opgegeven waarde in 2015, te weten Afl. 260.000,--. Als eiseres bij haar betwisting blijft kan zij desgewenst op nader te melden roldatum een actueel taxatierapport doen uitbrengen door een lokaal erkende taxateur, voorzien van een vertaling in een van de gerechtstalen.

Onroerende zaak te Baranquilla

2.11

Anders dan gedaagde aangeeft, valt deze zaak in de te verdelen gemeenschap. Zij is immers staande huwelijk aangekocht. Dat deze is bekostigd met geld uit een eerder huwelijk doet daaraan niet af. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld op nader te melden roldatum een actueel taxatierapport doen uitbrengen door een lokaal erkende taxateur, voorzien van een vertaling in een van de gerechtstalen. Eiseres kan desgewenst harerzijds eveneens een taxatie doen verrichten en in deze procedure (in vertaling) overleggen, waaraan gedaagde moet meewerken.

Bankrekeningen

2.12

Gedaagde geeft aan op de peildatum geen bankrekeningen te hebben gehad bij Arubabank en CMB. Eiseres heeft evenwel een loonstrook overgelegd van 28 augustus 2012 waaruit blijkt dat gedaagde in ieder geval beschikte over een rekening bij CMB. Gedaagde geeft ook niet aan waar hij dan wel zijn rekeningen aanhield en wat de saldi waren. Gedaagde zal in de gelegenheid worden gesteld op na te noemen roldatum zelf verklaringen over te leggen van genoemde banken of hij op de peildatum 8 oktober 2012 daar rekeningen aanhield en zo ja, wat de saldi per de peildatum waren. Tevens dient gedaagde over te leggen het saldo op de peildatum van de rekening aangehouden bij de Banco di Caribe. Bij gebreke daarvan zal het gerecht zelf die banken benaderen.

Levensverzekeringen

2.13

De levensverzekering bij Fatum/Guardian is blijkens de door gedaagde overgelegde productie 9 bij akte na comparitie afgesloten na de peildatum en blijft derhalve buiten de verdeling.

2.14

Wat betreft de polis bij Ennia heeft gedaagde als productie 10 bij akte na comparitie overgelegd een schrijven van Ennia d.d. 21 november 2014 waaruit blijkt dat de actuele afkoopwaarde per tijdstip van scheiding bedraagt Afl. 196.648,03 bedraagt. Het gerecht zal voor de verdeling van dit bedrag uitgaan.

Voertuigen en waverunners

2.15

De waverunners en de Ford zullen tezamen voor voor Afl. 12.000,-- in de verdeling worden betrokken. Eiseres heeft dit bedrag immers niet weersproken.

2.16

Gedaagde heeft niet weersproken dat eiseres de Hyundai heeft verkocht en de opbrengst heeft weggestreept tegen de autolening, zodat er per saldo niets te verdelen valt.

Inboedel

2.17

Wat betreft de inboedel mist het gerecht tot op heden de gegevens die nodig zijn om de verdeling vast te stellen. Gedaagde heeft voorgesteld deze in onderling goedvinden te verdelen. Eiseres heeft daarop niet meer gereageerd. Partijen wordt verzocht op na te melden roldatum aan te geven of de verdeling in der minne is geslaagd. Zo niet, dan zal het gerecht een wijze van verdeling bepalen en gelasten.

De schuld uit de kredietkaart

2.18

Gedaagde heeft onder overlegging van een overzicht als productie 10 bij akte na comparitie gesteld dat een schuld groot Afl. 70.000,--, die zou samenhangen met het gebruik van een kredietkaart, tot de te verdelen gemeenschap behoort. Zoals eiseres terecht aangeeft, kan uit dit overzicht niet worden afgeleid dat en/of tot welk bedrag het hier een huwelijkse schuld betreft of om uitgaven gaat van eiseres van na de peildatum die om die reden voor haar rekening dienen te komen. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld op na te noemen roldatum met nadere stukken te komen. Laat hij dat na, dan zal het gerecht concluderen dat het hier niet om een te verdelen schuld gaat.

De hypotheken

2.19

Gedaagde verwijst in zijn akte na comparitie naar productie 11. Het gerecht heeft deze evenwel niet aangetroffen. Gedaagde zal de informatie betreffende de hypothecaire schulden alsnog kunnen overleggen op na te melden datum.

De verrekening van huurinkomsten en kosten

2.20

Partijen zijn het er over eens dat er huurinkomsten zijn uit de panden 3 en panden 2. Zij zijn het niet eens hoe hoog die inkomsten zijn noch welke kosten verrekend dienen te worden. Gegevens op grond waarvan het gerecht zelf die berekening zou kunnen maken, zijn niet overgelegd. Gedaagde stelt voor het accountantskantoor te verzoeken een overzicht te maken. Het gerecht zal dit in de vraagstelling aan dit kantoor meenemen.

Overige

2.21

De deskundige zal worden gevraagd:

- de waardering vast te stellen van de aandelen in (Naam1) NV en in (Naam) NV; Het gaat om de actuele waarde van de aandelen op het moment van rapportage.

- een overzicht te maken van de tussen partijen te verdelen huurinkomsten uit twee woningen, met verrekening van kosten, in de periode tussen de 8 oktober 2012 (de datum waarop partijen feitelijk uiteen zijn gegaan) en het moment van vaststellen van de rapportage.

Op basis van informatie van de deskundige (Naam) is het gerecht voornemens het voorschot op het honorarium van de deskundige vast te stellen op Afl. 10.000,--. Partijen wordt gelegenheid gegeven zich hierover per akte ter rolle uit te laten. Tevens kunnen partijen zich beargumenteerd uitlaten over de vraag wie van hen (of ieder de helft) het voorschot moet storten.

2.22

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

Verwijst de zaak naar de rol van 18 mei 2016 voor akte uitlating zijdens partijen inzake het bepaalde in de rechtsoverwegingen 2.10, 2.11, 2.12, 2.17, 2.18, 2.19, 2.20, 2.21.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.