Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:276

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
13-04-2016
Datum publicatie
02-05-2016
Zaaknummer
AR no. 2594 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geldleningovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 13 april 2016

Behorend bij AR no. 2594 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap BANCO DI CARIBE (ARUBA) N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

gemachtigde: mr. M.L.J.J.P. Willems,

tegen:

Gedaagde,

wonende te Aruba,

gedaagde,

procederende in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 27 januari 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 1 maart 2016. Eiseres is toen verschenen bij mr. M.L.J.J.P. Willems. Gedaagde is verschenen in persoon. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 30 augustus 2006 een geldleningsovereenkomst aangegaan. Gedaagde heeft zich niet aan zijn afbetalingsverplichtingen gehouden.

2.2

Eiseres heeft gedaagde bij brief van 3 februari 2015 (laatstelijk) gesommeerd om tot betaling van het openstaande bedrag ad Afl. 6.714,46 vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten over te gaan. Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

2.3

Eiseres heeft na daartoe bekomen verlof op 6 november 2015 conservatoir derdenbeslag doen leggen ten laste van gedaagde.

3 DE VORDERING EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te voldoen het bedrag van Afl. 6.714,46, zijnde de hoofdsom, vermeerderd met incassokosten ad Afl. 1.007,17 en rente ad 1.5% per maand (18% per jaar) te berekenen vanaf 18 februari 2015, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2

Gedaagde erkent dat hij het gevorderde bedrag verschuldigd is aan eiseres. Gedaagde stelt dat hij na verlies van zijn baan in betalingsonmacht is komen te verkeren en dat hij heeft getracht een betalingsregeling te treffen met eiseres. Ter comparitie heeft gedaagde aangegeven dat hij op geld uit een rechtszaak aan het wachten is en dat hij bereid is in de tussentijd een bedrag van Afl. 250,- per maand aan eiseres te voldoen.

3.3

Op de stellingen van partijen zal in de beoordeling, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Eiseres heeft haar vordering voldoende onderbouwd, terwijl gedaagde de vordering niet heeft betwist. Gedaagde wenst een betalingsregeling te treffen. Eiseres heeft ter comparitie aangegeven niet akkoord te gaan met het door gedaagde voorgestelde bedrag. Eiseres is niet verplicht om mee te werken aan de door gedaagde voorgestelde betalingsregeling van Afl. 250,00 per maand, te minder daar de door gedaagde gewenste regeling een dusdanig lage maandaflossing behelst, dat het geruime tijd zou duren voordat de schuld zou zijn afgelost, terwijl er geen reƫel vooruitzicht bestaat dat gedaagde op korte termijn de schuld ineens kan voldoen. Bovendien heeft gedaagde ter comparitie aangegeven dat er ook ten behoeve van Island Finance (Aruba) N.V. beslag zou zijn gelegd op zijn salaris. Eiseres heeft dan ook voldoende recht op en belang bij toewijzing van haar vordering. De vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed.

4.2

Als de in het ongelijk te stellen partij dient gedaagde veroordeeld te worden in de proceskosten aan de zijde van eiseres gevallen, welke kosten worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 388,13 aan oproepingskosten, Afl. 637,56 aan beslagkosten en Afl. 1.200,00 aan gemachtigdensalaris (3 punten bij tarief 3).

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:

5.1

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk kwijting aan eiseres te betalen het bedrag van Afl. 6.714,46, te vermeerderen met 1,5% rente per maand vanaf 18 februari 2015 tot aan de dag van algehele voldoening en met Afl. 1.007,17 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt gedaagde in de proceskosten gevallen aan de zijde van eiseres en te begroten op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 388,13 aan oproepingskosten, Afl. 637,56 aan beslagkosten en Afl. 1.200,00 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.