Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:262

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
19-04-2016
Zaaknummer
597 van 2015, P-2015/11367
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Veroordeling voor het medeplegen van een gewapende overval, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Beroep op vrijwillige terugtred afgewezen. Verzoek toepassing volwassenstrafrecht afgewezen. Verdachte is veroordeeld tot jeugddetentie van 21 maanden, met aftrek van voorarrest. Aan de benadeelde partij is een voorschot op de (immateriële) schade toegekend en aan verdachte is tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.A.P. Schröder.

De officier van justitie, mr. B.J. Schmitz, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren, met aftrek van voorarrest.

Tevens is toewijzing gevorderd van het voorschot tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten bedrage van Afl. 20.000,-- en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde in zijn vordering, met oplegging aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen.

De benadeelde partij, dhr. [slachtoffer] heeft ter terechtzitting terzake van de als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, een voorschot op de materiële en immateriële geleden schade gevorderd ten bedrage van Afl. 30.000,--.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 26 juli 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (of meer) (gouden) siera(a)d(en) (te weten een halsketting en/of een armband en/of een vingerring) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung Galaxy model S5) en/of een geldbedrag van ongeveer USD 500,- en/of AWG 1000,-, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

  • -

    die [slachtoffer] met bedekt(e) gezicht(en) heeft/hebben omsingeld en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of aan zijn lichaam getrokken en/of

  • -

    een pistool of een revolver, althans een vuurwapen, op het gezicht/hoofd/lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, althans dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

  • -

    dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, (ten overstaan van die [slachtoffer]) heeft/hebben doorgeladen en/of

  • -

    voornoemde siera(a)d(en) en/of mobiele telefoon en/of geldbedragen (met kracht) van die [slachtoffer] heeft/hebben weggerukt/weggenomen en/of

  • -

    (vervolgens) met dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen een schot op/in de richting van (het hoofd/gezicht van) die [slachtoffer] heeft/hebben gelost

zulks terwijl voornoemd feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (schotwond in het hoofd en/of (gedeeltelijk) verlies van het gehoor en/of zicht met het rechteroog) ten gevolge heeft gehad.

(art. 2:291 lid 1 en 2 jo. art. 2:289 sub a Wetboek van Strafrecht)

EN/OF

dat hij op of omstreeks 26 juli 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een (of meer) (gouden) siera(a)d(en) (te weten een halsketting en/of een armband en/of een vingerring) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung Galaxy model S5) en/of een geldbedrag van ongeveer USD 500,- en/of AWG 1000,-, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

  • -

    die [slachtoffer] met bedekt(e) gezicht(en) heeft/hebben omsingeld en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of aan zijn lichaam getrokken en/of

  • -

    een pistool of een revolver, althans een vuurwapen, op het gezicht/hoofd/lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, althans dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

  • -

    dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, (ten overstaan van die [slachtoffer]) heeft/hebben doorgeladen en/of

  • -

    (vervolgens) met dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen een schot op/in de richting van (het hoofd/gezicht van) die [slachtoffer] heeft/hebben gelost

zulks terwijl voornoemd feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (schotwond in het hoofd en/of (gedeeltelijk) verlies van het gehoor en/of zicht met het rechteroog) ten gevolge heeft gehad.

(art. 2:294 lid 1 en 3 jo. art. 2:291 lid 2 jo. art. 2:289 sub a Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 26 juli 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (of meer) (gouden) siera(a)d(en) (te weten een halsketting en/of een armband en/of een vingerring) en/of een mobiele telefoon (van het merk Samsung Galaxy model S5) en/of een geldbedrag van ongeveer USD 500,- en/of AWG 1000,-, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

  • -

    die [slachtoffer] met bedekt(e) gezicht(en) heeft/hebben omsingeld en/of

  • -

    die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of aan zijn lichaam getrokken en/of

  • -

    een pistool of een revolver, althans een vuurwapen, op het gezicht/hoofd/lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, althans en dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

  • -

    dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen, (ten overstaan van die [slachtoffer]) heeft/hebben doorgeladen en/of

  • -

    voornoemde siera(a)d(en) en/of mobiele telefoon en/of geldbedragen (met kracht) van die [slachtoffer] heeft/hebben weggerukt/weggenomen en/of

  • -

    (vervolgens) met dat/die pistool of revolver, althans vuurwapen een schot op/in de richting van (het hoofd/gezicht van) die [slachtoffer] heeft/hebben gelost

zulks terwijl voornoemd feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (schotwond in het hoofd en/of (gedeeltelijk) verlies van het gehoor en/of zicht met het rechteroog) ten gevolge heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting een beroep gedaan op vrijwillige terugtred en daartoe onder meer aangevoerd dat verdachte op de hoogte was van het plan om een gewapende overval op [slachtoffer] te plegen maar dat hij slechts tot de gang is meegelopen, waarna hij zich bedacht heeft en de gang waarin de gewapende overval op [slachtoffer] heeft plaatsgevonden heeft verlaten, voordat de overval was aangevangen. De raadsvrouw heeft met het oog op voormelde tevens betoogd dat van er zijdens verdachte geen sprake is van medeplegen.

Het gerecht overweegt als volgt.

Uit de als gebezigde bewijsmiddelen waaronder de tweede verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 augustus 2015 en de tweede en derde verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 en 8 augustus 2015 komt naar voren dat de verdachte erbij was toen de overval werd beraamd, dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer] samen met de medeverdachten heeft omsingeld, heeft aangevallen en zijn handen in de broekzakken van die [slachtoffer] heeft gestoken en daarin begon te zoeken en/of aan de gouden ketting van [slachtoffer] heeft gerukt en/of de gouden armband van [slachtoffer] heeft meegenomen.

Het gerecht concludeert uit het vorenstaande dat de verdachte door zijn handelingen een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de tenlastegelegde gewapende overval waarbij sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking met de overige medeverdachten. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van het delict in kwestie en wordt de stelling dat er sprake was van vrijwillige terugtred niet gevolgd.

Het gerecht volgt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de zich in het dossier bevindende stukken, de officier van justitie en de verdediging in de stelling dat onvoldoende is komen vast te staan dat de medeverdachte het schot heeft gelost met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden, gemakkelijker te maken dan wel de vlucht mogelijk te maken.

Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde strafverzwarende gevolg van het handelen van verdachte, in casu het zwaar lichamelijk letsel van het slachtoffer [slachtoffer], is niet vereist dat sprake is van opzet van verdachte op dat gevolg. Bij het strafverzwarende gevolg als bedoeld in het tweede lid van artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht gaat het immers om een geobjectiveerd bestanddeel, dat aan de opzeteis is onttrokken. Wel is vereist dat er sprake dient te zijn van een causaal verband en dat het gevolg redelijkerwijs aan verdachte kan worden toegerekend. Het gerecht is van oordeel dat het door het slachtoffer [slachtoffer] opgelopen zwaar lichamelijk letsel het directe gevolg is geweest van de door verdachte en zijn medeverdachten gepleegde overval en het daarbij afgeloste schot en dat dit gevolg ook aan verdachte en zijn medeverdachten kan worden toegerekend.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291, eerste lid en tweede lid jo artikel 2:289 aanhef en onder a van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

De verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten nog minderjarig, namelijk zeventien jaar oud. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit overeenkomstig het strafrecht voor volwassenen moet worden berecht. In dit verband heeft hij aangevoerd dat de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader alsmede de omstandigheden waaronder het feit is begaan, zich tegen toepassing van jeugdstrafrecht verzet.

De verdediging heeft toepassing van het jeugdstrafrecht bepleit.

Het gerecht stelt voorop dat artikel 1:158, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht aan de rechter de mogelijkheid biedt om ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van zestien jaren doch nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, recht te doen overeenkomstig de bepalingen zoals die gelden voor volwassenen, indien hij daartoe grond vindt in de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader alsmede in de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Uit de memorie van toelichting op dit wetsartikel blijkt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een limitatieve en cumulatieve opsomming van de gronden op basis waarvan de rechter in gevallen als daarin bedoeld tot toepassing van het volwassenenstrafrecht kan overgaan.

Het gerecht ziet, anders dan door de officier van justitie is betoogd, in de persoon van de verdachte onvoldoende grond om de verdachte overeenkomstig het volwassenenstrafrecht te berechten.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op het slachtoffer [slachtoffer], die in een doodlopende gang gelegen tussen [restaurant 1] en [restaurant 2] zat te telefoneren. Dit nadat zij hadden gezien dat het slachtoffer diverse sierraden droeg. Verdachte en zijn medeverdachten hebben het slachtoffer onder bedreiging met een vuurwapen, dat voor de ogen van het slachtoffer werd doorgeladen, beroofd van voornoemde sieraden, zijn mobiele telefoon en een hoeveelheid geld. Tijdens de overval is het vuurwapen dat een medeverdachte bij zich had afgegaan en is het slachtoffer door een kogel in zijn hoofd geraakt waardoor hij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat hij niet is overleden is een bijzonder gelukkige omstandigheid die niet aan verdachte of zijn medeverdachten is te danken. Misdrijven als de onderhavige zijn ernstige misdrijven die behoren tot een categorie strafbare feiten die een grove inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken en meer in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Slachtoffers van gewapende overvallen zoals de onderhavige lijden vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf van langere duur is dan ook geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte neemt het gerecht in aanmerking dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en dat het nimmer de bedoeling is geweest dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou bekomen.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan jeugddetentie van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen donkerblauwe mobiele telefoon van het merk Samsung aan de verdachte.

10 Benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een voorschot op de materiële en immateriële geleden schade die hij als gevolg van het bewezen verklaarde feit zou hebben geleden gevorderd ten bedrage van Afl. 30.000,--.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks (immateriële) schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van de verdachte en diens medeverdachten bewezenverklaarde gepleegde feit.

Gelet op het verhandelde ter zitting en met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, zal aan [slachtoffer] een voorschot op de immateriële schade worden toegekend van

Afl. 20.000,-. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering in zoverre ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar. De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De vordering van de benadeelde partij is naar het oordeel van het gerecht voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in strafgeding. Gelet hierop zal het gerecht bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht en verdachte voor dat feit zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van een bedrag groot Afl. 20.000,= ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door drie (3) maanden hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:62, 1:138, 1:78 jo 1:168, 1:157 en 1:165 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van eenentwintig (21) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9 genoemde voorwerpen;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer] -hoofdelijk in die zin dat als één (van de) mededader(s) heeft/hebben betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 20.000,- (zegge: twintigduizend florin), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het thans primair bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 26 juli 2015, tot die van de voldoening. De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde in zijn vordering niet ontvankelijk;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan het Land Aruba ten behoeve van de benadeelde partij van een bedrag van Afl. 20.000,= (zegge: twintigduizend florin), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van drie (3) maanden, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaald dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) mededader(s) aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 4 maart 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.