Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:252

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-04-2016
Datum publicatie
18-04-2016
Zaaknummer
EJ nr. 1476 van 2015
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, gezamenlijk gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 12 april 2016

Behorend bij EJ nr. 1476 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[naam] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

tegen:

[naam] ,

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

Belanghebbenden:

naam, hierna: minderjarige 1,

naam, hierna: minderjarige 2,

samen ook te noemen: de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt onder andere uit de tussen partijen gewezen tussenbeschikking van dit gerecht van 13 oktober 2015, waarbij de Voogdijraad is verzocht onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen ter beantwoording van de vraag of in dit geval het belang van de minderjarigen vereist dat alleen de moeder het gezag over hen uitoefent, en daarover rapport uit te brengen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 11 januari 2016;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling op 1 maart 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en de moeder bijgestaan door mr. A.A. Ruiz occuperende voor mr. I.R. Wever. Namens de Voogdijraad is mevrouw [naam] aanwezig.

De uitspraak is hierna bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Aan de orde is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarigen te worden belast.

2.2.

Zoals in de tussenbeschikking van 13 oktober 2015 reeds is overwogen, moet aangenomen worden dat indien een op eenhoofdig of gezamenlijk gezag gericht verzoek van de vader voorligt, eenhoofdig gezag slechts in aanmerking komt indien de rechter zulks in het belang van het kind wenselijk oordeelt (vgl. GHvJNAA 6-1-2009; ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0540).

Ter beoordeling ligt dan voor de vraag of het in het belang van de minderjarigen wenselijk is, dat de moeder het eenhoofdig gezag over hen blijft uitoefenen. Bij de beoordeling hiervan, neemt het gerecht als uitgangspunt dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen een van de ouders met het gezag over hem wordt belast, zoals met name indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (vgl. HR 18 maart 2005, LJN AS8525).

2.3

In zijn rapport schrijft de Voogdijraad dat partijen aangeven dat ze via telefonische berichten over de minderjarigen communiceren, maar dat desondanks belangrijke zaken niet altijd worden besproken. Partijen communiceren met name over praktische en dagelijkse dingen aangaande Minderjarige 2. Partijen zijn het er met elkaar over eens dat de relatie tussen de vader en Minderjarige 1 langzaamaan weer tot stand is gekomen en de goede kant opgaat en zeggen bereid te zijn om samen de opvoeding van Minderjarige 2 te structureren. Bij de afsluiting van het onderzoek hebben partijen te kennen gegeven bereid te zijn om het gezag over de minderjarigen gezamenlijk uit te oefenen.

De raadsonderzoeker concludeert dat partijen in staat zijn om in minimale vorm met elkaar te communiceren, maar dat dit feitelijk thans alleen Minderjarige 2 aangaat, en dat er over Minderjarige 1 niet wordt gecommuniceerd noch geconsulteerd. Daarom wordt geadviseerd het eenhoofdig gezag van de moeder over Minderjarige 1 te handhaven en de vader gezamenlijk met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over Minderjarige 2.

2.4

De moeder kan zich vinden in dit advies. De vader heeft zich tegen het advies verzet en daartoe gesteld dat het niet wordt gedragen door de inhoud van het rapport.

2.5 .

Het gerecht is op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat onvoldoende feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat eenhoofdig gezag in het belang van Minderjarige 1 is. Dat de relatie tussen Minderjarige 1 en de vader na de scheiding van partijen stroef verliep en/of nog verloopt, en dat partijen feitelijk niet over haar communiceren is daartoe onvoldoende. Gelet op het rapport van de Voogdijraad en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, acht het gerecht partijen geschikt en in staat beide minderjarigen naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden zij in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich niet alleen rond Minderjarige 2, maar ook rond Minderjarige 1 kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat geen sprake is van een onaanvaardbaar risico dat Minderjarige 1 door de (communicatie)problemen van de ouders klem of verloren zal raken bij het gezamenlijk gezag van de ouders.

2.6

In het belang van de minderjarigen zal het gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over de minderjarigen.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de vader, [naam], voortaan gezamenlijk met de moeder, [naam], het gezag zal uitoefenen over:

- Minderjarige 1, geboren op [geboortedatum] in Aruba, en

- Minderjarige 2, geboren op [geboortedatum] in Aruba;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 12 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.