Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:236

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
AR 1531 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen gave koopovereenkomst gesloten, geen nevenbedingen afgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 16 maart 2016.

Behorend bij AR 1531 van 2014.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLZ REAL ESTATE V.B.A.,

gevestigd te Aruba,

eiseres in de hoofdzaak, hierna ook te noemen: PLZ,

gemachtigde: de advocaat mr. A.F. Kuster,

tegen:

de naamloze vennootschap

NIZAAM INVESTMENT N.V.,

gevestigd te Curaçao, kantoorhoudende te Aruba,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in de vrijwaring, hierna ook te noemen: Nizaam,

gemachtigde: mr W.G.T.M. Kloes;

tegen

Gedaagde,

wonende te Aruba,

gedaagde in vrijwaring, hierna ook te noemen: Gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE IN DE HOOFDZAAK EN DE VRIJWARING

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende proceshandelingen:

- het inleidend verzoekschrift;

- de conclusie van eis in het incident tot oproeping in vrijwaring;

- de conclusie van antwoord in het incident;

- het vonnis in het incident;

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak;

- de conclusie van antwoord in vrijwaring;

- de conclusie van repliek in de hoofdzaak;

- de conclusie van repliek in de vrijwaring;

- de conclusie van dupliek in de vrijwaring;

- de akte uitlating producties in de vrijwaring;

- de conclusie van dupliek in de hoofdzaak.

De datum voor het vonnis werd nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN DE HOOFDZAAK EN DE VRIJWARING

PLZ

2.1

PLZ vordert veroordeling van Nizaam bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling aan PLZ van Afl. 210.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 dan wel 15 juni 2014, kosten rechtens.

2.2

PLZ stelt zich op het standpunt dat Nizaam voormeld bedrag aan haar verschuldigd is geworden op grond van tussen partijen overeengekomen boeteclausules, nu Nizaam in gebreke is gebleven bij de tijdige nakoming van tussen hen gesloten koopovereenkomsten betreffende 15 aan Nizaam in eigendom toebehorende appartementen te Adress Aruba.

2.3

Tussen partijen ontstond in april 2014 wilsovereenstemming met betrekking tot de doorslaggevende componenten van de overeenkomst, waaronder het verkoopobject, de prijs en de leveringsdatum van die appartementen aan PLZ. Ter formalisatie hiervan zijn aan Nizaam 15 qua voorwaarden gelijkluidende koopovereenkomsten ter bestudering en ondertekening aangeboden. Artikel 8 van die overeenkomsten bevat de boeteclausule waarop PLZ zich beroept.

2.4

Nizaam heeft de contracten niet willen ondertekenen vanwege de onder artikel 13 onder g van de overeenkomsten genoemde voorwaarde dat er met betrekking tot het verkochte geen rechtsgeding, bindend advies of arbitrage aanhangig is. Nizaam, bij monde van Gedaagde, gaf na kennisneming van deze voorwaarde aan dat er een gerechtelijke procedure liep, die het onzeker maakte of zij, Gedaagde, bevoegd was Nizaam te vertegenwoordigen en de appartementen te verkopen en leveren, hetgeen zij tot dan toe had verzwegen. Gedaagde gaf overigens aan dat het nog steeds de bedoeling was de onroerende goederen te leveren.

PLZ stelt zich – onder overlegging van een uittreksel van de Kamer van Koophandel van Aruba - op het standpunt dat Gedaagde tot 16 mei 2014 bevoegd was Nizaam te vertegenwoordigen. In april was zij dus nog bevoegd.

2.5

Bij brief van 4 juni 2014 heeft PLZ Nizaam in gebreke gesteld, de koopovereenkomsten buitengerechtelijk ontbonden en Nizaam aangemaand de opeisbare boeten te betalen.

NIZAAM

2.6

Nizaam verwerpt de vordering. Zij geeft aan dat Gedaagde niet bevoegd was om Nizaam te vertegenwoordigen, hetgeen kenbaar was uit de gegevens van de Kamer van Koophandel te Curaçao. Voorts stelt zij zich op het standpunt dat geen wilsovereenstemming is bereikt. Na bestudering van de concept-contracten heeft Gedaagde besloten deze niet te ondertekenen. Toen pas was duidelijk welke clausules voor PLZ cruciaal waren. Over de boeteclausule bestond evenmin wilsovereenstemming. Over die clausule is tussen partijen nooit gesproken.

2.7

De vordering in vrijwaring richt zich tegen Gedaagde. Zij is verplicht om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling van Nizaam te dragen, nu zij Nizaam onbevoegd heeft vertegenwoordigd.

GEDAAGDE

2.8

Gedaagde geeft aan dat haar volmacht voor Nizaam pas per 15 april 2014 is ingetrokken. Tot 6, althans 15 mei 2014 heeft zij bevoegd gehandeld. Zij betwist voorts dat er sprake was van wilsovereenstemming over de boeteclausule. Zij concludeert tot verwerping van de vordering.

3 DE BEOORDELING IN DE HOOFDZAAK EN DE VRIJWARING

3.1

Uit de stellingen van partijen blijkt dat PLZ en Gedaagde in hun onderhandelingen de koopsommen hadden bepaald en de datum van levering. Tussen partijen staat eveneens vast dat PLZ aan Gedaagde 15 concept-koopovereenkomsten heeft aangeboden “ter bestudering en ondertekening”. PLZ heeft niet, althans niet voldoende concreet, gesteld dat partijen op het moment van het aanbieden van de concept-overeenkomsten al hadden onderhandeld of zelfs maar gesproken over de nevenbedingen, zoals deze waren opgenomen in de concepten, waaronder de boeteclausule. Van gave en volledige wilsovereenstemming tussen partijen kan derhalve niet met recht worden gesproken.

3.2

In de kern genomen komt het verwijt van PLZ erop neer dat Nizaam, althans Gedaagde, nu er een gerechtelijke procedure liep, niet met haar had moeten onderhandelen over de verkoop van de appartementen of haar althans van meet af aan had moeten melden dat er een procedure liep. In de thans voorliggende zaak beroept PLZ zich echter niet op vermeend onrechtmatig handelen zijdens Nizaam en de schade die zij daardoor lijdt, maar op de boeteclausule.

3.3

Anders dan PLZ in onderdeel 10 van haar conclusie van repliek in de hoofdzaak aangeeft, betekent het feit dat Gedaagde, na ontvangst van de concept-overeenkomsten, wel opmerkingen heeft gemaakt over artikel 13 (de clausule dat er met betrekking tot het verkochte geen rechtsgeding, bindend advies of arbitrage aanhangig was) maar niet over artikel 8 (de boeteclausule) niet dat Gedaagde daarmee die clausule stilzwijgend heeft aanvaard of dat PLZ het zo heeft mogen begrijpen dat Gedaagde zich aan deze clausule verbond ook in het geval er geen volledige wilsovereenstemming tussen partijen zou ontstaan. Mogelijk zou de boeteclausule voor Gedaagde – indien de overeenkomst integraal tot stand gekomen zou zijn – inderdaad geen “issue” zijn geweest, zoals PLZ meent en is het in het algemeen gebruikelijk in dergelijke contracten boeteclausules op te nemen, maar volledige overeenstemming werd nu eenmaal niet bereikt.

3.4

Uit het voorgaande volgt dat PLZ geen aanspraak toekomt op de boeteclausule. Haar vordering dient derhalve te worden afgewezen. Zij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van Nizaam.

3.5

Nu de vordering tegen Nizaam wordt afgewezen, wordt ook de vordering in vrijwaring tegen Gedaagde afgewezen, met veroordeling van Nizaam in de kosten van de procedure in vrijwaring. Nu Gedaagde in persoon procedeert, zullen de kosten salaris gemachtigde op nihil worden gesteld.

4 DE BESLISSING IN DE HOOFDZAAK EN DE VRIJWARING

De rechter in dit gerecht:

In de hoofdzaak

Wijst de vordering af.

Veroordeelt PLZ in de kosten van de procedure aan de zijde van Nizaam, tot op heden begroot op Afl. 3.400,-- aan salaris gemachtigde.

In de vrijwaring

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Nizaam in de kosten van de procedure aan de zijde van Gedaagde, tot op heden begroot op nihil aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.