Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:224

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
12-04-2016
Zaaknummer
A.R. 1158 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 maart 2016

Behorend bij A.R. 1158 van 2013.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

General Surgery Center De Cuba N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: De Cuba N.V.,

eiser in conventie, gedaagde in reconventie

gemachtigde: advocaat mr. J.J. Coutinho,

tegen:

Gedaagde,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: Rivera,

gemachtigde: advocaat mr. D.C. Lopez Paz,

en

de naamloze vennootschap

Medicina Interna N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna te noemen Rivera N.V.,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

gemachtigde: advocaat mr. M.H.J. Kock.

1 DE VERDERE PROCEDURE

in conventie en reconventie

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    Het proces-verbaal van getuigenverhoor op 4 november 2015;

  • -

    de akte uitlating aan de zijde van Rivera N.V.;

  • -

    de akte aan de zijde van De Cuba N.V.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VERDERE BEOORDELING

in conventie

2.1

De Cuba N.V. heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om bewijs bij te brengen van haar stelling dat zij met Rivera N.V. een kale huurprijs van Afl. 1.800,00 per maand is overeengekomen.

2.2

De Cuba N.V. heeft hiertoe twee getuigen doen horen, Naam 1 (hierna Naam 1) en Naam 2 (hierna Naam2 ) als partij getuige. Indien een partij als getuige is gehoord, kan haar verklaring omtrent door haar te bewijzen feiten geen bewijs in haar voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.

2.3

Uit de verklaring van Naam 1 volgt dat zij niets weet van tussen Rivera N.V. en De Cuba N.V. gemaakte afspraken met betrekking tot de ruimte die Rivera N.V. in gebruik heeft. Ook verklaarde Naam 1 dat zij van de accountant had gehoord dat Rivera N.V. niet bereid was een nieuw huurcontract te tekenen, dat zij maandelijks een factuur maakte voor de kale huurprijs, dat Rivera N.V. die nooit heeft betaald maar dat zij wel enkele keren de kosten voor water en elektra heeft voldaan.

2.4

De Cuba heeft verklaard dat hij Rivera (N.V.) een huurcontract heeft aangeboden maar dat Rivera (N.V.) niet akkoord was en niet heeft getekend. De Cuba N.V. is desondanks maandelijks facturen gaan sturen voor de huurprijs, maar Rivera N.V. heeft die nooit betaald. In 2010 zijn de wederzijdse accountants met elkaar gaan onderhandelen over een huurprijs, doch dit heeft niet tot een regeling geleid. In 2011 heeft Rivera N.V. wel 6 x de kosten voor elektra betaald. Verder heeft zij nooit iets betaald.

2.5

Op basis van deze verklaringen, zowel separaat als in onderlinge samenhang bezien, is slechts één conclusie gerechtvaardigd, namelijk dat tussen partijen géén rechtsgeldige huurovereenkomst tot stand is gekomen, aangezien partijen nimmer overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de overeenkomst, te weten de huurprijs, de duur van de overeenkomst etc. De Cuba N.V. is dan ook niet geslaagd in haar bewijsopdracht.

Dit heeft tot gevolg dat de vordering in conventie wordt afgewezen.

in reconventie

2.6

De vordering in reconventie wordt eveneens afgewezen, nu uit het feitencomplex in conventie volgt dat tussen partijen evenmin een overeenkomst om niet tot stand is gekomen. In tegendeel, uit het feitencomplex in conventie volgt immers dat De Cuba .N.V. wilde dat Rivera N.V. huur zou gaan betalen voor de door haar gebruikte ruimte. De Cuba N.V. was dan ook in het geheel niet bereid om Rivera N.V. de ruimte om niet te laten gebruiken. Vast staat dat tussen partijen nimmer wilsovereenstemming is bereikt.

2.7

De vordering in reconventie wordt om deze reden afgewezen.

in conventie en reconventie

2.8

Het gerecht is van oordeel dat de eis van Rivera N.V. om bedrijfsruimte voor onbepaalde tijd om niet te mogen gebruiken strijdig is met de redelijkheid en billijkheid. Dit klemt te meer nu partijen al in 2004 gescheiden zijn. Vanwege de onredelijke opstelling van Rivera N.V. voelde De Cuba N.V. zich genoodzaakt om een procedure te entameren. Tegen deze achtergrond ziet het gerecht aanleiding de kosten in conventie en reconventie te compenseren.

3 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

in conventie en reconventie

3.1

wijst het gevorderde af;

3.2

bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.