Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:212

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
07-04-2016
Zaaknummer
A.R. no. 539 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiele handelszaak; tegenbewijslevering ter ontzenuwing van het rechterlijk vermoeden dat sprake was van een aandelenoverdracht ten titel van (ver)koop tegen een verkoopprijs van US$ 485.000,-- slaagt niet. Van koop om niet, zoals gesteld door gedaagde, kan ingevolge artikel 7:1 BW in verbinding met artikel 7:4 BW geen sprake zijn. Uit die bepalingen volgt immers dat koop de overeenkomst is waarbij de een zich verbindt een zaak in eigendom over te dragen en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen, terwijl indien de koop is gesloten zonder dat de prijs is bepaald de koper een redelijke prijs verschuldigd is voor de bepaling waarvan rekening wordt gehouden met de door de verkoper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen. Het Gerecht oordeelt ten overvloede dat de facto geen sprake was van een overdracht van de aandelen ten titel van koop, maar ten titel van beheer. Volgens het Gerecht is sprake is van een door gedaagde listig opgetrokken doch door te prikken rookgordijn of schijnconstructie om de werkelijke overdrachtstitel zo veel als mogelijk te verhullen, kennelijk en wellicht onder meer om eiser - die krachtens tussen partijen gemaakte afspraken gerechtigd was tot 10% van de koopprijs indien bedoelde aandelen zouden worden vervreemd aan een derde - te benadelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1025
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 17 februari 2016

Behorend bij A.R. no. 539 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiser,

wonende in Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. J.M. de Cuba,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Gedaadge,

gemachtigde: aanvankelijk de advocaat mr. G. de Hoogd, vervolgens de advocaat mr. D.L. Emerencia en thans de advocaat mr. R.J. Kock.

1. DE PROCEDURE

1.1 Het verloop van de procedure tot 15 oktober 2014 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 november 2014;

-het proces-verbaal van getuigenverhoor van 27 maart 2015;

-het proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 april 2015;

-de op 10 juni 2015 door Gedaadge genomen conclusie na bewijslevering;

-de op 19 augustus 2015 door Eiser genomen antwoordconclusie na bewijslevering.

1.2 Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.

2.2

Wat betreft het antwoord op de vraag of Gedaadge het in het tussenvonnis van 26 maart 2014 onder rechtsoverweging 4.6 aangenomen rechterlijk vermoeden - dat de in die overweging vermelde aandelen in Aruba Airlines tegen betaling van

US$ 485.000,-- door Gedaadge zijn overgedragen aan een derde - al dan niet heeft weten te ontzenuwen wordt het volgende overwogen.

2.3

Gedaadge stelt - door getuige De Hoogd meermalen bevestigd - dat de aandelen in Aruba Airlines (hierna: de aandelen) op 22 februari 2012 ten titel van koop om niet zijn overdragen door Gedaadge en (Naam 2) aan Trans Amico Trust (Aruba) N.V. (hierna: Trans Amico), terwijl vast staat dat Trans Amico 90% van die aandelen op 4 april 2012 heeft overgedragen aan Seastar Holding N.V. (hierna: Seastar).

2.4

Ter zake van die overdracht aan Seastar stelt Gedaadge verder dat ook die heeft plaatsgevonden ten titel van koop om niet. Die door Eiser bestreden stelling mist naar het oordeel van het Gerecht voldoende grondslag in het licht van de dienaangaande door Gedaadge alsnog bij schrijven van 19 maart 2015 overgelegde en bij partijen genoegzaam bekende koopovereenkomst van 4 april 2012 met als titel “SHARE PURCHASE AGREEMENT OF THE SHARES OF ARUBAANSE LUCHTVAARTMAASCHAPPIJ N.V. d.b.a. ARUBA AIRLINES” (hierna: de koopovereenkomst). Die koopovereenkomst - waarin met “Seller” wordt bedoeld: Trans Amico; met “Buyer”: Seastar; en met “the Company”: Arubaanse Luchtvaart Maatschappij N.V. - vermeldt immers onder meer:

(…).

2. Sale – Purchase Price, Obligations

2.1

The Purchase Price for the Shares consists of the following:

(a) Buyer agrees to pay directly to the creditor the debt of Aruba Airlines N.V. to Pro Care Services N.V. in the amount of USD 80,583,05, aforementioned amount to be settled by an amount of USD 30,000 to be paid within one week from the date on which this Agreement is signed by Parties, followed by 9 monthly payments of USD 5,000 each, the first payment of USD 5,000 to be paid no later than 30 November 2012 and a final payment of USD 5,583.05 to be paid no later than 31 August 2013.

(…).

(b) Buyer, furthermore, during a period of five years, starting at the date on which this Agreement is signed by Parties, agrees to be responsible for the payments of liabilities of the Company and/or Seller up to a maximum amount of USD 405,618 should any or all of the creditors demand payment or their credit and provided Seller can substantiate such liability.

2.2

All payments will take place in the form of a wire transfer or check.”.

2.5

Met Eiser is het Gerecht van oordeel dat uit het hiervoor geciteerde deel van de koopovereenkomst glashelder volgt dat de overdracht van 90% van de aandelen van Trans Amico naar Seastar niet om niet maar - zoals dat ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 BW hoort - om baat is geschied, en wel voor in totaal (80.583,05 + 405.618,-- =) US$ 486.201,05. Seastar was immers bereid en heeft aanvaard dat zij dat bedrag zou betalen als tegenprestatie voor de levering van bedoelde aandelen. De getuigenverklaringen van (naam 1) en (Naam 2) - die het Gerecht, anders dan de verklaring van getuige de Hoogd (waarover hierna onder 2.9.2 meer), betrouwbaar oordeelt - bevestigen die lezing. Het feit dat sprake was van (een deel zekere en een deel onzekere) schuldovername ten belope van dat bedrag maakt dat niet anders. De facto is naar het oordeel van het Gerecht sprake van een overeengekomen koopsom ad US$ 486.201,05.

2.6

In het licht van het hiervoor geschetste wordt ter zake van de hiervoor reeds weergegeven stelling van gedaadge dat de op 22 februari 2012 ten titel van koop om niet zijn overdragen door Gedaadge en (Naam 2) aan Trans Amico het volgende overwogen. Van een koop om niet kan ingevolge artikel 7:1 BW in verbinding met artikel 7:4 BW geen sprake zijn. Uit die bepalingen volgt immers dat koop de overeenkomst is waarbij de een zich verbindt een zaak in eigendom over te dragen en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen, terwijl indien de koop is gesloten zonder dat de prijs is bepaald de koper een redelijke prijs verschuldigd is voor de bepaling waarvan rekening wordt gehouden met de door de verkoper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen. De door Gedaadge overgelegde schriftelijke overeenkomst van 22 februari 2012 ter zake van de hier te bespreken overdracht (hierna: de overeenkomst) behelst geen koopsom, terwijl ook uit de stelling van Gedaadge - dat sprake is van een koop om niet - volgt dat de koop is gesloten zonder dat de koopprijs is bepaald door partijen.

2.7

Veronderstellenderwijze uitgaande van de juistheid van de eigen stelling van Gedaadge dat sprake is van een koop brengt één en ander met zich dat Trans Amico een redelijke koopprijs verschuldigd is aan Gedaadge en aan (Naam 2) (als zijnde verkopende/overdragende partijen). Voor de bepaling van die prijs knoopt het Gerecht aan bij de verkoopprijs die door Trans Amico is bedongen voor voormelde overdracht aan Seastar, te weten US$ 486.201,05. Dat brengt met zich dat het in het tussenvonnis aangenomen rechterlijk vermoeden, dat de aandelen door Gedaadge zijn overgedragen aan een derde tegen betaling van US$ 485.000,--, als zijnde niet door Gedaadge ontzenuwd vast komt te staan (in die zin dat de aandelen door Gedaadge (en Naam 2) op 22 februari 2012 zijn overdragen aan Trans Amico tegen een verkoopprijs van US$ 485.000,--). Vast komt daarom ook te staan dat Gedaadge 10% van die verkoopprijs verschuldigd is aan Eiser, en dat Gedaadge zich jegens Eiser schuldig maakt aan wanprestatie door dat bedrag, ondanks te dien aanzien in gebreke te zijn gesteld, onbetaald te laten.

2.8

Vorenstaande brengt mee dat de in het tussenvonnis van 26 maart 2014 onder 3.1 c. vermelde (primaire) vordering, net als de vordering onder 3.1 sub b. zal worden toegewezen, waarbij heeft te gelden dat Gedaadge de nevenvordering ter zake van betaling van wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan niet heeft bestreden. Nu vast staat dat de overdracht van de aandelen aan Trans Amico heeft plaatsgevonden op 22 februari 2012 (om baat van US$ 485.000,-- dus), zal die datum in aanmerking worden genomen voor de ingangsdatum van de verschuldigdheid van wettelijke rente. De in het tussenvonnis van 26 maart 2014 onder 3.1 a. vermelde (primaire) vordering almede de onder 3.1 d vermelde subsidiaire vordering zullen worden afgewezen omdat Eiser in het licht van de toe te wijzen vordering onder 3.1 c. en het gegeven dat hij geen schadevergoeding vordert geen belang heeft bij (toewijzing van) die vorderingen.

2.9.1

Uitgaande van de juistheid van de stelling van gedaadge dat de aandelen om niet zijn overgedragen aan Trans Amico, wordt het volgende ten overvloede overwogen.

2.9.2

Uit de feitelijkheden - bestaande uit de bewoordingen van de overeenkomst in verbinding met het door Gedaadge alsnog overgelegde aandelenregister van Aruba Airlines en de zogeheten “Board Resolution Arubaanse Luchtvaartmaatschappij N.V.” van 22 februari 2012 en voorts in verbinding met de getuigenverklaring van (Naam 2) - volgt dat dat op 22 februari 2012 geen sprake was van (zoals naar het oordeel van het Gerecht meermalen in strijd met de waarheid gesteld door Gedaadge (bij monde of pen van zijn aanvankelijke gemachtigde mr. De Hoogd) en meermalen in strijd met de waarheid verklaard door de onder ede gestelde getuige De Hoogd) een overdracht van de aandelen door Gedaadge en (Naam 2) aan Trans Amico ten titel van koop maar van een overdracht ten titel van beheer. Immers geldt het volgende.

2.9.3

Gedaadge en (Naam 2) worden in de overeenkomst niet geduid als verkopers maar als overdragers (“Transferors”), terwijl Trans Amico Trust (Aruba) N.V. wordt geduid als “Transferee” en niet als koper. In voormelde “Board Resolution” worden Gedaadge en (Naam 2) eveneens geduid als “Transferors” en niet als verkopers. Bij dit alles komt dat getuige (Naam 2) verklaart dat de aandelen zijn overgedragen aan Trans Amico “om de aandelen te beschermen” omdat hij met Gedaadge vreesde dat de andere partner in Aruba Airlines de aandelen zou vervreemden. Getuige (Naam 2) heeft het in dit verband in elk geval niet over een (ver)koop, maar telkens over een overdracht. Verder wordt in het aandelenregister van Aruba Airlines onderscheid gemaakt tussen verkochte aandelen en overgedragen aandelen, terwijl in dat register de levering van de aandelen aan Trans Amico wordt geduid als overdracht en de levering van de aandelen aan Seastar als verkoop. Tot slot blijkt uit het overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel van Aruba met betrekking tot trustkantoor Trans Amico niet dat de doelstelling van die rechtspersoon te dezen anders is dan het optreden ten titel van beheer of management. In elk geval blijkt uit dat uittreksel niet dat Trans Amico als doelstelling heeft om - anders dan juridisch gerechtigd - ook economisch gerechtigd te zijn tot aan haar overgedragen goederen, waaronder begrepen aandelen in Aruba Airlines. Dit alles klemt temeer omdat getuige De Hoogd (tevens zijnde directeur van Trans Amico) verder heeft verklaard dat volgens hem sprake was van een onvoorwaardelijke overdracht van de aandelen Aruba Airlines aan Trans Amico ten titel van koop om niet, met dien verstande dan aan Trans Amico de opdracht was verstrekt om een nieuwe investeerder in of een koper van Aruba Airlines aan te trekken en met dien verstande dat als die opdracht zou worden ingetrokken of als Trans Amico niet zou slagen in die opdracht de aandelen weer om niet zouden worden teruggeleverd. Sprake is van een listig opgetrokken rookgordijn of schijnconstructie om de werkelijke overdrachtstitel zo veel als mogelijk te verhullen, kennelijk en wellicht onder meer om Eiser te benadelen.

2.10

Overdracht ten titel van beheer (in het Latijn opvallend genoeg geheten fiducia cum amico; onderstreping door GEA) kan - anders dan overdracht ten titel van koop - geschieden om niet. Overdracht van de aandelen ten titel van beheer aan Trans Amico brengt in het licht van vorenstaande met zich dat wat betreft de opbrengst ad US$ 486.201,05 van de verkoop en levering van de aandelen door (de juridisch tot de aandelen gerechtigde) Trans Amico aan Seastar toebehoort aan (de op dat moment economisch tot de aandelen gerechtigden) Gedaadge en (Naam 2). Deze op zich rechtsgeldige constructie kan echter niet worden tegengeworpen aan Eiser, aan wie ook onder de in deze door te prikken omstandigheden 10% van de opbrengt van de verkoop en levering van de aandelen aan Seastar toekomt. Ook de hier besproken listige route leidt tot toewijzing van de in het tussenvonnis van 26 maart 2014 onder 3.1 sub c. vermelde (primaire) vordering van Eiser.

2.11

In het licht van al het vorenstaande wordt overigens nog ten overvloede overwogen dat de gemachtigde van Eiser onder 17. van zijn laatst genomen akte terecht opmerkt dat het geheel overziende en alle (GEA: abjecte) schijnbewegingen weggedacht de conclusie is dat de overdracht van de aandelen Aruba Airlines aan trustkantoor Trans Amico geschiedde ten titel van beheer.

2.12

Gedaadge zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiser, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 206,-- + 212,17 =) Afl. 1.168,17 aan verschotten en Afl. 8.500,--aan salaris voor de gemachtigde (5 punten van liquidatietarief 7, ad Afl. 1.700,-- per punt).

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-verklaart voor recht dat Gedaadge zich jegens Eiser schuldig maakte aan wanprestatie omdat Gedaadge tot 28 mei 2014 weigerde en bleef weigeren om het aandelenregister van Aruba Airlines aan Eiser te overleggen;

-veroordeelt Gedaadge om tegen kwijting aan Eiser te betalen ten titel van nakoming US$ 48.500,--, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaans courant, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 22 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

-veroordeelt Gedaadge in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiser, tot aan deze uitspraak begroot Afl. 1.168,17 aan verschotten en Afl. 8.500,--aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.