Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:210

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
06-04-2016
Zaaknummer
228 van 2015, P-2015/00765
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Medeplegen verduistering in dienstbetrekking door ambtenaar met gelden bestemd voor uitiliteitsbedrijven en valsheid in geschrifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

[adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2015 en 3 maart 2016. De verdachte is verschenen zonder rechtsbijstand.

De officier van justitie, mr. B.J. Schmitz, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feiten 1 en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis bij het niet naar behoren verrichten daarvan.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijziging, tenlastegelegd:

1.

dat zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 01 september 2012 tot en met 18 december 2012 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

als ambtenaar en/of een met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, (zijnde inningscontroleur en/of hoofdkassier en/of waarnemend chef bij het Hulpbestuurskantoor [district] (HBK [district])) opzettelijk (een hoeveelheid) geld, te weten een bedrag van (ongeveer) (in totaal) Afl. 109.088,- (toebehorende aan Water- en energiebedrijf Aruba NV (WEB)) en/of Afl. 10.918,- (toebehorende aan Servicio di Telecommunication di Aruba NV (Setar)), in elk geval geld en/of geldswaardig papier dat zij, verdachte, (telkens) in haar bediening (als ambtenaar en/of met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon) onder zich had, heeft verduisterd en/of (opzettelijk) heeft toegelaten dat het door een ander weggenomen of verduisterd is,

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) toen en aldaar (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) (al dan niet tijdelijk) onttrokken aan zijn/hun (ambtelijke) bestemming door dit/deze geldbedrag(en) (in strijd met de daarvoor binnen het HBK [district] geldende procedure(s)) niet en/of niet tijdig en/of niet volledig af te doen dragen aan die WEB en/of die Setar, althans aan een of meer utiliteitsbedrij(f)(ven), althans af te (doen) storten bij een bancaire instelling en/of geldtransportbedrijf,

en/of

heeft zij, verdachte, als inningscontroleur en/of hoofdkassier en/of waarnemend chef bij het HBK [district] toen en aldaar (telkens) (opzettelijk) nagelaten (voldoende en/of deugdelijke) controle uit te oefenen op een/de deposit(s)/storting(en) die is/zijn verricht door een of meer andere medewerker(s) van het HBK [district] en/of op de juistheid en/of volledigheid van de (financiële) administratie van het HBK [district] en/of (adequate) actie te ondernemen naar aanleiding van haar (verdachtes) eigen waarneming en/of (een) bericht(en) (van een of meer medewerker(s) van die WEB en/of Setar, althans een of meer utiliteitsbedrij(f)(ven) en/of HBK [district]) dat (een) deposit(s)/storting(en) ten behoeve van dat/die utiliteitsbedrij(f)(ven) niet en/of niet volledig en/of niet tijdig en/of niet in overeenstemming met de daarvoor binnen het HBK [district] geldende procedure(s) werd(en) verricht;

(artikel 375 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

dat zij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 05 november 2012 tot en met 06 december 2012 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meer van de volgende deposit formulier(en) (van de Arubabank) voorzien van (deposit) nummer:

A) 595157, en/of

B) 595163, en/of

C) 595174, en/of

D) 595175, en/of

E) 622399, en/of

F) 622429, en/of

G) 622420

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) waaruit enig recht en/of enige verbintenis en/of enige bevrijding van schuld kon ontstaan en/of dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) in strijd met de waarheid, - zakelijk weergegeven -

- op het onder A) bedoelde deposit-formulier de datum van 5 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 000478 ter waarde van Afl. 348,50 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder B) bedoelde deposit-formulier de datum van 6 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 29658 ter waarde van Afl. 3780,35 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder C) bedoelde deposit-formulier de datum van 7 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware op de dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 85570 ter waarde van Afl. 339,30 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder D) bedoelde deposit-formulier de datum van 7 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 14997 ter waarde van fl. 309,00 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder E) bedoelde deposit-formulier de datum van 26 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 855757 ter waarde van Afl. 333,55 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder F) bedoelde deposit-formulier de datum van 4 december 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque(s) met het nummer 000077 ter waarde van Afl. 44,35 en/of met het nummer 5217 ter waarde van Afl. 4689,50 en/of met het nummer 2829 ter waarde van Afl. 181,05 en/of met het nummer 2703 ter waarde van Afl. 199,95 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder G) bedoelde deposit-formulier de datum van 6 december 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware op die deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 2149 ter waarde van Afl. 129,06 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd),

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan;

(artikel 230 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1.

dat zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 01 september 2012 tot en met 18 december 2012 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

als ambtenaar en/of een met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, (zijnde inningscontroleur en/of hoofdkassier en/of waarnemend chef bij het Hulpbestuurskantoor [district] (HBK [district]) opzettelijk (een hoeveelheid) geld, te weten een bedrag van (ongeveer) (in totaal) Afl. 109.088,- (toebehorende aan Water- en energiebedrijf Aruba NV (WEB)) en/of Afl. 10.918,- (toebehorende aan Servicio di Telecommunication di Aruba NV (Setar)), in elk geval geld en/of geldswaardig papier dat zij, verdachte, (telkens) in haar bediening (als ambtenaar en/of met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon) onder zich had, heeft verduisterd en/of (opzettelijk) heeft toegelaten dat het door een ander weggenomen of verduisterd is,

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) toen en aldaar (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) (al dan niet tijdelijk) onttrokken aan zijn/hun (ambtelijke) bestemming door dit/deze geldbedrag(en) (in strijd met de daarvoor binnen het HBK [district] geldende procedure(s)) niet en/of niet tijdig en/of niet volledig af te (doen) dragen aan die WEB en/of die Setar, althans aan een of meer utiliteitsbedrij(f)(ven), althans af te (doen) storten bij een bancaire instelling en/of geldtransportbedrijf,

en/of

heeft zij, verdachte, als inningscontroleur en/of hoofdkassier en/of waarnemend chef bij het HBK [district] toen en aldaar (telkens) (opzettelijk) nagelaten (voldoende en/of deugdelijke) controle uit te oefenen op een/de deposit(s)/storting(en) die is/zijn verricht door een of meer andere medewerker(s) van het HBK [district] en/of op de juistheid en/of volledigheid van de (financiële) administratie van het HBK [district] en/of (adequate) actie te ondernemen naar aanleiding van haar (verdachtes) eigen waarneming en/of (een) bericht(en) (van een of meer medewerker(s) van die WEB en/of Setar, althans een of meer utiliteitsbedrij(f)(ven) en/of HBK Noord) dat (een) deposit(s)/storting(en) ten behoeve van dat/die utiliteitsbedrij(f)(ven) niet en/of niet volledig en/of niet tijdig en/of niet in overeenstemming met de daarvoor binnen het HBK Noord geldende procedure(s) werd(en) verricht;

2.

dat zij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 05 november 2012 tot en met 06 december 2012 te Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meer van de volgende deposit formulier(en) (van de Arubabank) voorzien van (deposit) nummer:

A) 595157, en/of

B) 595163, en/of

C) 595174, en/of

D) 595175, en/of

E) 622399, en/of

F) 622429, en/of

G) 622420

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) waaruit enig recht en/of enige verbintenis en/of enige bevrijding van schuld kon ontstaan en/of dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) in strijd met de waarheid, - zakelijk weergegeven -

- op het onder A) bedoelde deposit-formulier de datum van 5 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 000478 ter waarde van Afl. 348,50 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder B) bedoelde deposit-formulier de datum van 6 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 29658 ter waarde van Afl. 3780,35 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder C) bedoelde deposit-formulier de datum van 7 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware op de dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 85570 ter waarde van Afl. 339,30 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder D) bedoelde deposit-formulier de datum van 7 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 14997 ter waarde van fl. 309,00 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder E) bedoelde deposit-formulier de datum van 26 november 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 855757 ter waarde van Afl. 333,55 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder F) bedoelde deposit-formulier de datum van 4 december 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware de op dat deposit-formulier vermelde cheque(s) met het nummer 000077 ter waarde van Afl. 44,35 en/of met het nummer 5217 ter waarde van Afl. 4689,50 en/of met het nummer 2829 ter waarde van Afl. 181,05 en/of met het nummer 2703 ter waarde van Afl. 199,95 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd), en/of

- op het onder G) bedoelde deposit-formulier de datum van 6 december 2012 vermeld (als zijnde de omzet- en/of deposit datum en/of als ware op die deposit-formulier vermelde cheque met het nummer 2149 ter waarde van Afl. 129,06 op die datum aan ((een) medewerker(s) van) het HBK [district] overhandigd/overlegd),

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

Het gerecht stelt voorop, zoals ook de officier van justitie naar voren heeft gebracht, dat voor een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit (artikel 375 van het Wetboek van Strafrecht (oud)) niet nodig is dat vast komt te staan dat de verdachte zich geld heeft toegeëigend. Voldoende is dat bewezen kan worden dat de verdachte dat geld onder zich had en het aan zijn (ambtelijke) bestemming heeft onttrokken.

Verdachte betwist dat zij strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor de verduistering bij het HBK [district] van een groter bedrag dan (ruim) Afl. 5.000,=. Zij erkent dat zij de medeverdachte […], die een tekort ter grootte van dit bedrag had doen ontstaan, heeft geholpen de verdwijning van dit bedrag te verhullen. Zij stelt echter nooit geweten te hebben dat er een bedrag van in totaal circa Afl. 120.000,= was verdwenen. Zij vermoedt nu dat de medeverdachte […] hiervoor verantwoordelijk is.

Het gerecht hecht aan deze verklaring van de verdachte geen geloof. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de verdachte en haar medeverdachte […] er op verschillende momenten gedurende de ten laste gelegde pleegperiode er onder anderen door personeel van WEB, Elmar en Setar op zijn gewezen dat er in toenemende mate een discrepantie ontstond tussen de op het HBK [district] van klanten van deze bedrijven geïnde bedragen en de door HBK afgestorte bedragen. Naar het oordeel van het gerecht kan het niet anders dan dat verdachte en [medeverdachte] er beiden weet hadden dat het tekort aan afstortingen steeds groter werd en er tezamen, door de slepen en te schuiven met op andere dagen geïnde bedragen, hebben getracht dat tekort te verhullen. De verdachte heeft bovendien verklaard zulks in opdracht van [medeverdachte] te hebben gedaan. Een verklaring voor het ontstaan van het uiteindelijke bedrag van circa Afl. 120.000,= heeft de verdachte noch de medeverdachte […] gegeven, behalve dat zij elkaar als de daarvoor, buiten hun medeweten, verantwoordelijke persoon aanwijzen. In het licht van het vorenstaande – het gezamenlijke verhullen van het steeds groter wordende tekort – is ook die verklaring ongeloofwaardig. Daarbij is in aanmerking genomen dat het strafdossier geen enkele concrete aanwijzing biedt dat anderen dan verdachte en de medeverdachte […] voor de verdwijning van het geld verantwoordelijk zijn. Zij hebben in dit opzicht ook zelf geen andere verklaring voor de verdwijning van het geld gegeven.

Het vorenstaande leidt tot geen andere conclusie dan dat de verdachte en de medeverdachte […] zich in nauwe samenwerking schuldig hebben gemaakt aan de onttrekking van een geldbedrag van circa Afl. 120.000,= aan zijn bestemming dat zij als ambtenaar onder zich hadden.

Het gerecht acht voorts bewezen dat de verdachte in nauwe samenwerking met de medeverdachte […], ten einde hun hiervoor omschreven handelen te verhullen, een aantal depositformulieren van een onjuiste datum hebben voorzien om te doen voorkomen alsof zij betrekking hadden op op andere data gestorte bedragen. Aan de verklaring van de verdachte dat dit allemaal vergissingen waren, hecht het gerecht, gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen, geen geloof.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Medeplegen van als ambtenaar opzettelijk geld dat hij in zijn bediening onder zich heeft, verduisteren, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 375 van het Wetboek van Strafrecht (oud).

2. Medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 230, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, werkzaam als ambtenaar bij het Hulpbestuurskantoor in [district] in de functie van inningsconstroleur, heeft zich gedurende een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan ambtelijke verduistering ten aanzien van betalingen die door burgers werden gemaakt aan utiliteitsbedrijven. Verdachte heeft door haar frauduleus handelen ten onrechte ten minste Afl. 120.006,- verduisterd en aldus aan bedoelde utiliteitsbedrijven aanmerkelijke financiële schade toegebracht. Door haar handelen heeft zij voorts het vertrouwen dat door de maatschappij in een ambtenaar mag worden gesteld ernstig geschaad en de integriteit van haar beroepsgroep in diskrediet gebracht. Het gerecht rekent verdachte dit feit dan ook zwaar aan.

Ten voordele van verdachte geldt dat zij nooit eerder is veroordeeld voor enig misdrijf.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een gevangenisstraf én een taakstraf van na te melden duur.

Het gerecht zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:45, 1:46 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden;

beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderdenveertig (240) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door honderdtwintig (120) dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 24 maart 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.