Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:206

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
06-04-2016
Zaaknummer
628 van 2015 en 78 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Diefstal in vereniging, gevolgd door bedreiging met geweld tegen toerist. Verweer raadsvrouw dat er i.c. sprake is van twee afzonderlijke strafbare gedragingen verworpen. Oplegging van deels voorwaardelijke straf op grond van proceshouding verdachte. Strafmaatverweer raadsvrouw dat optreden politieagent bij aanhouding gepaard gegaan met excessief machtsgebruik verworpen.

Bij strafoplegging ook rekening gehouden met gelijktijdige veroordeling in andere zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de gevoede zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaken

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.A.R. Bryson. Ter terechtzitting zijn de zaken met parketnummers P-2015/11524 en P-2015/06035 ge-voegd.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten onder 1 en 2 in de zaak met parketnummer P-2015/11524 en onder 1 primair en 2 in de zaak met parketnummer P-2015/06035, te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van het inbeslaggenomen luchtdruk-pistool.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

In de zaak met parketnummer P-2015/11524

1. dat hij op of omstreeks 21 augustus 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening onder meer heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zjin mededader(s), een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich heeft/hebben gehad en/of op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd “I’m gonna shoot you”;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 21 augustus 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 jo artikel 1 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

In de zaak met parketnummer P-2015/06035

1. dat hij in of omstreeks de periode tussen 25 april 2015 en 26 april 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk [merk], type [type], met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij in of omstreeks de periode tussen 25 april 2015 en 26 april 2015 te Aruba, opzettelijk een personenauto van het merk [merk], type [type], met kenteken [kentekennummer], heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het/de goed(eren) wist en/of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(artikel 2:397 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij in of omstreeks de periode tussen 24 april 2015 en 25 april 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk [merk], type [type], met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

(artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

In de zaak met parketnummer P-2015/11524

1. dat hij op of omstreeks 21 augustus 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zjin mededader(s), een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich heeft/hebben gehad en/of op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd “I’m gonna shoot you”;

2. dat hij op of omstreeks 21 augustus 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

In de zaak met parketnummer P-2015/06035

1. dat hij op of omstreeks de periode tussen 25 april 2015 en 26 april 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk [merk], type [type], met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

2. dat hij op of omstreeks de periode tussen 24 april 2015 en 25 april 2015 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk [merk], type [type], met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door inklimming en/of (een) valse sleutel(s).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

In de zaak met parketnummer P-2015/11524

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het tenlastegelegde feit onder 1 - samengevat - betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen oogmerk had op de diefstal met (bedreiging met) geweld. De raadsvrouw is van mening dat er twee afzonderlijke strafbare handelingen dienen te worden onderscheiden, namelijk de reeds voltooide vermoedelijke diefstal (waarbij verdachte de goederen reeds in zijn macht had) en de bedreiging die zich ná die diefstal zou hebben voorgedaan, waarbij verdachte - omdat de aangever hem bleef volgen - die aangever met het luchtdrukpistool zou hebben bedreigd.

Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en de verklaring van de verdachte, komt het volgende naar voren. Verdachte en zijn mededaders hadden zich op 21 augustus 2015 naar het strand van “[strand]” begeven, met het plan om toeristen aldaar te bestelen. De aangever, die zich met zijn gezin aan voormeld strand bevond, had op een gegeven moment verdachte en zijn mededaders betrapt terwijl zij twee aan die aangever en zijn gezin toebehorende tassen, met inhoud, doorzochten. De aangever schreeuwde naar hen, waarop zij op de vlucht sloegen met medeneming van voormelde tassen. De aangever achtervolgde hen, totdat de verdachte zich had omgekeerd en een luchtdrukpistool tevoorschijn haalde en die op de aangever richtte.

De strafbare gedraging was nog niet voltooid op het moment dat de verdachte het lucht-drukpistool tevoorschijn haalde en die op de aangever richtte met de bedoeling de diefstal gemakkelijker te maken en de vlucht voor de verdachte en zijn mededaders mogelijk te maken en daarmee de bezittingen aan de macht van de aangever te onttrekken. Naar het oordeel van het gerecht is er dan ook geen sprake van twee afzonderlijke, doch van één strafbare handeling. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer P-2015/11524

1. Diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oog-

merk om die diefstal gemakkelijker te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 juncto artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapen-

verordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

In de zaak met parketnummer P-2015/06035

1. primair: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, samen met anderen, aangever (een toerist) op het strand bestolen, waarbij hij - op de vlucht geslagen en achtervolgd door aangever - een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening (een luchtdrukpistool) tevoorschijn heeft gehaald en die op aangever heeft gericht.

Diefstallen zijn hinderlijke feiten die voor de benadeelde hinder en materiële schade met zich meebrengen. Behalve die schade, is het vooral ook het schenden van het ongestoorde bezit dat gedupeerden zo schokt. Het gerecht rekent het de verdachte aan dat hij gebruik heeft gemaakt van een vuurwapen - zoals reeds aangehaald - om de aangever te bedreigen, zodat deze de achtervolging zou staken. Verdachte is met zijn handelen geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van grote onrust en onveiligheid die door zijn laakbare handeling worden veroorzaakt. Daar komt nog bij dat het een misdrijf is met een agressief karakter. Tevens heeft verdachte gevoelens van verloedering in de samenleving teweeggebracht. Bovendien kunnen verdachte en zijn mededaders op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen, hetgeen schadelijk zal zijn voor het imago voor Aruba als relatief veilig land. Toerisme is namelijk een van - zo niet - de grootste economische steunpilaar voor Aruba, dat door dergelijk handelen ernstig wordt aangetast en desastreuze gevolgen kan hebben voor het Arubaans economisch en financieel bestel.

Verdachte heeft ook middels het gebruik van zijn autosleutel een auto van een ander gestolen. Voorts heeft hij, samen met een ander, wederom met gebruik van zijn autosleutel een auto gestolen.

Diefstallen van auto’s zijn hinderlijke feiten die voor de benadeelden hinder en schade met zich meebrengen én gevoelens van verloedering in de Arubaanse samenleving veroorzaken.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij, vóór het plegen van de bewezenverklaarde feiten, niet eerder ter zake van enig strafbaar feit is veroordeeld.

In zijn voordeel geldt voorts dat hij een jeugdige leeftijd heeft, ter terechtzitting volledige openheid van zaken heeft gegeven en blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelingen in te zien. Verdachte heeft ook ter terechtzitting blijk gegeven verantwoordelijkheid voor zijn daden te nemen en aldaar aangegeven een volledige wending aan zijn leven te willen geven teneinde zich op het rechte pad te begeven en aldaar te blijven.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het tenlastegelegde feit onder 1 in de zaak met parketnummer P-2015/06035 betoogd dat aan verdachte een lagere dan de door de officier van justitie geëiste straf dient te worden opgelegd. Zij heeft - samengevat - aangevoerd dat het optreden van de arresterende politieagent bij de aanhouding van verdachte gepaard is gegaan met excessief machtsgebruik, nu de wachtcommandant hem heeft opgedragen niet op te treden totdat er versterking aan zou komen.

Uit het dossier vloeit voort dat de desbetreffende politieagent, nadat bij hem het redelijk vermoeden was gerezen dat de auto waarin verdachte en zijn vrienden reden van diefstal afkomstig was, zijn dienstwapen trok en hen sommeerde om op de grond te gaan liggen. Verdachte, die zich op dat moment bij een eettent bevond, gaf geen gehoor aan de opdracht van de politieagent en liep - onder het uiten van scheldwoorden en het opsteken van zijn middelvinger - van die plek weg. Uit het dossier volgt voorts dat de politieagent verder geen aandacht aan hem besteedde, omdat hij drie arrestanten op de grond had liggen in afwachting van versterking.

Het gerecht leidt uit het vorenstaande af dat er geen sprake is geweest van excessief machtsgebruik, nu verdachte is weggelopen en de opdracht van de politieagent gewoon in de wind heeft geslagen. Het verweer van de raadsvrouw slaagt derhalve niet.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken. Het gerecht houdt bij deze strafoplegging rekening met de gelijktijdige veroordeling in de zaak met parketnummer P-2015/01168.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer P-2015/11524 in beslag genomen luchtdrukpistool, zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de in die zaak onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62, 1:74, 1:75, 1:136, 1:138 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, hem te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht,

met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9 genoemde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 16 maart 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.