Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:145

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
EJ nr. 933 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiel - EJ - wijziging alimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 8 maart 2016

behorend bij EJ nr. 933 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de vader] ,

wonende in Nederland,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[de moeder], en

[de dochter],

beiden wonende in Aruba,

VERWEERSTERS, hierna ook te noemen de moeder en [dochter],

gemachtigde: de advocaten mrs. A.A.D.A. Carlo en T.C. Cooman.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de minderjarige], de minderjarige,

[dochter] en [de minderjarige] zullen tevens worden aangeduid met: de kinderen.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 6 mei 2015;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 27 oktober 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de partijen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.

De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Bij beschikking van de rechtbank te Utrecht van [datum] 2007, is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is een bedrag bepaald dat de vader dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

2.2

Bij beschikking van de rechtbank te Utrecht van [datum] 2011 ([nummer]) is voornoemde beschikking gewijzigd en is bepaald dat de vader met ingang van de datum waarop de woning getransporteerd zal zijn met een bedrag van € 200,- per kind per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding.

3 HET VERZOEK

3.1

De vader heeft verzocht om wijziging van bovengenoemde beschikking van [datum] 2011 in die zin dat het door hem te betalen bedrag aan kinderalimentatie zal worden verlaagd ingaande 1 mei 2015, dan wel per datum die het gerecht juist acht, voorts te bepalen dat indien de moeder niet meewerkt aan het bewijs van in leven zijn van de kinderen dat de vader gerechtigd is om de bijdrage in het levensonderhoud van de kinderen te verlagen met het bedrag dat de vader aan kinderbijslag zou hebben ontvangen en te bepalen dat de vader de bijdrage in het levensonderhoud van het oudste kind voor zover nog verschuldigd rechtstreeks aan haar kan voldoen.

3.2

Aan zijn verzoek heeft hij ten grondslag gelegd dat zijn financiële situatie vanaf 1 mei 2015 zodanig is gewijzigd dat hij na betaling van zijn vaste lasten niet meer in staat zal zijn om de alimentatie waartoe hij is veroordeeld te voldoen. Ter onderbouwing hiervan heeft hij aangevoerd dat hij per 1 mei 2015 buiten zijn toedoen geen baan meer heeft en slechts 70% van zijn huidige inkomen middels een werkloosheiduitkering ontvangt, voorts dat ingevolge een wetswijziging in Nederland in 2012 hij nog maar 70% aan kinderbijslag ontvangt omdat de kinderen alhier, dus in het buitenland, wonen, en dat aangenomen moet worden dat de moeder en haar echtgenoot inmiddels wel een inkomen hebben en derhalve ook kunnen bijdragen in de kosten van de kinderen.

3.3

De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de vader. Volgens de moeder is er geen sprake van een relevante wijziging van omstandigheden, nu het inkomen van de vader en zijn vaste lasten nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven, voorts dat met de kinderbijslag die de vader ontvangt geen rekening is gehouden bij de berekening van zijn draagkracht bij de beschikking van [datum] 2011 en dat de draagkracht van de stiefvader van de kinderen tevens verdeeld wordt met zijn eigen kinderen.

4 DE BEOORDELING

Rechtsmacht

4.1

Artikel 429ba van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (Rv.) bepaalt dat aan de rechter geen rechtsmacht toekomt, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van relevante aanknopingspunten moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van de minderjarigen. In dit geval wonen de kinderen in Aruba, zodat het gerecht zich in deze bevoegd acht. Op dit alimentatieverzoek zal voorts, gelet op de gewone verblijfplaats van de kinderen en de moeder, het Arubaanse recht worden toegepast.

Wijziging kinderalimentatie

4.2

Ingevolge artikel 1:401 leden 1 en 4 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

4.3

Bij beschikking van [datum] 2011 is de rechtbank ervan uitgegaan dat de vader een inkomen heeft van € 2.538,40 bruto per maand en dat de moeder en haar echtgenoot geen inkomen hebben.

4.4

Vast staat dat de werkeloosheidsuitkering (hierna: WW) die de vader ingaande 1 mei 2015 ontvangt € 2.030,- bruto per maand bedraagt en dat hij een beëindigingsvergoeding van € 63.000,- bruto heeft ontvangen.

Met de moeder is het gerecht van oordeel dat in redelijkheid van de vader kan worden gevergd dat hij zijn (volledige) ontbindingsvergoeding aanwendt ter suppletie van zijn inkomen uit WW teneinde te blijven voldoen aan zijn onderhoudsverplichtingen. De bestaande onderhoudsverplichtingen behoren naar het oordeel van het gerecht prioriteit te krijgen boven het belang van de vader om zijn lopende schulden af te lossen, motorrijlessen te volgen, reistickets en advocaatkosten te betalen, en om korte vakanties te nemen. Nu voorts niet is gebleken dat bij de berekening van de draagkracht van de vader bij de beschikking van 31 augustus 2011, rekening is gehouden met de kinderbijslag die hij (destijds) ontving, levert de omstandigheid dat deze kinderbijslag sindsdien is verlaagd, geen wijziging van omstandigheden als bedoeld in artikel 1:401 leden 1 en 4 BWA op. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat het inkomen van de vader ongewijzigd is gebleven.

4.5

Tussen partijen staat ook vast, dat de vrouw en haar echtgenoot inmiddels een inkomen hebben. Dit levert ten opzichte van de beschikking van 31 augustus 2011 een wijziging van omstandigheden op zoals bedoeld in artikel 1:401 leden 1 en 4 BWA.

4.6

Het gerecht stelt dan ook vast dat die alimentatiebeschikking inmiddels is achterhaald en niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. De aard van de alimentatiebeschikking op de voet van art. 1:401 lid 1 brengt mee dat de rechter, wanneer hij heeft vastgesteld dat een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud door een wijziging van omstandigheden heeft opgehouden aan de wettelijke maatstaven te voldoen, geheel vrij is om met inachtneming van alle ten tijde van zijn beslissing bestaande relevante omstandigheden en zonder door de aldus achterhaalde uitspraak in zijn vrijheid te worden beperkt, die uitspraak te wijzigen dan wel in te trekken (vgl. HR d.d. 4 februari 2000; ECLI:NL:HR:2000:AA4724).

4.7

Het gerecht zal gelet hierop een nieuwe alimentatie vaststellen.

4.8

Kosten kinderen

Bij het vaststellen van de behoefte van een kind hanteert het gerecht als richtsnoer voor kinderen van 12 jaar en ouder, die op Colegio Arubano zitten, een bedrag van Afl. 750,- per maand. In dit bedrag zitten begrepen de noodzakelijke schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet is begrepen in bovengenoemd bedrag. In dit geval is niet gebleken van dergelijke uitgaven, zodat het gerecht de behoefte van de kinderen zal bepalen op Afl. 750,- per kind per maand.

Draagkracht vader

4.9

Nu het gerecht reeds heeft overwogen dat het inkomen van de vader ongewijzigd is gebleven, zal dit inkomen worden bepaald op afgerond netto (!) € 2.500,-. Wat betreft de noodzakelijke vaste lasten, houdt het gerecht rekening met een telkens afgerond bedrag van € 720,- aan hypotheek, € 79,- aan gemeentebelastingen, € 100,- aan servicekosten en € 126,- aan ziektekostenpremie, en een forfaitair bedrag van € 714,- aan voorziening in het eigen levensonderhoud. Met de overige door de vader opgevoerde kosten houdt het gerecht niet afzonderlijk rekening, omdat deze kosten geacht moeten worden te zijn inbegrepen in het forfaitair bedrag voor het eigen levensonderhoud, dan wel geen prioriteit dienen te genieten boven de kinderalimentatie. Dat betekent dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van € 799,-, waarmee hij kan voorzien in de kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen.

4.10

Wat betreft het inkomen van de moeder, overweegt het gerecht het volgende.

Uit de door de moeder overgelegde stukken, blijkt dat zij en haar echtgenoot een maandelijks netto-inkomen genieten van Afl. 7.626,-.

Het gerecht houdt wat betreft de noodzakelijke vaste lasten rekening met een forfaitair bedrag van Afl. 2.500,- voor het eigen levensonderhoud van de moeder en de echtgenoot, waarin zijn begrepen de gebruikelijke lasten van een gemeenschappelijke huishouding, een bedrag van Afl. 2.285,- aan hypotheek, een bedrag van Afl. 430,- aan aflossing van een persoonlijke lening en een bedrag van Afl. 550,- aan kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van de echtgenoot. Dit betekent dat de moeder en haar echtgenoot maandelijks een bedrag overhouden van Afl. 1.861,-, waarmee zij kunnen voorzien in de kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen.

4.11

Gelet op de kosten van de kinderen enerzijds en de draagkracht van de ouders anderzijds, is het gerecht van oordeel dat de vader in staat moet worden geacht om met een bedrag van Afl. 342,75 (op heden afgerond € 175,-) per kind per maand bij te dragen ten behoeve van de kinderen en zal bepalen dat deze bijdrage in zal gaan vanaf de eerste van de maand na de datum van behandeling van deze zaak, derhalve met ingang van 1 september 2015. Nu een bijdrage als de onderhavige van maand tot maand pleegt te worden verbruikt en gelet op de datum van deze uitspraak, zal het gerecht bepalen dat voor zover de vader vóór 1 september 2015 meer heeft betaald of op hem is verhaald, de bijdrage tot heden wordt gelijkgesteld aan hetgeen door hem meer is betaald of op hem is verhaald.

4.12

Ten overvloede merkt het gerecht op dat voor het verzoek van de vader, om te bepalen dat indien de moeder niet meewerkt aan het bewijs van in leven zijn van de kinderen de vader gerechtigd is om de bijdrage in het levensonderhoud van de kinderen te verlagen met het bedrag dat hij anders aan kinderbijslag zou hebben ontvangen, geen wettelijke grondslag bestaat. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

4.13

Nu [dochter] gedurende het verloop van onderhavige procedure meerderjarig is geworden, zal het gerecht bepalen dat het bedrag aan kinderalimentatie direct aan haar uitbetaald zal worden.

4.14

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijzigt de beschikking van [datum] 2011 ([nummer]) in die zin dat de bijdrage van de vader [vader] in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2002 in Nederland, en van de jongmeerderjarige [dochter], geboren op [geboortedatum] 1997 in Nederland, met ingang van 1 september 2015 wordt bepaald op Afl. 342,75 (afgerond € 175,-) per kind per maand,

bepaalt dat voor zover de vader vóór 1 september 2015 meer heeft betaald of op hem is verhaald, de onderhoudsbijdrage tot heden wordt gelijkgesteld aan hetgeen door hem meer is betaald of op hem is verhaald,

bepaalt dat de bijdrage ten behoeve van [dochter] voortaan direct aan haar zal worden betaald,

bepaalt dat de bijdrage ten behoeve van [de minderjarige] dient te worden betaald via de Voogdijraad in Aruba,

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 8 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.