Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:142

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-02-2016
Datum publicatie
03-03-2016
Zaaknummer
L.A.R. nr. 1774 van 2015
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestreden beslissing, betreffende intrekking Certificaat naturalisatietoets na geconstateerde onregelmatigheden, behelst oordeel van het Examenbureau, waartegen geen bezwaar of beroep openstaat. Bezwaar ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard. Gerecht voorziet zelf in de zaak, met toepassing van artikel 47, lid 4 Lar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 29 februari 2016

L.A.R. nr. 1774 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[ Appellante ],

wonende in Aruba,

APPELLANT,

gemachtigd: de advocaat mr. D.G. Kock,

gericht tegen:

DE DIRECTEUR VAN DE DIRECTIE ONDERWIJS,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mw. mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 31 oktober 2014, zoals gewijzigd bij brief van 23 maart 2015 en gemotiveerd bij brief van 25 juni 2015, heeft de directeur van de Directie Onderwijs appellante bericht dat het aan haar afgegeven Certificaat naturalisatietoets is ingetrokken.

Tegen deze beschikking heeft appellante op 2 december 2014 bij verweerder bezwaar gemaakt.

Bij brief van 3 juli 2015 heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Hiertegen heeft appellante op 13 augustus 2015 bij dit gerecht beroep ingesteld.

Het beroep is behandeld ter zitting van 23 november 2015, alwaar is verschenen appellante in persoon, bijgestaan door de advocaat mr. E.C.P.M. Kok, occuperende voor de gemachtigde voornoemd en verweerder bij zijn gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 8, eerste lid en onder d van de Rijkswet op het Nederlanderschap komt voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel 7 slechts in aanmerking de verzoeker die in het Koninkrijk en het land van ingezetenschap als ingeburgerd kan worden beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal en – indien hij in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hoofdverblijf heeft – de taal die op het eiland van het hoofdverblijf gangbaar is, alsmede van de staatsinrichting en maatschappij van het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en hij zich ook overigens in een van deze samenlevingen heeft doen opnemen.

2.1.1

Ingevolge artikel 2, eerste lid van het Besluit naturalisatietoets beschikt een verzoeker over voldoende kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, indien hij beschikt over een zodanige mate van kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij, dat hij zelfstandig in de samenleving van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan functioneren.

2.1.2

Bij Regeling naturalisatietoets Aruba 2011, die in werking is getreden met ingang van 1 januari 2011, is een naturalisatietoets ingevoerd voor degenen die op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap verzoeken om verlening van het Nederlanderschap. Artikel 2 bepaalt dat de naturalisatietoets bestaat uit een onderdeel dat kennis van de staatsinrichting en maatschappij toetst, alsmede de onderdelen die de mate van kennis van de Papiamentse en de Nederlandse talen toetsen (lid 1). Om te slagen voor de toets dient het niveau van taalbeheersing bij alle onderdelen aantoonbaar op ten minste niveau A2 van het Europees Raamwerk voor moderne vreemde talen te zijn afgelegd (lid 4). Artikel 3 van de Regeling bepaalt dat het Examenbureau Aruba bevoegd is tot het afnemen van de naturalisatietoets alsmede tot het vaststellen van de uitslag daarvan. Ingevolge artikel 4, worden de resultaten standaard door twee correctoren beoordeeld. Degenen die de naturalisatietoets met succes hebben afgelegd, ontvangen het Certificaat naturalisatietoets van het hoofd van het Examenbureau (artikel 5, lid 1).

2.1.3

Voor zover hier van belang staat in de Toelichting op artikel 4 van de Regeling het volgende:

“Er staat tegen het oordeel van het Examenbureau Aruba geen afzonderlijke bezwaar- en beroepsprocedure open, omdat het hierbij gaat om een voorbereidingshandeling in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het oordeel omtrent de beoordeling van de resultaten van de naturalisatietoets treft de naturalisandus, los van het besluit op zijn verzoek om naturalisatie, niet rechtstreeks in zijn belang. Het oordeel over de resultaten van de naturalisatietoets is voor hem alleen van belang in het kader van de uiteindelijke beslissing op zijn naturalisatieverzoek. Tegen deze laatste beslissing staat bezwaar en beroep open in Nederland. Dit geldt ook voor vreemdelingen die in Aruba willen naturaliseren. Zij zullen bezwaar en beroep moeten aantekenen op grond van de Awb in Nederland.”

2.2

In deze zaak gaat het om het volgende.

Aan appellante, van Chinese nationaliteit, is op 15 juni 2012 een Certificaat naturalisatietoets, afgegeven. Op 2 april 2013 heeft appellante een verzoek ingediend tot naturalisatie.

In het jaar 2013 rees bij het Kabinet van de Gouverneur twijfel over de taalbeheersing van het Papiaments en het Nederlands bij een aantal verzoekers die desalniettemin in het bezit waren van een Certificaat naturalisatietoets. Om te voorkomen dat ten onrechte naturalisaties zouden plaatsvinden is, op verzoek van het Kabinet, onderzoek verricht door het Examenbureau en de Directie Onderwijs. Uit dit onderzoek bleek dat in een aantal gevallen, waaronder die van appellante, onregelmatigheden hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan is besloten nader onderzoek te doen naar de taalbeheersing van het Papiamento en het Nederlands van alle kandidaten, inclusief appellante. Bij brief van 11 april 2014 van de directeur van het Kabinet van de Gouverneur, is appellante verzocht contact op te nemen met het Kabinet in verband met voornoemd nader onderzoek. Appellante heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Het aan appellante afgegeven Certificaat naturalisatietoets is vervolgens bij brief van 31 oktober 2014, ongeldig verklaard en ingetrokken. Hiertegen richt zich het bezwaar van appellante.

2.3

De bestreden beslissing behelst een oordeel van het Examenbureau ten aanzien van de naturalisatietoets. In dit geval is het Examenbureau kennelijk, na nader onderzoek, teruggekomen van zijn eerdere oordeel dat appellante de naturalisatietoets met succes heeft afgelegd. Dit betekent dat tegen de beslissing om (de geldigheid van) het Certificaat naturalisatietoets in te trekken, geen bezwaar of beroep open staat. Het oordeel over de resultaten van de naturalisatietoets is voor appellante alleen van belang in het kader van de uiteindelijke beslissing op haar naturalisatieverzoek. Tegen deze laatste beslissing staat bezwaar en beroep open in Nederland. Dat in de brief van 3 juli 2015 een rechtsmiddelenclausule van de Lar is opgenomen, maakt dit niet anders.

2.4

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ten onrechte niet niet-ontvankelijk is verklaard. Het gerecht zal met toepassing van artikel 47, lid 4, van de Lar zelf in de zaak voorzien.

2.5

Verweerder zal worden verwezen in de kosten.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep van appellante gegrond,

vernietigt de beslissing van 2 juli 2015, met kenmerk 4842,

verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar bezwaar,

veroordeelt verweerder tot betaling aan appellante van het bedrag van Afl. 1.000,- als bijdrage in de proceskosten.

Deze beslissing werd gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 29 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).