Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:123

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
01-03-2016
Zaaknummer
EJ nr. 852 van 2015
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, kinderalimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 23 februari 2016

behorend bij EJ nr. 852 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak tussen:

[naam],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. E.C.P.M. Kok,

en:

[naam],

wonende in Aruba, [adres],

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

procederende in persoon.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 24 april 2015;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling op 22 september 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde en de moeder in persoon.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader zijn in Venezuela geboren op [geboortedatum] [naam minderjarige zoon] en op [geboortedatum] [naam minderjarige dochter] (hierna: de minderjarigen). Partijen zijn op 5 juli 2008 in Venezuela in het huwelijk getreden. Bij beschikking van dit gerecht van 14 mei 2012 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

2.2

De moeder heeft de echtelijke woning op 6 februari 2010 verlaten. De minderjarigen zijn bij de vader blijven wonen en de vader heeft de minderjarigen sindsdien verzorgd en opgevoed.

2.3

Bij beschikking van dit gerecht van 4 maart 2013 is de vader met het eenhoofdig gezag belast over de minderjarigen.

3 De beoordeling

3.1

De vader heeft verzocht om een bijdrage van de moeder van Afl. 600,= per kind per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie is de behoefte van de kinderen en de draagkracht van zowel de moeder en de vader. De moeder heeft draagkrachtverweer gevoerd.

De behoefte van de minderjarigen

3.2

De vader heeft de behoefte van de minderjarigen op Afl. 710,= per kind gesteld (rekening houdende met de kosten aan transport en oppas). De moeder heeft dat niet betwist. Gelet daarop kan de behoefte van de minderjarigen worden vastgesteld op voornoemd bedrag, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.

Het inkomen van de moeder

3.3

De moeder heeft ter zitting aangevoerd dat zij niet meer bij “Oasis” werkt alwaar zij minimumloon ontving en thans gemiddeld Afl. 1.000,= netto per maand verdient met schoonmakenwerkzaamheden. Zij heeft die - gemotiveerd betwiste stelling - niet met stukken onderbouwd. Het gerecht zal rekening houden met de verdiencapaciteit van de moeder die gesteld dient te worden op het minimumloon. Op grond van haar leeftijd en achtergrond moet de moeder redelijkerwijs geacht worden in staat te zijn inkomsten tot een bedrag van het minimumloon te verwerven.

De draagkracht van de moeder

3.4

De moeder woont samen en heeft een kind samen met haar partner. De partner werkt in de bouw. De draagkrachtruimte van de moeder wordt, mede gelet op de zijdens de moeder opgegeven vaste lasten (waaraan ook haar partner moet bijdragen) en de verdiencapaciteit van de moeder, bepaald op Afl. 400,= per maand.

Het inkomen van de vader

3.5

De vader werkt bij de brandweer. Blijkens de door de vader overgelegde salarisslips bedraagt zijn salaris gemiddeld Afl. 2.984,= per maand (exclusief vakantie uitkering en reparatietoeslag).

De draagkracht van de vader

3.6

Bij de vaststelling van de draagkracht van de man zal het gerecht rekening houden met de posten “hypotheek” ad Afl. 1691,= en “levensverzekering” ad Afl. 187, = en de kosten van levensonderhoud van de vader.

3.7

Gelet op de draagkrachtruimte van de moeder en de behoefte van de minderjarigen acht het gerecht een door de moeder te betalen bijdrage van Afl. 200,= per kind maand, die zij ook bereid is te betalen aan kinderalimentatie, in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De moeder wordt in staat geacht tot betaling van voornoemde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, die aan die bijdrage behoefte hebben. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 september 2015, zijnde de datum waarop de moeder in ieder geval op de hoogte moet zijn geweest met de inhoud van het verzoek van de vader en rekening moest houden met toewijzing van het verzoek.

3.8

De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

4 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de bijdrage van de moeder [naam] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige zoon], geboren op [geboortedatum] in Venezuela en [naam minderjarige dochter], geboren op [geboortedatum] in Venezuela, op Afl. 200,= per kind per maand, met ingang van 1 september 2015;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af;

compenseert de kosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van 23 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.