Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:100

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-02-2016
Datum publicatie
17-02-2016
Zaaknummer
EJ nr. 815 van 2015
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, partneralimentatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 februari 2016.

behorend bij EJ nr. 815 van 2015.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak tussen:

[naam],

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen

[naam],

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna te noemen: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 7 september 2015 waarbij onder meer de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De verdere procedure blijkt uit de akten zijdens partijen ingediend op 21 september 2015.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE BEOORDELING

Partneralimentatie

2.1

De vrouw heeft verzocht om een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de man van Afl. 1.500,= per maand. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft zij aangevoerd dat zij geen inkomen uit arbeid geniet en behoeftig is.

2.2

De man heeft hiertegen draagkrachtverweer gevoerd en aangevoerd dat de vrouw verdiencapaciteit heeft. De man stelt bereid en in staat te zijn om Afl. 800,= per maand aan partneralimenatie te voldoen voor de duur van een jaar.

2.3

De vraag of en in hoeverre een echtgenoot na ontbinding van het huwelijk recht heeft op een door de andere echtgenoot te betalen onderhoudsbijdrage hangt af van de (mate van) behoeftigheid van de verzoekende echtgenoot en de draagkracht van de andere echtgenoot, maar tevens van de feitelijke situatie waarin de echtgenoten door het huwelijk en de ontbinding ervan zijn komen te verkeren. In dat verband kunnen alle omstandigheden van het geval, ook niet financiƫle, een rol spelen.

De behoefte van de vrouw

2.4

De vrouw heeft thans geen inkomsten, studeert rechten aan de Universiteit van Aruba en zal binnenkort haar bachelors diploma behalen. Partijen wonen nog samen. De man betaalt thans alle kosten v.w.b. de huishouding. Gelet op het vorenstaande kan de behoefte van de vrouw worden vastgesteld op Afl. 800,= per maand.

2.5

Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de vrouw thans niet in staat is om een vaste baan te vinden. Niet gebleken is dat de vrouw voldoende moeite heeft gedaan om full time werk (bijvoorbeeld in de horeca) te vinden. De vrouw moet, mede gelet op haar studie, in staat worden geacht inkomsten ten behoeve van zichzelf te genereren, echter niet zodanig dat zij thans geheel in haar eigen behoeften kan voorzien. Op grond van haar studie en achtergrond moet de vrouw echter redelijkerwijs geacht worden op termijn in staat te zijn inkomsten (als voorheen door haar genoten) te verwerven. Dit leidt ertoe dat de behoefte van de vrouw aan een bijdrage van de man in tijd zal afnemen.

Het inkomen van de man

2.6

Blijkens de overgelegde salarisslips bedraagt het netto inkomen van de man gemiddeld Afl. 5.560,= per maand.

De draagkracht van de man

2.7

Bij de vaststelling van de draagkracht van de man gaat het gerecht er vanuit dat hij, exclusief de kosten van de hypotheek, een bedrag van minimaal Afl. 1.400,= per maand nodig heeft om in zijn eigen bestaan te voorzien. In dit bedrag zitten begrepen de redelijke kosten ten aanzien van elektriciteit, water, gas, telefoon/cable, erfpacht, grondbelasting en autogebruik. Het gerecht zal verder rekening houden met de navolgende posten: hypotheek ad Afl. 714,= en Credit Card ad Afl. 175,= (minimum US$ 97 per maand). De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de man bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.289,=.

2.8

Gelet op de draagkrachtruimte van de man en de behoefte van de vrouw acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 800,= per maand in het levensonderhoud van de vrouw, die hij ook bereid is te betalen, in overeenstemming met de wettelijke maatstaven.

2.9

De vrouw heeft verdiencapaciteit. Gelet daarop en alle omstandigheden van het geval is er aanleiding de duur van de alimentatieverplichting met toepassing van artikel 1:157, derde lid, BW aan een kortere dan de wettelijke termijn te binden. Het gerecht zal als einddatum voor de alimentatie op 1 januari 2017 bepalen.

2.10

Uitdrukkelijk overweegt het gerecht in dat verband dat met deze einddatum niet is beoogd per genoemde datum definitief een einde te maken aan de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw. Nu het gerecht echter onvoldoende kan voorzien hoe de financiƫle situatie van de vrouw zich in concreto zal ontwikkelen, acht het gerecht de alimentatievordering in de onderhavige procedure slechts voor de hierboven bedoelde periode toewijsbaar. Indien de vrouw na 1 januari 2017 nog steeds behoefte heeft aan een bijdrage van de man, dient zij zich nogmaals daartoe te wenden tot de rechter.

2.11

Aangezien partijen voormalige echtelieden zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

kent aan de vrouw toe een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de man van Afl. 800,= per maand, vanaf de dag dat de echtscheiding tot stand is gekomen,

bepaalt dat de verplichting van de man tot betaling van een uitkering in het levensonderhoud voor de vrouw eindigt op 1 januari 2017,

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van maandag 15 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.