Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:97

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
E.J. nr. 2452 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huurcommissie, niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16 juni 2015

Behorend bij E.J. nr. 2452 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

A ,

wonende in Aruba,

appellante, hierna te noemen: A,

procederend in persoon,

tegen:

B ,

wonende in Aruba,

geïntimeerde, hierna te noemen: B,

niet verschenen.

1 DE PROCEDURE

- het appelschrift van 14 oktober 2014 met producties;

De aantekeningen van de griffier van de zitting van 3 februari 2015, op welke zitting geen partijen is verschenen, terwijl zij wel correct waren opgeroepen.

De beschikking is nader bepaald op heden.

2 HET BEROEP EN DE BOORDELING DAARVAN

2.1

De huurcommissie heeft op 11 september 2014 een beschikking gewezen. Het gaat om een beschikking met kenmerk DHC/HOP/191/14 in een zaak van A tegen B.

2.2

A is het met die beslissingen niet eens en heeft op 14 oktober 2014 een beroepschrift ingediend bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba.

2.3

Ingevolge artikel 5 lid 2 van de huurcommissieverordening dient beroep van de beslissing van de huurcommissie te worden ingesteld binnen 14 dagen na dagtekening van de schriftelijke mededeling van die beslissing door de huurcommissie.

In de onderhavige zaak is de beslissing bij brief van 24 september 2014 meegedeeld. Het beroepschrift is ingekomen ter griffie op 14 oktober 2014 en daarom in beginsel te laat.

2.4

A is ter zitting niet verschenen en heeft aldus geen toelichting kunnen geven op het verzoek of op de reden waarom het beroepschrift eerst op 14 oktober 2014 werd ingediend. Het wordt er daarom voor gehouden dat een dergelijke toelichting ontbreekt. Aldus is het beroepschrift zonder goede reden te laat ingediend en moet A niet-ontvankelijk worden verklaard in haar beroep.

2.5

Als de meest in het ongelijk gestelde partij moet A in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Die kosten worden aan de zijde van B begroot op nihil.

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart A niet- ontvankelijk in haar beroep;

veroordeelt A in de proceskosten aan de zijde van B gevallen en te begroten op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, rechter in dit gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 juni 2015.