Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:94

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
E.J. 633 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeidsrecht, ontbinding arbeidsovereenkomst, pensioenleeftijd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16 juni 2015

Behorend bij E.J. 633 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de stichting

FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO (FCCA)

gevestigd te Aruba,

verzoekster, hierna ook te noemen: FCCA,

gemachtigde: de advocaat mr. D. Kock,

tegen:

A,

wonende te Aruba,

verweerder, hierna ook te noemen: A,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende stukken:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift;

  • -

    de pleitnota van mr. D. Kock en mr. A.A. Ruiz;

  • -

    de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 18 mei 2015.

Beschikking is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Het gerecht gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

2.1

A is op 1 juli 1982 in dienst getreden bij FCCA.

2.2

FCCA kent in haar rechtspositiereglement - dat is geïncorporeerd in de individuele arbeidsovereenkomst - een automatische beëindiging van het dienstverband zodra de werknemer de AOV-pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

2.3

A heeft op 27 december 2013 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

2.4

A is na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd blijven werken.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1

FCCA verzoekt de arbeidsovereenkomst met A te ontbinden op grond van gewijzigde omstandigheden, omdat thans is gebleken dat het dienstverband van A al in december 2013 van rechtswege had kunnen eindigen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op 27 december 2013. Partijen verkeerden in de veronderstelling dat de ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst op grond van het Aparicio/Balashi-arrest toepassing miste, zodat er sprake is van rechtsdwaling. De arbeidsovereenkomst van A dateert echter van vóór 10 juli 1992, toen de eerste versie van artikel 7A:1613x BWA in werking trad. Dit betekent dat het Aparicio/Balashi arrest niet van toepassing is op de positie van A en de ontbindende voorwaarde per juli 2014 ingeroepen had kunnen worden. Personeel tegen de pensioengerechtigde leeftijd is duur en kampt vaak met gezondheidsproblemen. A was in 2014 75 dagen ziek en daarenboven heeft hij 40 dagen vrij. FCCA kan zich niet veroorloven dat de arbeidsrelatie met A oneindig wordt voortgezet.

3.2

FCCA verweert zich tegen de verzochte ontbinding.

Hij betwist dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die maken dat de dienstbetrekking dadelijk of op korte termijn dient te eindigen. Rechtsdwaling is geen grond voor ontbinding. Dit geldt ook voor de stelling dat A naast zijn pensioen een volledig salaris verdient, want dat geldt ook voor andere werknemers van FCCA. Nu de wetgever in 2013 uitdrukkelijk heeft bepaald dat pensioenbedingen alleen mogelijk zijn in arbeidsovereenkomsten die voor bepaalde tijd die zijn aangegaan nà 2013, moet geconcludeerd worden dat het pensioenbeding van FCCA uit 1981 niet geldig is.

4 DE BEOORDELING

4.1

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is aangegaan in een tijd waarin artikel 7A:1613x BWA nog niet bestond.

Een pensioenbeding in een arbeidsovereenkomst of arbeidsreglement was gebruikelijk en de pensioengerechtigde ging in de regel met pensioen op de dag dat hij recht kreeg op pensioen. Aan dit wijdverbreide gebruik kwam een einde vanaf het Aparicio/Balashi-arrest (HR 29-10-2010, BN 7053). Aparacio - die op 14 juni 1999 in dienst was getreden bij Balashi en op 3 juli 2008 62 jaar werd - beriep zich na de beëindiging van zijn dienstverband wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op het in 1992 ingevoerde artikel 7A:1613x BWA. Hierin is bepaald dat slechts op een viertal limitatief opgesomde voorwaarden een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten mag worden. Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd viel daar niet onder. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curacao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten Sint Eustatius en Saba achtte de ontbindende tijdsbepaling in de arbeidsovereenkomst van Aparicio strijdig met het gesloten stelsel van de wet, op grond waarvan de beëindiging niet rechtsgeldig werd bevonden. De Hoge Raad heeft dit oordeel bekrachtigd.

4.2

Met FCCA is het gerecht van oordeel dat artikel 7A:1613x BWA (1992) niet op de arbeidsovereenkomst van A van toepassing is, nu op grond van het overgangsrecht dit artikel slechts van toepassing is op arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan ná 9 juli 1992. De arbeidsovereenkomst van A dateert - zoals reeds overwogen - van 1 juli 1982. Evenmin is het pensioenbeding strijdig met artikel 7A:1613x BWA, zoals laatstelijk gewijzigd op 1 april 2013, omdat dit artikel op basis van artikel II van het overgangsrecht slechts van toepassing is op arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan ná 1 april 2013. Het pensioenbeding behorende bij de onderhavige arbeidsovereenkomst is dan ook niet in strijd met de wet of regelgeving, zodat FCCA in juli 2014, met een beroep op het pensioenbeding, de arbeidsovereenkomst tussen partijen had kunnen beëindigen. Nu FCCA geen beroep heeft gedaan op het beding en het dienstverband tussen partijen stilzwijgend is voortgezet, kan dit slechts eindigen door opzegging, na verkregen ontslagvergunning of door ontbinding door de rechter. FCCA heeft voor deze laatste optie gekozen.

4.3

De vraag die thans beantwoord dient te worden luidt of er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die maken dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of op korte termijn ontbonden dient te worden. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

4.4

FCCA heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat zij sinds het hiervoor besproken arrest in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat zij het pensioenbeding niet kon inroepen jegens A, doch deze rechtsdwaling kan A niet worden tegengeworpen en dient voor rekening en risico van FCCA te blijven. Evenmin kan voortschrijdend inzicht aan de zijde van FCCA aangemerkt worden als een gewijzigde omstandigheid, nu dit geen gebeurtenis is, die de werkgever noodzaakt om zijn organisatie aan te passen dan wel de dienstbetrekking met betrokken werknemer te beëindigen. Het lag dan ook op de weg van FCCA om concrete feiten te stellen die maken dat van haar niet langer gevergd kan worden het dienstverband met A te continueren.

4.5

FCCA heeft ter zitting tevens aangevoerd dat pensioengerechtigden in de regel dure arbeidskrachten zijn en vaak met gezondheidsproblemen kampen. A zou vorig jaar alleen al 75 dagen ziek zijn geweest. Wat hier verder ook van zij, beide stellingen, zelfs indien juist, rechtvaardigen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet. Voor zo ver FCCA tevens bedoelt te stellen dat zij ontevreden is over de prestaties van A, wordt deze stelling als onvoldoende feitelijk onderbouwd afgewezen. Van andere omstandigheden die leiden tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of op korte termijn ontbonden dient te worden is niet gebleken.

4.6

Uit het voorgaande volgt dat het verzoek wordt afgewezen.

4.7

Nu FCCA in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE BESLISSING

Het gerecht

5.1

wijst het verzoek af;

5.2

veroordeelt FCCA in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van A begroot op AWG 1.800,00 voor salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.