Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:61

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-06-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
BBZ nr. 2012/66883 van 2015
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Grondbelasting.

Voor een onroerende zaak die eigendom is van één echtgenoot maar behoort tot een huwelijksgoederengemeenschap, geldt slechts eenmaal de vrijstelling van Afl. 60.000 voor de grondbelasting. De echtgenoot op wiens naam de onroerende zaak staat, heeft het bestuur daarover (artikel 1:97 lid 1 BW van Aruba). De aan hem toekomende bestuursbevoegdheden als vermeld in artikel 1:90 lid 2 BW van Aruba, brengen mee dat hij dient te worden aangemerkt als de genothebbende krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak en daarmee als de belastingplichtige voor de grondbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 1 juni 2015

BBZ nr. 2012/66883 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

X, te Aruba,

BELANGHEBBENDE,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,

zetelend in Aruba, hierna te noemen: de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is met dagtekening 27 juli 2012 een aanslag grondbelasting opgelegd voor het jaar 2012.

1.2

Belanghebbende is op 27 september 2012 in bezwaar gekomen tegen de aanslag. Bij uitspraak op bezwaar van 13 september 2013 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op 13 november 2013 tijdig in beroep gekomen tegen deze uitspraak op bezwaar.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5

Ter zitting van 21 november 2014 te Oranjestad zijn verschenen belanghebbende, vergezeld door X-Z, en namens de Inspecteur mr. B. Richard.

1.6

Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota ingediend en voorgedragen.

2 DE TUSSEN PARTIJEN VASTSTAANDE FEITEN

2.1.

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2.

De aanslag grondbelasting is opgelegd aan belanghebbende als eigenaar van de onroerende zaak A (hierna; de onroerende zaak) naar een waarde van Afl. 447.854,25. Belanghebbende staat als eigenaar van de onroerende zaak ingeschreven in het kadaster.

2.3.

Belanghebbende en zijn echtgenote X-Y zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De onroerende zaak is de woning van belanghebbende en zijn echtgenote en staat op naam van belanghebbende. De aanslag is opgelegd aan belanghebbende als eigenaar en daarbij is eenmaal de vrijstelling van Afl. 60.000 toegepast, als bedoeld in artikel 11, lid 2, van de Landsverordening grondbelasting. De heffingsgrondslag was derhalve Afl. 387.854,25 en de aanslag beliep Afl. 1.551,40.

3 GESCHIL

Tussen partijen is in geschil of tweemaal de vrijstelling van Afl. 60.000 moet worden toegepast.

4 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

4.1

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

4.2

Belanghebbende heeft gesteld dat aan de tenaamstelling van de aanslag had moeten worden toegevoegd “en anderen” omdat zijn echtgenote, door de huwelijksgoederengemeenschap, mede-eigenaar is van de onroerende zaak. Hij verwijst daarvoor naar de uitspraak van de Raad van 28 juli 2000, nr. 1999-101.

4.3

De Inspecteur stelt dat wordt aangesloten bij de bestuursbevoegdheid over de onroerende zaak en dat daarvoor beslissend is op wiens naam de onroerende zaak is gesteld.

5 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

5.1.

De onroerende zaak is door belanghebbende verworven. Belanghebbende heeft dan het bestuur over deze, tot de huwelijksgemeenschap behorende, zaak (artikel 1:97 lid 1 BW van Aruba). De aan hem toekomende bestuursbevoegdheden als vermeld in artikel 1:90 lid 2 BW van Aruba, brengen mee dat hij dient te worden aangemerkt als de genothebbende krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak en daarmee als de belastingplichtige voor de grondbelasting. De niet bestuursbevoegde andere echtgenoot heeft ‘het genot en gebruik overeenkomstig de huwelijksverhouding’ (artikel 1:90 lid 2 BW van Aruba) maar kan uit dien hoofde niet worden aangemerkt als genothebbende krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak. De andere echtgenoot, in casu X-Y, is dan ook niet belastingplichtig in de zin van artikel 12 van de Landsverordening grondbelasting.

5.2.

Uit het voorgaande volgt dat belanghebbende terecht alleen als genothebbende krachtens zakelijk recht in de leggers is ingeschreven en terecht slechts eenmaal de vrijstelling van Afl. 60.000 is toegepast. Het gelijk is aan de inspecteur.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart het beroep ongegrond,

Deze uitspraak is gegeven door mrs. S. Verheijen, T. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren, rechters in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juni 20152015, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Hoogenbergen.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).