Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:606

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-08-2015
Datum publicatie
15-08-2016
Zaaknummer
BBZ nr. 70529 van 2015
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loonbelasting. boetebeschikking. Aan belanghebbende is een boete van Afl. 5.000 opgelegd wegens het niet inleveren van de verzamelloonstaat over het jaar 2009. Nu belanghebbende tijdig de verzamelloonstaat aan de Inspectie der Belastingen heeft aangeboden, doet het gegeven dat de verzamelloonstaat op de dag van inlevering ter completering door de Inspectie aan belanghebbende is teruggeven en belanghebbende vervolgens in gebreke is gebleven om de verzamelloonstaat inclusief de aanvullende gegevens opnieuw in te leveren, niet af aan de omstandigheid dat de verzamelloonstaat tijdig is ingediend. Belanghebbende heeft met het tijdig aanbieden van de verzamelloonstaat 2009 voldaan aan de verplichting van artikel 49, lid 2 Algemene landsverordening belastingen (ALB). Derhalve is de op grond van artikel 56 ALB opgelegde boete van Afl. 5.000 onterecht. Het Gerecht vernietigt de boetebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 10 augustus 2015

BBZ nr. 70529 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

X NV,

gevestigd in Aruba,

BELANGHEBBENDE,

gemachtigde: mr. A

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,

zetelend in Aruba, hierna te noemen: de Inspecteur,

gemachtigde: mr. B.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 31 mei 2012 bij beschikking een boete ‘verzamelloonstaat 2009’ ten bedrage van Afl. 5.000,- opgelegd.

1.2

Belanghebbende is op 7 maart 2013 in bezwaar gekomen tegen deze beschikking.

1.3

Omdat de Inspecteur niet binnen een jaar uitspraak op dit bezwaar heeft gedaan, tekent belanghebbende op 15 juli 2014 beroep aan. De Inspecteur heeft op 2 december 2014 alsnog uitspraak op bezwaar gedaan en daarbij de beschikking gehandhaafd.

1.4

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5

Partijen hebben beiden een pleitnota ingediend.

1.6

Ter zitting van 27 maart 2015 te Oranjestad zijn verschenen namens belanghebbende mr. A en C en namens de Inspecteur mr. B.

2 DE TUSSEN PARTIJEN VASTSTAANDE FEITEN

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

Aan belanghebbende is uitstel verleend voor het inleveren van de verzamelloonstaat 2009 tot 31 maart 2010.

2.2

Belanghebbende heeft op 31 maart 2010 de verzamelloonstaat 2009 aangeboden ter inspectie der belastingen; na ontvangst heeft ter plekke een volledigheidscontrole plaatsgevonden. Omdat van een aantal werknemers geboortedata respectievelijk ID-nummers ontbraken, heeft de Inspecteur belanghebbende teruggestuurd om de ontbrekende gegevens aan te vullen.

2.3

Belanghebbende heeft vervolgens de verschuldigde bedragen aan loonbelasting en premies voldaan, maar is in gebreke gebleven om de verzamelloonstaat inclusief de aanvullende gegevens opnieuw in te leveren.

2.4

De Inspecteur heeft besloten een boete op te leggen. Na de administratieve verwerking, zoals uitvoerig beschreven in de pleitnota van de Inspecteur, heeft deze op 12 april 2012 de onderhavige beschikking ter bezorging aangeboden aan Post Aruba N.V.

3 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

3.1

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van belanghebbendes bezwaar is het Gerecht van oordeel dat de betreffende beschikking op correcte wijze en tijdig ter post is bezorgd. Gelet op het feit dat de beschikking een boete betreft is het evenwel niet voldoende dat deze beschikking op correcte wijze en tijdig ter post is bezorgd, maar voor het laten beginnen van de bezwaartermijn had deze beschikking moeten worden aangeboden aan belanghebbende en de Inspecteur heeft daar de bewijslast van. Aan deze bewijslast heeft de Inspecteur niet voldaan, zodat de bezwaartermijn niet is gaan lopen op 31 mei 2012.

3.2

Belanghebbende heeft verklaard, dat hij het betreffende poststuk niet heeft ontvangen, en pas van het bestaan van de beschikking op de hoogte kwam op 26 februari 2013 middels een debiteurenoverzicht en vervolgens onverwijld in bezwaar is gekomen.

3.3

Gelet op hetgeen belanghebbende ter zitting heeft verklaard met betrekking tot de betrouwbaarheid van de postbezorging in Aruba acht het Gerecht de verklaring van belanghebbende geloofwaardig en gelet op het feit dat belanghebbende onverwijld, te weten op 7 maart 2013 een bezwaarschrift heeft ingediend, acht het Gerecht belanghebbende ontvankelijk in haar bezwaar.

3.4

De Inspecteur heeft op grond van artikel 56 van de Algemene landsverordening belastingen (hierna: AlB) jo. § 25 Boetebeleid belastingdienst Aruba aan belanghebbende bij beschikking een boete van Afl. 5.000 opgelegd. De Inspecteur is daarbij van oordeel dat belanghebbende de verzamelloonstaat 2009 niet heeft ingeleverd.

3.5

Het Gerecht is van oordeel dat met het aanbieden van de verzamelloonstaat 2009 op 31 maart 2010 belanghebbende de opgave als bedoeld in artikel 49, tweede lid, AlB heeft gedaan; dat de Inspecteur de verzamelloonstaat vervolgens weer aan belanghebbende ter completering heeft meegegeven, maakt dit niet anders.

3.6

Nu belanghebbende met het tijdig aanbieden van de verzamelloonstaat 2009 heeft voldaan aan de verplichting van artikel 49, tweede lid AlB kan hem geen boete op grond van artikel 56 AlB worden opgelegd, zodat het Gerecht zal beslissen als hierna vermeld.

4 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep gegrond, vernietigd de uitspraak op bezwaar en vernietigd de bestreden beschikking.

Deze uitspraak is gegeven door mr. G.J. van Muijen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2015, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).