Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:598

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-12-2015
Datum publicatie
22-07-2016
Zaaknummer
P-2015/08461, 461 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Diefstal met geweld in vereniging. Ambtshalve toepassing van jeugdstrafrecht, ondanks het feit dat de verdachte reeds meerderjarig (18 jaar) is. Bij die afweging heeft het gerecht van belang geacht dat verdachtes mededaders min of meer tot dezelfde, jeugdige, leeftijdsgroep behoren als verdachte en de wijze waarop de overval is gepleegd er niet bepaald blijk van geeft dat verdachte en zijn mededaders weldoordacht te werk zijn gegaan. Aldus bezien houdt het strafbare handelen van de verdachte in ieder geval tot op zekere hoogte nauw verband met de jeugdige leeftijd van de verdachte en zijn mededaders en het daarbij behorende groepsgedrag. Ook in de persoonlijkheid van de verdachte, zoals die naar voren komt uit verdachtes verklaringen en de wijze waarop hij zich ter zitting heeft gepresenteerd, ziet het gerecht aanleiding voor toepassing van het strafrecht voor jeugdigen. Daarbij heeft het gerecht voorts betrokken dat het huidige jeugdstrafrecht, zoals neergelegd in het nieuwe Wetboek van Strafrecht dat sinds 15 februari 2014 van kracht is, ook voor jeugdigen voorziet in sancties die niet zonder meer als ontoereikend kunnen worden bestempeld voor ernstige strafbare feiten als de onderhavige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 november 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.A.P. Schröder.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 2 vrij te spreken en hem ter zake van feit 1 te veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen hennep.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

Overval […]

1. dat hij op of omstreeks 26 maart 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen een portemonnee inhoudende ongeveer Afl. 5000,=, althans een hoeveelheid geld, en/of een (gouden) (hals)ketting en/of een (gouden) kruisvormige hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of die [slachtoffer] met kracht heeft/hebben vastgehouden en/of een (groot) kapmes, althans een op een (groot) kapmes gelijkend voorwerp, tevoorschijn heeft/hebben gehaald en/of dat (groot) kapmes, althans dat op een (groot) kapmes gelijkend voorwerp, tegen de hals van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt (gehouden);

2. dat hij op of omstreeks 17 juni 2015 in Aruba, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

Overval […]

1. dat hij op of omstreeks 26 maart 2015 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen een portemonnee inhoudende ongeveer Afl. 5000,=, althans een hoeveelheid geld, en/of een (gouden) (hals)ketting en/of een (gouden) kruisvormige hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] met zijn/hun (tot vuist gebalde) hand(en) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of die [slachtoffer] met kracht heeft/hebben vastgehouden en/of een (groot) kapmes, althans een op een (groot) kapmes gelijkend voorwerp, tevoorschijn heeft/hebben gehaald en/of dat (groot) kapmes, althans dat op een (groot) kapmes gelijkend voorwerp, tegen de hals van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt (gehouden);

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte van het eerste ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken aangezien er geen sprake is van medeplegen. Verdachte is enkel zijn vriend te hulp geschoten. Er kan derhalve niet gesproken worden van een nauwe en bewuste samenwerking.

Het gerecht oordeelt als volgt.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij die nacht bij zijn vrienden, medeverdachten, in de mainstreet van [stad] ging rondhangen. Toen hij naar huis wou gaan, zeiden medeverdachten dat hij moest wachten omdat ze iets te doen hadden. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet heeft gevraagd wat ze te doen hadden. Hij is echter wel daar gebleven. Hij heeft bekend de man vuistslagen en een schop te hebben toegediend. Later heeft hij ook in de buit gedeeld. Het gerecht komt naar aanleiding van het vorenstaande tot het oordeel dat wel degelijk sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. 2:289 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Hoewel het gerecht van oordeel is dat de bewezenverklaarde feiten ernstig van aard zijn en oplegging van een strenge sanctie in beginsel rechtvaardigen, zal het gerecht ambtshalve met toepassing van artikel 1:159 van het Wetboek van Strafrecht overgaan tot toepassing van het jeugdstrafrecht, hoewel verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten reeds meerderjarig was, namelijk achttien jaar oud. Bij die afweging heeft het gerecht van belang geacht dat verdachtes mededaders min of meer tot dezelfde, jeugdige, leeftijdsgroep behoren als verdachte en de wijze waarop de overval is gepleegd er niet bepaald blijk van geeft dat verdachte en zijn mededaders weldoordacht te werk zijn gegaan. Aldus bezien houdt het strafbare handelen van de verdachte in ieder geval tot op zekere hoogte nauw verband met de jeugdige leeftijd van de verdachte en zijn mededaders en het daarbij behorende groepsgedrag. Ook in de persoonlijkheid van de verdachte, zoals die naar voren komt uit verdachtes verklaringen en de wijze waarop hij zich ter zitting heeft gepresenteerd, ziet het gerecht aanleiding voor toepassing van het strafrecht voor jeugdigen. Daarbij heeft het gerecht voorts betrokken dat het huidige jeugdstrafrecht, zoals neergelegd in het nieuwe Wetboek van Strafrecht dat sinds 15 februari 2014 van kracht is, ook voor jeugdigen voorziet in sancties die niet zonder meer als ontoereikend kunnen worden bestempeld voor ernstige strafbare feiten als de onderhavige.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een eigenaar van een bar, die bezig was zijn zaak aan het sluiten. Hierbij is er zowel voor als tijdens de overval geweld gebruikt en met geweld gedreigd. Door deze overval is de rechtsorde ernstig geschokt en zijn de gevoelens van angst en onveiligheid in de Arubaanse samenleving aangewakkerd. Niet alleen is er financiële schade geleden, maar hebben de slachtoffers vooral ook grote angst en leed ondervonden. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan. Het gerecht neemt het de verdachte dan ook uiterst kwalijk dat hij, kennelijk louter gedreven door financieel gewin, heeft gekozen om een dergelijk ernstig feit te begaan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan jeugddetentie van na te melden duur.

Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken.

Het gerecht acht het van belang dat de opgelegde jeugddetentie, ondanks het feit dat de verdachte reeds meerderjarig is, ook daadwerkelijk als zodanig ten uitvoer wordt gelegd. Het gerecht zal dit aldus bepalen.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen honkbalknuppel, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat met behulp daarvan het onder 1 ten laste gelegde feit is begaan, zal verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:159, 1:163, 1:164, 1:165, 1:167, 1:180, 1:181 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van VIERENTWINTIG (24) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat de jeugddetentie ook na het bereiken door de verdachte van de meerderjarigheid daadwerkelijk als zodanig ten uitvoer wordt gelegd;

verklaart verbeurd het in rubriek 9 genoemde voorwerp;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 4 december 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.