Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:594

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
22-07-2016
Zaaknummer
P-2014/15189, 231 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Aanmerkelijke schuld bij verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Toepassing jeugdstrafrecht. Oplegging werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 juni en 10 september 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.A.J. van der Biezen.

De officier van justitie, mr. E.E. Lugo, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten onder 1, 2 en 3 te veroordelen tot het verrichten van dienstverlening voor de duur van honderdenzestig uren, aan te vangen binnen één maand na het onherroepelijk worden van het vonnis en te voltooien binnen vier maanden na die onherroepelijkheid. Tevens is gevorderd dat, bij het niet naar behoren verrichten daarvan, vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van tachtig dagen.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd conform de door hem overgeleg-de pleitnota.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1.

dat hij op of omstreeks 02 augustus 2014 in Aruba, als weggebruiker, te weten als bestuurder van een motorvoertuig, zijnde een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]), (daarmee rijdende) op een voor het verkeer openstaande weg, te weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), zich zodanig heeft gedragen, dat aan zijn (verdachtes) schuld te wijten een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij (verdachte) toen aldaar zeer, althans aanmerkelijk en/of onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onoplettend, met een zodanige (hoge) snelheid gereden en/of zijn (verdachtes) aandacht bij de radio van dat motorvoertuig (in plaats van bij de weg en/of het verkeer) gehad, althans bij iets anders dan bij de weg en/of het verkeer, waardoor/waarbij hij (verdachte) niet in staat was zijn motorvoertuig tijdig tot stilstand te brengen, waardoor er een botsing is ontstaan tussen het door hem, (verdachte) bestuurde motorvoertuig en een [voertuig] (van het merk [merk 2], model [model 2] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 2]), waardoor de medepassagier van die [voertuig], te weten [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten a complete spinal syndrome with level TH8 (paraplegia, anesthesia and loss of sphincter control)(dwarslaesie) en/of pneumothorax, dan wel zodanig letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden van die [slachtoffer 1] is ontstaan

(artikel 4 lid 1 van de Landsverordening wegverkeer)

2.

dat hij op of omstreeks 02 augustus 2014 in Aruba, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig, te weten een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]), na een ongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), ontstaan als gevolg van botsing, althans aanrijding met dat door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig, waarbij [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is/zijn gewond en/of de gezondheid van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is benadeeld en/of waarbij schade werd toegebracht aan een motorvoertuig, te weten een [voertuig] (van het merk [merk 2], model [model 2] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 2]), toebehorende aan [slachtoffer 2], niet zijnde een der inzittenden van het door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig, althans aan een of meer anderen welke evenmin inzittenden van dat motorrijtuig waren, is doorgereden of weggereden, voordat de identiteit van zijn (verdachtes) persoon en/of het door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig en van degene die tijdens het ongeval dat motorrijtuig bestuurde, behoorlijk is kunnen worden vastgesteld;

(artikel 4 lid 2 van de Landsverordening wegverkeer)

3.

dat hij als ingezetene van Aruba, op of omstreeks 02 augustus 2014 in Aruba, als bestuurder van een vierwielig motorvoertuig, te weten een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]), daarmee heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), zonder dat hij (verdachte) toen bij zich heeft gehad een ten name van hem (verdachte) gesteld door de Minister van Justitie

afgegeven geldig rijbewijs voor het besturen van een motorvoertuig van de aard als waarmee toen daar gereden werd;

(artikel 10 lid 1 van de Landsverordening wegverkeer)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1.

dat hij op of omstreeks 02 1 augustus 2014 in Aruba, als weggebruiker, te weten als bestuurder van een motorvoertuig, zijnde een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1), (daarmee rijdende) op een voor het verkeer openstaande weg, te weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), zich zodanig heeft gedragen, dat aan zijn (verdachtes) schuld te wijten een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij (verdachte) toen aldaar zeer, althans aanmerkelijk en/of onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onoplettend, met een zodanige (hoge) snelheid gereden en/of zijn (verdachtes) aandacht bij de radio van dat motorvoertuig (in plaats van bij de weg en/of het verkeer) gehad, althans bij iets anders dan bij de weg en/of het verkeer, waardoor/waarbij hij (verdachte) niet in staat was zijn motorvoertuig tijdig tot stilstand te brengen, waardoor er een botsing is ontstaan tussen het door hem, (verdachte) bestuurde motorvoertuig en een [voertuig] (van het merk [merk 2], model [model 2] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 2]), waardoor de medepassagier van die [voertuig], te weten [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten a complete spinal syndrome with level TH8 (paraplegia, anesthesia and loss of sphincter control)(dwarslaesie) en/of pneumothorax, dan wel zodanig letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden van die [slachtoffer 1] is ontstaan;

2.

dat hij op of omstreeks 02 1 augustus 2014 in Aruba, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig, te weten een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]), na een ongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), ontstaan als gevolg van botsing, althans aanrijding met dat door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig, waarbij [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is/zijn gewond en/of de gezondheid van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is benadeeld en/of waarbij schade werd toegebracht aan een motorvoertuig, te weten een [voertuig] (van het merk [merk 2], model [model 2] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 2]), toebehorende aan [slachtoffer 2], niet zijnde een der inzittenden van het door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig, althans aan een of meer anderen welke evenmin inzittenden van dat motorrijtuig waren, is doorgereden of weggereden, voordat de identiteit van zijn (verdachtes) persoon en/of het door hem (verdachte) bestuurde motorrijtuig en van degene die tijdens het ongeval dat motorrijtuig bestuurde, behoorlijk is kunnen worden vastgesteld;

3.

dat hij als ingezetene van Aruba, op of omstreeks 02 1 augustus 2014 in Aruba, als bestuurder van een vierwielig motorvoertuig, te weten een (personen)auto (van het merk [merk 1], model [model 1] en voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]), daarmee heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten de [straatnaam] (ter hoogte van [perceel nummer]), zonder dat hij (verdachte) toen bij zich heeft gehad een ten name van hem (verdachte) gesteld door de Minister van Justitie afgegeven geldig rijbewijs voor het besturen van een motorvoertuig van de aard als waarmee toen daar gereden werd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Sectie Verkeer, mutatienummer [mutatienummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 september 2014 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij voormeld korps.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Feiten 1 en 2:

* Een proces-verbaal, relaasproces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 september 2014 gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 1 augustus 2014 vond op de voor het verkeer openstaande weg, op de T-splitsing ter hoogte van [perceel nummer] op Aruba een aanrijding plaats. Ter plaatse gekomen constateerde ik het volgende:

Bebouwde kom: Buiten

Aantal units : 3

Doorrijder : Ja

Aantal slachtoffers: 2

Bestuurder : 1 cq verdachte [verdachte]

Voertuig : [kentekennummer 1]

Voertuig merk : [merk 1]

Model : [model 1]

Hoofdkleur : [kleur 1]

Schade : Aanzienlijk

Schade omschrijving: voorzijde

Rijbewijs : Nee

Bestuurster : 2 cq getuige [slachtoffer 2]

Voertuig : [kentekennummer 2]

Voertuig merk : [merk 2]

Model : [model 2]

Hoofdkleur : [kleur 2]

Bestuurder : 3 cq getuige [getuige]

Voertuig : [kentekennummer 3]

Voertuig merk : [merk 3]

Model : [model 3]

Hoofdkleur : [kleur 3]

De 2 [kentekennummer 2] en 3 [kentekennummer 3] stonden stil in de zuidelijke richting bij de T-splitsing teneinde linksaf te slaan om hun weg in oostelijke richting te gaan vervolgen.

De 1 [kentekennummer 1] reed in zuidelijke richting over voornoemde weg en gekomen bij voornoemde splitsing botste de 1 door onoplettendheid tegen de achterzijde van de 2, die door de harde klap naar voren schoof en tegen de achterzijde van de voor haar stilstaande 3 botste.

Na de aanrijding reed de 1 door c.q. weg zonder identiteit vast te stellen. De grille van de 1 bleef achter op de grond. De bestuurster 2 en de duopassagier van de 2 werden door de ambulance naar het Hospitaal gebracht voor verdere medische behandeling.

* Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt, gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 augustus 2014 reed ik in een [merk 1] [model 1], kleur [kleur 1] en gekentekend [kentekennummer 1]. De auto is van mijn moeder. Ik heb de auto genomen zonder toestemming van mijn moeder, omdat zij die toch nooit aan mij leent. Dat is omdat ik nog geen rijbewijs heb. Ik reed de rotonde van [gehucht 1] voorbij richting [stad]. Gekomen bij de T-splitsing om naar [gehucht 2] te gaan, zag ik een [...] [voertuig] met twee personen verderop op de weg. Ik merkte niet dat ze bij de splitsing linksaf wilden afslaan. Ik veranderde toen de radio om mijn I-phone erop te connecteren. Toen ik weer naar de weg voor mij keek, zag ik dat ik heel dichtbij de [voertuig] naderde en begon direct te remmen maar was te dichtbij en botste tegen de achterzijde van de [voertuig]. Ik botste redelijk hard tegen de [voertuig].

Na de botsing reed ik naar achteren om daarna rechts van de [voertuig] weg te gaan, omdat ik geschrokken was. Ik reed weg zonder de toestand van de personen op de [voertuig] te kijken en reed weg in zuidelijke richting. Ik zag alleen dat de personen van de [voertuig] omhoog gingen en zag ze daarna niet meer.

Ik weet dat het verboden is om zonder rijbewijs te rijden. Ik weet ook dat het verboden is om na een aanrijding weg te rijden zonder personalia achter te laten noch het slachtoffer in slechte toestand achter laten.

* Geschriften (bijlage [nummer]), te weten geneeskundige verklaringen d.d. 4 augustus en 15 augustus 2014 van de neuroloog dr. R. González Redondo, MD PhD bij het Horacio E. Oduber Hospitaal, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer 1], previously healthy, she was admitted the 2/08/2014 by the Emergency Room after suffering a severe traffic accident. At examination she has a complete spinal syndrome with level Th8 (paraplegia, anesthesia and loss of sphincter control).

Diagnosis:

Spinal cord traumatic injury level Th8.

Minimal traumatic pneumothorax bilaterally identified in the CT scan immediately after the trauma.

* Een geschrift (bijlage [nummer]), te weten een operatieverslag d.d. 22 augustus 2014 van de arts N.C. Schepel, voor zover inhoudende , -zakelijk weergegeven-:

Patiëntnaam: [slachtoffer 1]

Wij ontvingen haar op 20-08-2014. De operatie werd samen met neurochirurg Leliefeld uitgevoerd. Zij wordt in onze kliniek gecontroleerd. Ik ben somber over de kans op zelfstandig lopen.

* Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 september 2014 gesloten en getekend door [verbalisant 2], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 2 augustus 2014 kwamen aan de politiewacht een onbekende man en vrouw en vertelden dat hun minderjarige zoon hun hybrid motorvoertuig zonder hun toestemming had weggenomen en daarmee betrokken was in een aanrijding die de dag tevoren was gebeurd. Ik verifieerde met collega [verbalisant 1] over voornoemd ongeval. Het bleek dat genoemd motorvoertuig na de aanrijding door c.q. weg was gereden. De hybrid was voorzien van het kenteken [kentekennummer 1]. Voor het verder onderzoek werden de ouders aangezegd om de hybrid [kentekennummer 1] en hun minderjarige zoon die bestuurder was aan de politiewacht te brengen. Later kwamen de ouders terug aan de politiewacht met de man genaamd [verdachte] en het motorvoertuig [kentekennummer 1].

Ik zag dat het motorvoertuig [kentekennummer 1] [merk 1] [model 1] hybrid [kleur 1] van kleur schade aan de voorzijde had. Intussen werden ook de familieleden van de bestuurster van de [voertuig] [kentekennummer 2] aangezegd om naar de politiewacht te komen met de [voertuig] [kentekennummer 2].

Samen met het Bureau Forensisch Technisch Onderzoek werd een schadevergelijking op beide voertuigen verricht.

Ik zag dat de [kentekennummer 1] schade aan de voorzijde toonde. De geluiddemper met de uitlaatpijp van de [kentekennummer 2] toonde verfsporen aan deze. Op de [kentekennummer 1] zag ik dat er net boven het [merk]-embleem een gat was en op de motorkap een cirkelvormige schade had en in de cirkel een deuk.

De schade aan de onderkant van de voorbumper van de [kentekennummer 1] kwam overeen zowel met hoogte en diepte met de trekhaak van de [kentekennummer 2]. De schade op de [kentekennummer 1] kwam overeen zowel in hoogte en diepte met de [kentekennummer 2].

* Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt, gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op de avond van 1 augustus 2014 verlieten ik en mijn dochter [slachtoffer 1], op de [voertuig] van mijn moeder [...] [gehucht 1] om naar huis te gaan. Onderweg bij de T-splitsing om naar [gehucht 2] te gaan, stopte ik achter een [...] auto die daar ook linksaf wilde slaan. Toen ik daar stil stond voelde ik plotseling dat ik van achteren werd aangereden. Ik voelde een harde klap. In een splitseconde zat ik naast [slachtoffer 1] midden op de weg en zag hoe de [...] auto die ons heeft aangereden, langs ons reed en richting [stad] wegreed zonder dat hij stopte of uitstapte. Hij reed vlug weg met gierende banden.

* Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt, gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 augustus 2014 reed ik van de rotonde [gehucht 1] richting [stad]. Ik stopte bij de tweede T-splitsing om daar linksaf te slaan om mijn weg te vervolgen in oostelijke richting. Ik stond daar 3 minuten stil op de weg omdat er een file auto’s in tegemoetkomende richting reden. Tijdens het wachten hoorde ik van achteren het geluid van een auto die hevig remde met gierende banden. Ik voelde toen een harde klap tegen de achterzijde van de auto. Ik hoorde de motor van de auto achter ons starten. Ik hoorde de auto achteruit rijden en zag de auto daarna langs ons, aan de rechterkant, met hoge snelheid richting [stad] rijden. Ik startte mijn auto en reed de auto achterna. Ter hoogte van [eetgelegenheid] zagen wij dat het een [merk] was met de kentekenplaat [kentekennummer 1].

Feit 3:

* Een proces-verbaal, relaasproces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 september 2014 gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 1 augustus 2014 vond op de voor het verkeer openstaande weg, op de T-splitsing ter hoogte van [perceel nummer] op Aruba een aanrijding plaats. Ter plaatse gekomen constateerde ik het volgende:

Bebouwde kom: Buiten

Aantal units : 3

Doorrijder : Ja

Aantal slachtoffers: 2

Bestuurder : 1 cq verdachte [verdachte]

Voertuig : [kentekennummer 1]

Voertuig merk : [merk 1]

Model : [model 1]

Hoofdkleur : [kleur 1]

Rijbewijs : Nee

* Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt, gesloten en getekend door [verbalisant 1], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [verdachte], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 augustus 2014 reed ik in een [merk 1] [model 1], kleur [kleur 1] en gekentekend [kentekennummer 1]. De auto is van mijn moeder. Ik heb de auto genomen zonder toestemming van mijn moeder, omdat zij die toch nooit aan mij leent. Dat is omdat ik nog geen rijbewijs heb. Ik reed de rotonde van [gehucht 1] voorbij richting [stad]. Ik weet dat het verboden om is om zonder rijbewijs te rijden.

Bewijsoverwegingen

feit 1

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat uit ver-dachtes gedragingen niet kan worden geconcludeerd dat hij als deelnemer in het verkeer in aanmerkelijke mate verwijtbaar onvoorzichtig is geweest jegens de andere verkeersdeelnemers, nu hij zich niet bewust is geweest van de mogelijkheid van een verkeersongeval.

Ingevolge de Hoge Raad1 is er sprake van schuld in de zin van artikel 4 van de Landsverordening wegverkeer, indien dit uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Daarbij komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts heeft de Hoge Raad overwogen dat uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels van het verkeer, niet reeds kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de ten overstaan van de politie afgelegde verklaring van de verdachte, volgt dat verdachte ten tijde van het ongeval minderjarig was en niet in het bezit was van een rijbewijs. Uit die bewijsmiddelen volgt tevens dat hij de aan zijn moeder toebehorende auto, zonder haar toestemming, heeft meegenomen en als bestuurder van een motorvoertuig heeft deelgenomen aan het verkeer op de openbare weg. Tijdens het rijden heeft hij zijn aandacht gericht op het verbinden van zijn mobiele telefoon met de autoradio. Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij bij het opkijken bemerkte dat hij een voor hem rijdende [voertuig] te dicht was genaderd, dat hij begon te remmen, maar dat hij die [voertuig] van achteren heeft aangereden.

Hoewel verdachte als onbevoegde bestuurder heeft deelgenomen aan het wegverkeer is dit geen omstandigheid waar in de onderhavige situatie zelfstandige betekenis aan toe komt. Wel staat vast dat verdachtes aandacht niet onafgebroken bij het verkeer is geweest, omdat hij voorafgaand aan het verkeersongeval, bezig was met het aansluiten van zijn mobiele telefoon op de autoradio. Dat verdachte zich tevens schuldig gemaakt zou hebben aan overschrijding van de maximum snelheid kan niet wettig bewezen worden, nu de enige informatie met betrekking tot de snelheid afkomstig is van verdachte zelf. Of verdachte daadwerkelijk harder reed dan wettelijk was toegestaan is verder niet onderzocht. Het gerecht neemt in overweging dat verdachte ten tijde van het feit minderjarig was en geen ervaring had als bestuurder, zodat zijn schatting van de snelheid niet betrouwbaar kan zijn geweest. Het gerecht acht derhalve de snelheid waarmee verdachte heeft gereden niet een omstandigheid die van invloed is geweest op het ontstaan van de aanrijding. Aangenomen dient te worden dat verdachte – uitsluitend omdat hij tijdens het besturen van een personenauto bezig was met het aansluiten van zijn iphone aan de autoradio - en derhalve even onoplettend was - niet in staat was om tijdig te remmen. Er is derhalve geen sprake dat verdachte door dit nalaten bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door zijn gedraging een verkeersongeval zou ontstaan. Wel was er sprake van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid aan de zijde van verdachte. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Feit 2

Verdachte heeft verklaard dat hij na de aanrijding direct door is gereden naar zijn huis. Daar aangekomen heeft hij zijn vriend gebeld met de vraag om hem thuis op te halen omdat verdachte bij een aanrijding betrokken was. Verdachte is vervolgens poolshoogte gaan nemen en is zeer geschrokken van de toestand van [slachtoffer 1].

Feit 3

Verdachte was tijdens de aanrijding nog minderjarig en kon niet beschikken over een rijbewijs.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Overtreding van artikel 4, eerste lid, van de Landsverordening wegverkeer, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht,

strafbaar gesteld bij artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b, van deze landsverordening.

2. Handelen in strijd met een verbod als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Landsverordening wegverkeer,

strafbaar gesteld bij artikel 40, vierde lid, van deze landsverordening.

3. Handelen in strijd met een verbod als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Landsverordening wegverkeer,

strafbaar gesteld bij artikel 40, vierde lid, van deze landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

De verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten zeventien jaar oud. Dit betekent dat hij op grond van artikel 1:157 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) overeenkomstig de in dit wetboek neergelegde bepalingen voor jeugdige personen zal worden bestraft.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft door aanmerkelijke onvoorzichtigheid tijdens het besturen van een personenauto een verkeersongeval veroorzaakt. Ten gevolge hiervan is een 14-jarig slachtoffer aan het onderlichaam verlamd geraakt. Daarnaast is verdachte van de plek van het ongeval door- of weggereden nog voordat zijn identiteit kon worden vastgesteld. Tevens was verdachte ten tijde van het ongeval niet in het bezit van een rijbewijs.

Door dit verkeersongeval heeft verdachte het slachtoffer en haar moeder, die de [voertuig] had bestuurd, groot leed toegebracht. Ook wordt de samenleving geschokt door feiten als de onderhavige wegens het belang van de verkeersveiligheid.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder voor een soortgelijk feit is ver-oordeeld en dat hij, na het bereiken van de meerderjarigheid, zijn rijbewijs heeft gehaald.

In het voordeel van verdachte geldt tevens dat hij direct openheid van zaken heeft gegeven en beseft dat hij verkeerd heeft gehandeld. Verdachte heeft ter terechtzitting oprecht berouw getoond en zijn verontschuldigingen aangeboden. Voorts heeft verdachte blijk gegeven het moeilijk te hebben om te leven met de wetenschap dat het slachtoffer door zijn toedoen verlamd is geraakt. Verdachte heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard niet te hebben geïnformeerd naar de gezondheidstoestand van het slachtoffer. Het gerecht is van oordeel dat het verdachte zou hebben gesierd indien hij daarover contact zou hebben opgenomen met het slachtoffer.

Door dit voorval is niet alleen het leven van het slachtoffer, maar ook het leven van verdachte, veranderd. Zo moet verdachte, die student is, naast zijn curriculaire verplichtingen, werken om zijn ouders te ondersteunen in het bekostigen van het honorarium van de gekozen raadsman. Verdachte heeft hierdoor, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, minder tijd om met zijn familie door te brengen. Ook zien verdachte en zijn ouders zich geconfronteerd met een door het slachtoffer bij de burgerlijke rechter aangespannen civiele vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 100.000,- .

Rekening houdende met al deze omstandigheden kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te melden duur, nu deze straf naar het oordeel van het gerecht ten aanzien van de verdachte passend en geboden is. Het gerecht overweegt ten slotte dat verdachte kampt met een groot schuldgevoel en op deze wijze reeds wordt gestraft.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:136, 1:163, 1:169, 1:170 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals hierboven bewezen heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdentwintig (120) uren onder begeleiding en toezicht van de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, aan te vangen binnen één (1) maand en te voltooien binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. Bij het niet naar behoren verrichten van deze taakstraf zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van zestig (60) dagen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 1 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 ECLI:NL:HR:2014:3620, ECLI:NL:HR:2014:3045