Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:585

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
30-03-2016
Zaaknummer
266 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeeld. Witwassen. Gewoonte witwassen. Witwassen van criminele gelden. Bedreiging van de legale economie. Aantasting van de integriteit en de transparantie van het financiële en economische verkeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over: 2015

Datum uitspraak: 23 december 2015

Tegenspraak

Parketnummer: P-2013/16927

Zaaknummer: 266 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1970 in Colombia,

wonende in [woonplaats],

[adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 juni 2015 en 3 december 2015. De verdachte is op de eerste zitting wel en op de tweede zitting niet verschenen. De gemachtigde raadsvrouw, mr. C.J. Hart is op beide zittingen verschenen.

De officier van justitie, mr. F.A.P.M. van Deutekom, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1 primair en 2 primair te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden en een geldboete van Afl. 100.000,- subsidiair 1 jaar vervangende hechtenis.

Voorts is verbeurdverklaring gevorderd van de inbeslaggenomen onroerende goederen op de adressen te [perceelnummer 1], [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3] en de huuropbrengsten van deze onroerende goederen en de teruggave van verschillende voorwerpen conform de beslaglijst.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd conform haar pleitnota, die zij na de zitting heeft overgelegd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 11 mei 2006 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf verkregen geld(en) voordeel heeft getrokken, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), alstoen in Aruba (telkens) opzettelijk en al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) in bezit gehad en/of verhuurd en/of voor bewoning gebruikt en/of doen gebruiken en/of doen bewonen en/of verkocht, waardoor op geld waardeerbaar voordeel werd verkregen, immers heeft/hebben zij:

1. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] - het perceel [perceelnummer 1] in bezit gehad en verhuurd;

2. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - het perceel [adres] in bezit gehad en gebruikt voor bewoning;

3. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - appartementen bij het perceel [perceelnummer 2] in bezit gehad en verhuurd;

4. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 3] - het perceel [perceelnummer 4] in bezit gehad en verhuurd en verkocht op 11 mei 2006;

5. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 4] - het perceel [perceelnummer 5] in bezit gehad en verkocht op 10 december 2004;

6. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 5] - het perceel [perceelnummer 6] in bezit gehad en verkocht op 23 september 2004;

7. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 6] - twee percelen grond met kadastrale nummers [kadastrale nummers] te [straatnaam] in bezit gehad en verkocht op 21 april 2005 en 18 mei 2006;

8. het perceel [perceelnummer 3] in bezit gehad en/of verhuurd;

9. het perceel [perceelnummer 7] in bezit gehad en/of verhuurd;

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat dat/die onroerend(e) goed(eren) (mede) met uit misdrijf/misdrijven verkregen gelden werden aangeschaft en/of gebouwd, te weten met uit de (internationale) handel in verdovende middelen, verkregen geld(en),

van het plegen van welk misdrijf/welke misdrijven van witwassen verdachte en/of verdachtes mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;

(artikel 1, tweede lid, jo. 2 Landsverordening strafbaarstelling witwassen jo. artikel 49 Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 11 mei 2006 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), uit de opbrengst van door misdrijf verkregen geld(en) voordeel heeft getrokken, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), alstoen in Aruba, al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en), (telkens) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) in bezit gehad en/of verhuurd en/of voor bewoning gebruikt en/of doen gebruiken en/of doen bewonen en/of verkocht, waardoor op geld waardeerbaar voordeel werd verkregen, immers heeft/hebben zij:

1. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] - het perceel [perceelnummer 1] in bezit gehad en verhuurd;

2. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - het perceel [adres] in bezit gehad en gebruikt voor bewoning;

3. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - appartementen bij het perceel [perceelnummer 2] in bezit gehad en verhuurd;

4. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 3] - het perceel [perceelnummer 4] in bezit gehad en verhuurd en verkocht op 11 mei 2006;

5. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 4] - het perceel [perceelnummer 5] in bezit gehad en verkocht op 10 december 2004;

6. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 5] - het perceel [perceelnummer 6] in bezit gehad en verkocht op 23 september 2004;

7. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 6] - twee percelen grond met kadastrale nummers [kadastrale nummers] te [straatnaam] in bezit gehad en verkocht op 21 april 2005 en 18 mei 2006;

8. het perceel [perceelnummer 3] in bezit gehad en/of verhuurd;

9. het perceel [perceelnummer 7] in bezit gehad en/of verhuurd;

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) redelijkerwijze moest(en) vermoeden dat het/de onroerend(e) goed(eren) (mede) was/waren aangeschaft en/of gebouwd met geld(en) die uit misdrijf/misdrijven, te weten uit de (internationale) handel in verdovende middelen, afkomstig was/waren;

(artikel 3, tweede lid, Landsverordening strafbaarstelling witwassen jo. artikel 49 Wetboek van Strafrecht)

2. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2006 tot en met 1 januari 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), (telkens) opzettelijk en al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) voorhanden heeft gehad en/of overgedragen en/of van een (of meer) onroerend(e) goed(eren) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s):

1. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] - in bezit gehad en verhuurd het perceel [perceelnummer 1];

2. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - in bezit gehad en bewoond het perceel [adres];

3. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - in bezit gehad en verhuurd appartementen bij het perceel [perceelnummer 2];

4. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 7];

5. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 3];

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat het/de onroerend(e) goed(eren), middellijk of onmiddellijk, (mede) uit enig misdrijf, te weten de (internationale) handel in verdovende middelen, afkomstig was/waren,

van het plegen van welk misdrijf/welke misdrijven van witwassen verdachte en/of verdachtes mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;

(artikel 430c en 2:405 (nieuw) jo. artikel 49 en 1:123 (nieuw) Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2006 tot en met 1 januari 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en), (telkens) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) voorhanden heeft gehad en/of overgedragen en/of van een (of meer) onroerend(e) goed(eren) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s):

1. - met gebruik van de rechtspersoon Innes Street N.V. - in bezit gehad en verhuurd het perceel [perceelnummer 1];

2. - met gebruik van de rechtspersoon Printy N.V. - in bezit gehad en bewoond het perceel [adres];

3. - met gebruik van de rechtspersoon Printy N.V. - in bezit gehad en verhuurd appartementen bij het perceel [perceelnummer 2];

4. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 7];

5. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 3];

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) redelijkerwijze moest(en) vermoeden dat het/de onroerend(e) goed(eren), middellijk of onmiddellijk, (mede) uit enig misdrijf, te weten de (internationale) handel in verdovende middelen, afkomstig was/waren;

(artikel 430d, eerste lid, en 2:406 (nieuw) jo. artikel 49 en 1:123 (nieuw) Wetboek van Strafrecht)

Kennelijke schrijffouten in de tenlastelegging zijn verbeterd, waardoor verdachte niet in de verdediging is geschaad.

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 11 mei 2006 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf verkregen geld(en) voordeel heeft getrokken, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), alstoen in Aruba (telkens) opzettelijk en al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) in bezit gehad en/of verhuurd en/of voor bewoning gebruikt en/of doen gebruiken en/of doen bewonen en/of verkocht, waardoor op geld waardeerbaar voordeel werd verkregen, immers heeft/hebben zij:

1. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] - het perceel [perceelnummer 1] in bezit gehad en verhuurd;

2. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - het perceel [adres] in bezit gehad en gebruikt voor bewoning;

3. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - appartementen bij het perceel [perceelnummer 2] in bezit gehad en verhuurd;

4. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 3] - het perceel [perceelnummer 4] in bezit gehad en verhuurd en verkocht op 11 mei 2006;

5. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 4] - het perceel [perceelnummer 5] in bezit gehad en verkocht op 10 december 2004;

6. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 5] - het perceel [perceelnummer 6] in bezit gehad en verkocht op 23 september 2004;

7. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 6] - twee percelen grond met kadastrale nummers [kadastrale nummers] te [straatnaam] in bezit gehad en verkocht op 21 april 2005 en 18 mei 2006;

8. het perceel [perceelnummer 3] in bezit gehad en/of verhuurd;

9. het perceel [perceelnummer 7] in bezit gehad en/of verhuurd;

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat dat/die onroerend(e) goed(eren) (mede) met uit misdrijf/misdrijven verkregen gelden werden aangeschaft en/of gebouwd, te weten met uit de (internationale) handel in verdovende middelen, verkregen geld(en),

van het plegen van welk misdrijf/welke misdrijven van witwassen verdachte en/of verdachtes mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;

2. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2006 tot en met 1 januari 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), (telkens) opzettelijk en al dan niet met gebruik van een (of meer) rechtsperso(o)n(en) een (of meer) onroerend(e) goed(eren) voorhanden heeft gehad en/of overgedragen en/of van een (of meer) onroerend(e) goed(eren) gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s):

1. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 1] - in bezit gehad en verhuurd het perceel [perceelnummer 1];

2. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - in bezit gehad en bewoond het perceel [perceelnummer 2];

3. - met gebruik van de rechtspersoon [rechtspersoon 2] - in bezit gehad en verhuurd appartementen bij het perceel [perceelnummer 2];

4. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 7];

5. in bezit gehad en/of verhuurd het perceel [perceelnummer 3];

terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat het/de onroerend(e) goed(eren), middellijk of onmiddellijk, (mede) uit enig misdrijf, te weten de (internationale) handel in verdovende middelen, afkomstig was/waren,

van het plegen van welk misdrijf/welke misdrijven van witwassen verdachte en/of verdachtes mededader(s) een gewoonte hebben gemaakt;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5. Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Recherche Samenwerking Team (R.S.T.) Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba, vestiging Aruba, Afdeling Taktiek Aruba, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juli 2012 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadiers bij voormeld korps.

Een proces-verbaal, pv nummer 29031920, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 juli 2011 gesloten en getekend te Boston door [verbalisant 3] en [verbalisant 2], buitengewoon agenten van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 1] is de vader van mijn kinderen. Ik ken hem sinds 1992 toen hij op St. Maarten woonde. In de periode dat ik een relatie met hem had verdiende hij zijn geld met de handel in verdovende middelen. Ik verdiende mijn geld in dezelfde periode door goederen die ik voor [medeverdachte 1] bracht naar [land 1]. Ik kreeg hiervoor dan zo’n 500 dollar per keer. In 1992 vertelde [medeverdachte 1] dat hij van [land 2] weg moest, omdat de grond onder zijn voeten heet werd. Ik ben toen in verwachting geraakt.

[advocaat] is een advocaat. Ik heb hem in 2005 leren kennen. Toen ik op Aruba was ging ik naar een kerk waar ik een zuster heb leren kennen. Zij was de vrouw van […]. Via hem heb ik [getuige] leren kennen.

[medeverdachte 2] heeft voor mij gewerkt. Terwijl ik in [land 3] (van 2005 tot 2008) was beheerde zij de appartementen en in de de huur. Zij stuurde het geld hiervan naar mij op.

Een proces-verbaal, pv nummer 29031922, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 juli 2011 gesloten en getekend te Boston door [verbalisant 3] en [verbalisant 2], buitengewoon agenten van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 1] heeft de woning in [perceelnummer 5] van […] gekocht voor 170.000 dollar. Ik denk dat het geld afkomstig is van de handel in verdovende middelen. Medio 2005 heb ik deze woning verkocht, omdat ik geen geld meer kreeg van [medeverdachte 1]. In 2001 heeft Roberto mij het huis aan [perceelnummer 1], de appartementen aan [straatnaam] en een huis in [land 3] gegeven. Ik was in Amerika en [medeverdachte 2] heeft de verkoop geregeld. Met dit geld heb ik geïnvesteerd in de appartementen in [straatnaam]. Ik ben de echte eigenaar van [perceelnummer 2]. De appartementen zijn gebouwd voor een deel met geld van de verkoop van de huizen van mijn moeder en de rest met geld van [medeverdachte 1].

De aankoop van het perceel [perceelnummer 3] heb ik betaald met het geld dat ik ontvangen heb voor de verkoop van de woning in [perceelnummer 8].

Een proces-verbaal, pv nummer 10, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 oktober 2013 gesloten en getekend door [verbalisant 4] en [verbalisant 1], buitengewoon agenten van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

[medeverdachte 1] ondersteunde mij en mijn kinderen financieel. Op uw vraag wat [medeverdachte 1] allemaal gekocht heeft op Aruba in de periode die hij in Aruba woonde of verbleef, daarop antwoord ik als volgt: het huis in [perceelnummer 6] en het huis [perceelnummer 1]. Het klopt dat alles wat [medeverdachte 1] op Aruba had gekocht voor mij en mijn kinderen waren. Hij gaf me alles maar als ik iets verkocht, een woning, dan ging het geld naar [medeverdachte 1]. Als hij geen geld had dan moest ik iets verkopen en dan ging het geld naar hem toe. Het appartement [straatnaam] werd niet verkocht, omdat hij ook wist dat daar geld van mij zat. Hij had ook een woning gekocht in [perceelnummer 5]. Hij was helemaal vergeten dat hij dat huis had gekocht, dat geld heb ik geïnvesteerd in een appartement in [land 3]. Soms kreeg ik geen geld, soms stortte hij geld voor me en gebruikte ik dat geld voor eten en voor de kinderen.

* Bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, algemeen dossier, gevoegde processen-verbaal ex artikel 169r van het Wetboek van Strafvordering (tap pv gesprekken) onder meer inhoudende (nrs. 290263983, 290264341):

tapverslag

gespreksgegevens: 290263983

Met nummer: 5934966

Tijdstip: 07.01.10 11:32:12

Onderwerp: 6526-appartement verhuurd.

[verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2]

Gesprek gaat over het appartement dat [verdachte] verhuurd heeft met studenten.

tapverslag

gespreksgegevens: 290264341

Met nummer: 5934902

Tijdstip: 09.01.10 14:26:29

Onderwerp: 6725-Man Gehandboeien aangehouden

[verdachte] belt […]

[verdachte] heeft het appartement met een jongen verhuurd voor 2400. Ze zegt dat het beter is dan niets, anders blijven ze leeg staan.

Een proces-verbaal, pv nummer 9, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 oktober 2013 gesloten en getekend te Boston door [verbalisant 4] en [verbalisant 1], buitengewoon agenten van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [medeverdacht 1], -zakelijk weergegeven-:

[verdachte] is mijn ex-vrouw. De moeder van de kinderen die op Aruba wonen. Ik heb haar 25 jaren geleden in [land 2] leren kennen. Ik verdiende mijn geld in die periode in de cocaïne handel. Door mijn werk in cocaïne handel kon ik mijn kinderen financieel ondersteunen. Alles wat ik in Aruba heb gekocht heb ik voor [verdachte] gekocht en dat was voor [verdachte] en de kinderen. Ik heb voor hun drie huizen aangeschaft en vier appartementen gebouwd. [verdachte] deed de administratie in Aruba voor de aangaande geldzaken.

[verdachte] heeft het huis op adres [perceelnummer 5] aangekocht, op dezelfde manier als de rest. [verdachte] heeft het huis op het adres [perceelnummer 1] gekocht en [getuige] heeft alle papieren daarvoor geregeld. Het huis is gekocht met geld afkomstig uit de handel in drugs. Dit is ook het geval geweest bij alle huizen. De woning in [perceelnummer 3] heeft [verdachte] met cash aangekocht met geld afkomstig uit drugshandel.

De advocaat meneer [getuige] kwam op het idee om rechtspersonen op te richten. Ik wilde geld beleggen in onroerende goederen en ik ben naar hem toegegaan. Ik heb verteld wat voor werk ik deed en waar ik geld mee verdiende en dat ik het geld legaal wilde maken. [getuige] kwam toen met het idee om rechtspersonen op te richten en om met het geld onroerende goederen aan te kopen. Er zijn veel bedrijven opgericht, [getuige] regelde dat allemaal.

Een proces-verbaal, pv nummer 29032101, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 november 2011 gesloten en getekend door [verbalisant 2] en [verbalisant 1], buitengewoon agenten van politie en brigadier van politie, werkzaam bij het Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Ik heb [medeverdachte 1] en [verdachte] leren kennen in 1993 of 1994. Zij wilden op Curaçao en Aruba onroerend goed kopen om te verhuren en zij waren van plan zich op Aruba te vestigen. [verdachte] heeft de onroerende goederen zelf uitgezocht. Het onroerend goed op Aruba zou voor [verdachte] zijn. Indirect is [verdachte] de eigenaar van [perceelnummer 1]. Voor mij waren [medeverdachte 1] en [verdachte] samen de eigenaren van [perceelnummer 6]. Roberto en [verdachte] waren de echte eigenaren van [perceelnummer 5]. De echte eigenaar van de appartementen in [perceelnummer 2] is [verdachte] geworden nadat [medeverdachte] weg was.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juli 2010 vastgesteld en ondertekend door de rechter-commissaris [rechter-commissaris], voor zover inhoudende, als verklaring van [medeverdachte 2], -zakelijk weergegeven-:

Het huis waar ik in woon is van [stiefvader]. Ik betaal de huur aan [verdachte]. Ik heb in het verleden ook huuropbrengsten geïnd voor [verdachte]. Ik heb altijd met [verdachte] gehandeld met betrekking tot de woning te [perceelnummer 3]. Ik heb vanaf het begin geen schriftelijk huurcontract gehad, wel is er eentje opgesteld op verzoek van [stiefvader], omdat hij het nodig had voor een lening. [verdachte] heeft mij gevraagd om hieraan te werken.

Bewijsoverwegingen

strafbaarstelling feit

De raadsvrouw heeft - samengevat - betoogd dat verdachte geen opzet had op strafbare handelingen, nu zij zich de onroerende goederen reeds in 1996 met uit misdrijf verkregen gelden heeft aangeschaft en de wetgever deze handelingen toentertijd niet strafbaar heeft gesteld.

Het gerecht is van oordeel dat de tenlastegelegde strafbare gedraging niet is toegespitst op de aankoop van onroerende goederen met uit misdrijf afkomstige gelden maar op het opzettelijk uit de opbrengst van die gelden voordeel trekken, hetgeen een doorlopend delict is. Haar stelling die neerkomt op: ‘eens gewit altijd wit’ gaat niet op.

voordeel trekken

De raadsvrouw heeft verder betoogd dat het onmogelijk is dat verdachte na haar aanhouding in 2010, nog voordeel kon trekken van de onroerende goederen. Het gerecht is van oordeel dat de onroerende goederen nog steeds formeel op haar naam staan en dat zij nog de gerechtigde eigenaar is. Ze woont zelfs nog steeds op het adres [perceelnummer 2], waarvan zij nog van het woongenot profiteert. Deswege wordt het verweer van de raadsvrouw verworpen. Dat op [perceelnummer 3] medeverdachte [medeverdachte 2] woonde zonder huur te betalen (althans maandenlang geen huur betaalde), doet niet af aan het feit dat er door de kosteloze bewoning voordeel werd getrokken, door die medeverdachte [medeverdachte 2] en door verdachte zelf, die immers in staat was haar medeverdachte deze gunst te verlenen, kennelijk als vergoeding voor haar hulp en bijstand.

opzet

Uit de gebezigde bewijsmiddelen met name, de verklaringen van verdachte, [medeverdachte 1] en advocaat [getuige], volgt dat verdachte wist dat de gelden die zij tot haar beschikking had afkomstig waren van de handel in verdovende middelen gedreven door [medeverdachte 1], gedurende een groot aantal jaren, tot verdachtes aanhouding in 2010 (en in wezen ook nog daarna, omdat het onroerend goed nog steeds op haar naam staat). Ondanks deze wetenschap heeft verdachte, samen met [medeverdachte 1], en andere medeverdachten deze gelden willens en wetens geïnvesteerd of geherinvesteerd in de aankoop van de onroerende goederen. Dat er met de investeringen soms deels geld uit andere bron kwam, doet daaraan niet af. Het gerecht concludeert dat verdachte door het willens en wetens aanwenden van uit misdrijf afkomstige gelden uit voormelde verkoop- en huuropbrengsten alsmede uit het aan haar verleende woongenot, telkens voordeel heeft getrokken. Aldus acht het gerecht bewezen dat verdachte van deze strafbare gedragingen een gewoonte heeft gemaakt.

medeplegen

Van medeplegen is volgens de Hoge Raad sprake indien er een nauwe en bewuste samenwerking bestaat tussen de dader en een (of meer) ander(en), waarbij de intellectuele of materiële bijdrage van die dader aan het delict van voldoende gewicht is1.

Het gerecht is, gelet op bovenstaande beschreven feiten en omstandigheden van het onderhavige geval, van oordeel dat verdachte, door telkens gelden afkomstig van de handel in verdovende middelen te verkrijgen van [medeverdachte 1] en samen met hem telkens onroerende goederen te kopen en te verkopen en hiervan voordeel te trekken, substantieel en systematisch op grond van een tussen hen bestaand gezamenlijk plan heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van de onderhavige strafbare gedragingen.

Het gerecht concludeert uit de handelwijze van verdachte dat zij willens en wetens nauw en bewust met [medeverdachte 1] heeft samengewerkt tot het begaan van de strafbare gedragingen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Op 15 februari 2014 is een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24, gewijzigd bij AB 2014 no. 11) in werking getreden. Bij de invoering is niet voorzien in overgangsrechtelijke bepalingen, zodat de daarin neergelegde voorschriften onmiddellijk van toepassing zijn geworden. Voor zover de in de tenlastelegging beschreven feiten zijn begaan vóór deze datum, geldt evenwel het navolgende.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van dit wetboek is geen feit strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. In het tweede lid van dit artikel is voorts bepaald dat bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast. Deze artikelleden, in onderlinge samenhang bezien, brengen mee dat, voor zover de bepalingen van dit wetboek omtrent de strafwaardigheid van een delict of de zwaarte van de daarop bedreigde sanctie niet gunstiger zijn dan die, welke golden ten tijde van het tijdstip of de periode waarop de aan de verdachte verweten feiten volgens de tenlastelegging zijn gepleegd, de op dat moment geldende bepalingen dienen te worden toegepast. Indien zich naar het oordeel van het gerecht een dergelijk geval voordoet zal dit in dit vonnis, voor zover relevant en niet uitdrukkelijk nader gemotiveerd, tot uitdrukking komen in de kwalificatiebeslissing en de vermelding van de bij de oplegging van een straf of maatregel toegepaste wettelijke voorschriften.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Primair: medeplegen van opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf verkregen geld een voordeel trekken en opzettelijk een gewoonte maken van witwassen van geld

strafbaar gesteld bij artikel 1, tweede lid juncto artikel 2 van de Landsverordening strafbaarstelling witwassen zoals luidde voor 15 februari 2014, juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht (oud).

2. Primair: medeplegen van een gewoonte maken van witwassen

strafbaar gesteld bij artikel 430c juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht (oud) en artikel 2:405 van het Wetboek van Strafrecht (oud) juncto artikel 1:123, eerste lid aanhef en onder a van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een ruime periode telkens onroerende goederen gekocht en gebouwd (appartementen te [perceelnummer 2]) met gelden afkomstig van de handel in verdovende middelen. Een aantal van deze onroerende goederen werden door verdachte verkocht en verhuurd. Uit de opbrengsten heeft zij gedurende een lange tijdsspanne herhaaldelijk voordeel getrokken, zodat zij een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van deze strafbare gedraging. Verdachte heeft door haar handelen er aan bijgedragen dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht worden onttrokken en daaraan een schijnbare legale herkomst verschaft. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten vergemakkelijkt, bevorderd en in stand gehouden. Daarnaast vormt het witwassen van criminele gelden een bedreiging van de legale economie en een aantasting van de integriteit en de transparantie van het financiële en economische verkeer.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd. Met een minder vergaande straf zouden anderen in onvoldoende mate worden afgeschrikt tegen de verleiding tot het plegen van dit soort gemakkelijke en winstgevende misdaad.

Ten voordele van verdachte geldt dat zij nooit eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Het gerecht heeft geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Het gerecht neemt de eis van de officier van justitie over die op zijn beurt al bij zijn eis rekening heeft gehouden met deze overschrijding.

Het gerecht heeft geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting met ruim 10 maanden. Het gerecht ziet echter geen aanleiding om strafvermindering toe te passen, nu de ernst van het feit, het tijdsbestek die met het (forensisch) onderzoek gemoeid is geweest en het feit dat de verdachte slechts 99 dagen in voorarrest heeft doorgebracht, die niet rechtvaardigen

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerp(en)

A. Verbeurdverklaring

De in conservatoir beslag genomen onroerende goederen op de adressen [perceelnummer 1], [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3], waarvan is gebleken dat zij in juridische of in ieder geval in feitelijke en economische zin aan verdachte toebehoren en die geheel of ten dele ten eigen bate kunnen worden aangewend én die geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten zijn verkregen, zullen verbeurd worden verklaard.

De in beslag genomen gelden voortkomende uit de huur van de woningen te [perceelnummer 1], [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3] alsmede het geld voortspruitende uit de verkoop van de Jeep Wangler, nu gebleken is dat die onroerende goederen en de auto in juridische of in ieder geval in feitelijke en economische zin aan de verdachte toebehoren zullen worden verbeurd verklaard.

B. Teruggave

De teruggave zal - voor zover de voorwerpen aan de verdachte toebehoren en de teruggave daarvan nog niet is geschied -, worden gelast van de in beslag genomen voorwerpen voorkomende op de aan dit vonnis gehechte en bij de onderhavige strafzaak behorende (fotokopie van de) beslaglijst.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en bijkomende straf zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:54, 1:68, 1:136, 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van Afl. 100.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één (1) jaar;

verklaart verbeurd de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.A.H. Lemaire en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 23 december 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 ECLI:NL:HR:2014:3637.