Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:581

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
449 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Het gerecht veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 54 maanden (met toepassing van art. 1:138 Sr) voor het medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging en vuurwapenbezit. Verdachte is op de videobeelden van de overval herkend door, onder andere, twee politieambtenaren. Het feit dat die politieambtenaren onderdeel uitmaken van het OM maakt die herkenningen niet zonder meer onbetrouwbaar. Het gerecht verwerpt het verweer. Bij het opleggen van de straf is rekening gehouden met de veroordeling van dezelfde datum in een andere strafzaak tegen verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, [adres]

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2015 en 6 november 2015. De verdachte is op 25 september 2015 verschenen, en is ook nadien bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.F.M. Zara.

Tijdens de terechtzitting van 6 november 2015, waarop de zaken met parketnummers
P-2014/12207 en P-2014/02837 voor het eerst werden aangebracht, is de verdachte niet verschenen nadat hij afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Het gerecht heeft op die terechtzitting op vordering van de officier van justitie verstek verleend in de nieuw aangebrachte zaken en daarna de zaken, met parketnummers P-2015/08038,
P-2014/12207 en P-2014/02837 gevoegd behandeld. De zaak met parketnummer P-2015/08038 is echter op tegenspraak gebleven, nu de verdachte tijdens de pro-forma behandeling is verschenen. Om de verdachte niet het recht te ontnemen in de zaken met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837 in verzet te kunnen gaan, ziet het gerecht aanleiding om de gevoegde zaken alsnog te splitsen. Tussen de zaken bestaat geen verband en gevoegde behandeling van de zaken is, gelet op de achteraf geconstateerde omstandigheid, niet langer in het belang van het onderzoek. De zaken met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837 zullen bij apart vonnis worden afgedaan en onderhavig vonnis zal nog slechts de zaak met parketnummer P-2015/08038 beslaan.

Waar hierna wordt gesproken van ‘de zaak’ of ‘het vonnis’, wordt daarmee aldus bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan de orde.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer P-2014/02837 vrij te spreken en ter zake van de overige feiten in de zaken met parketnummers P-2015/08038, P-2014/12207 en
P-2014/02837 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft voorts in de zaak met parketnummer P-2015/08038 v auto’s van het merk [auto 1] en [auto 2], onttrekking aan het verkeer van de xtc-pillen en teruggave aan de verdachte van de overige inbeslaggenomen goederen opgenomen op de beslaglijst.

De raadsman, mr. J.F.M. Zara, heeft het woord ter verdediging gevoerd.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft ter terechtzitting een vordering ter zake door haar geleden schade ingediend ter hoogte van Afl. 46.267,87. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening onder meer heeft weggenomen

een grote enveloppe inhoudende onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00, althans een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje bleef/bleven duwen door een (of meer) hand(en) met kracht tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer 2] te plaatsen, waardoor die [slachtoffer 2] geen beweging kon maken en/of

- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Para keto, para keto” (Vrije vertaling: “Stil blijven (staan), stil blijven (staan)”) en/of

- de grote enveloppe met daarin onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00 met kracht uit de handen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben weggenomen en/of

- alle voren omschreven handelingen heeft/hebben verricht terwijl hij en/of zijn mededader(s) een (of meer) pisto(o)l(en), althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht gehouden, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich hebben gehad;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 jo artikel1 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen

een grote enveloppe inhoudende onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00, althans een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje bleef/bleven duwen door een (of meer) hand(en) met kracht tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer 2] te plaatsen, waardoor die [slachtoffer 2] geen beweging kon maken en/of

- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Para keto, para keto” (Vrije vertaling: “Stil blijven (staan), stil blijven (staan)”) en/of

- de grote enveloppe met daarin onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00 met kracht uit de handen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben weggenomen en/of

- alle voren omschreven handelingen heeft/hebben verricht terwijl hij en/of zijn mededader(s) een (of meer) pisto(o)l(en), althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht gehouden, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich hebben gehad;

2. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft betoogd dat onvoldoende wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de hem tenlastegelegde feiten heeft begaan waardoor verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft in het kader van de herkenning van verdachte op de videobeelden van de overval aangevoerd dat de politie, als onderdeel van het Openbaar Ministerie, niet kan getuigen ten aanzien van die herkenning.

De raadsman heeft, anders dan de stelling dat de politie onderdeel uitmaakt van het Openbaar Ministerie, niet nader toegelicht waarom de herkenningen door de politie niet als bewijs zou kunnen worden gebezigd. Het gerecht verwerpt het verweer dan ook. Het enkele feit dat de politie onderdeel uitmaakt van het Openbaar Ministerie, staat op zichzelf niet in de weg aan de betrouwbaarheid van de herkenning door de politie. Beide politieambtenaren die de verdachte op de beelden hebben herkend, hebben gemotiveerd aangegeven waar die herkenning op is gebaseerd. Nu beide politieambtenaren hebben verklaard de verdachte te kennen uit eerdere aanhoudingen en door de verdediging geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die tot een andere conclusie leiden, acht het gerecht de herkenning door hen betrouwbaar.

Voorts heeft ook de getuige [medeverdachte] verdachte op de videobeelden herkend. Dat zij mogelijk zelf ook bij de tenlastegelegde feiten betrokken is zoals door de verdediging is aangevoerd, doet aan de herkenning door haar en de betrouwbaarheid daarvan, geen afbreuk. Ook zij heeft aangegeven waar die herkenning op is gebaseerd.

Hetgeen de verdediging overigens heeft aangevoerd vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen zelf.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. diefstal, door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 in samenhang met artikel 2:289 onder a van het Wetboek van Strafrecht.

2. medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op klaarlichte dag op een voor het publiek toegankelijke plaats, samen met twee andere personen, een gewapende overval gepleegd op een geldloper. Dit feit is voor het slachtoffer en de omstanders een angstige en schokkende ervaring geweest. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog langdurig de (psychische) gevolgen hiervan ondervinden. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend. Verder veroorzaken feiten zoals deze niet alleen gevoelens van angst bij de directe slachtoffers, maar versterken zij ook de gevoelens van onveiligheid in de Arubaanse samenleving. Als schadelijk voor het imago van Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. Het gerecht neemt het de verdachte dan ook uiterst kwalijk dat hij, kennelijk louter gedreven door financieel gewin, heeft gekozen om een dergelijk ernstig feit te begaan. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij reeds eerder is veroordeeld, waaronder tevens voor geweldsdelicten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht houdt bij de strafoplegging rekening met de veroordeling in de zaak met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslaggenomen verdovende middelen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat deze middelen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De in beslag genomen witte auto van het merk [auto] met kentekennummer [kentekennummer], waarvan ter terechtzitting is gebleken dat niet is kunnen worden vastgesteld aan wie het toebehoort, terwijl met behulp daarvan het feit is begaan, zal verbeurd worden verklaard.

C. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de grijze auto van het merk [auto] met kentekennummer [kentekennummer], aan de rechthebbende mevrouw [moeder verdachte].

Verwezen wordt naar de bij dit vonnis gehechte bijlage van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. De teruggave zal worden gelast van de overige voorwerpen genoemd op de bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen goederen aan de verdachte.

10 Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij] schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is.

De hoogte van die schade is, gelet op de door verdachte overgelegde stukken inhoudende stortingsbonnen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 46.267,87.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte met zijn mededaders is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het Gerecht ziet voorts aanleiding de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:68, 1:74, 1:75, 1:78 en 1:138 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENVIJFTIG (54) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave van de in rubriek 9C genoemde voorwerpen aan verdachte (overige op bijgevoegde lijst) en aan de rechthebbende [moeder verdachte] (de auto van het merk [auto]);

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [benadeelde partij] -hoofdelijk in die zin dat als (één van) zijn mededader(s) heeft/hebben betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 46.267,87 (zegge: zesenveertigduizend tweehonderdzevenenzestig en 87 centen). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van respectievelijk Afl. 46.267,87 (zegge: zesenveertigduizend tweehonderdzevenenzestig en 87 centen) bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door NEGENTIG (90) DAGEN, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 27 november 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.