Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:580

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
20-11-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
475 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren voor poging doodslag van drie personen en vernieling. Het gerecht volgt het verweer van verdachte, dat de verklaringen van één van de getuigen niet als bewijs kunnen worden gebruikt omdat de getuige heeft geweigerd het proces-verbaal van de met hem gehouden fotoconfrontatie te ondertekenen, niet. Het niet ondertekenen van het pv maakt de getuige geen onbetrouwbare getuige, het gerecht neemt daarbij mede in aanmerking dat de getuige zijn eerdere verklaringen wel heeft ondertekend, niet heeft verklaard op die verklaringen terug te willen komen en heeft verklaard te vrezen voor represailles door verdachte. Uit het technische bewijs blijkt overigens dat alle kogels met één wapen werden afgevuurd en dat de gedraging van verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm op het doden van de slachtoffers was gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, [adres],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. Croes.

De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 6 juni 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans te mishandelen met een wapen, te weten een vuurwapen, zijnde een wapen als bedoeld bij artikel 1 lid 2a van de Wapenverordening, opzettelijk, meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) in/op en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geschoten, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid,

(artikel 2:259 jo artikel 1:119 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 6 juni 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans te mishandelen met een wapen, te weten een vuurwapen, zijnde een wapen als bedoeld bij artikel 1 lid 2a van de Wapenverordening, opzettelijk, meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) in/op en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of van de door [slachtoffer 3] bestuurde personenauto ([auto]) heeft geschoten, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid,

(artikel 2:259 jo artikel 1:119 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

hij op of omstreeks 6 juni 2015 te Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk de voor- en/of achter ruit(en) en/of het linker achterportier van een auto van het merk [auto], (grijs van kleur), met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt door meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) op en/of in de richting van voornoemde auto te schieten;

(artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht)

3. hij op of omstreeks 6 juni 2015 te Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk de ruit achter de bestuurderszijde van een auto van het merk [auto], (rood van kleur), met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt door meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) op en/of in de richting van voornoemde auto te schieten;

(artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

1. hij op of omstreeks 6 juni 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans te mishandelen met een wapen, te weten een vuurwapen, zijnde een wapen als bedoeld bij artikel 1 lid 2a van de Wapenverordening, opzettelijk, meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) in/op en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geschoten, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid,

2. hij op of omstreeks 6 juni 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, althans te mishandelen met een wapen, te weten een vuurwapen, zijnde een wapen als bedoeld bij artikel 1 lid 2a van de Wapenverordening, opzettelijk, meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) in/op en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of van de door [slachtoffer 3] bestuurde personenauto ([auto]) heeft geschoten, zijnde de verdere uitvoering van dat voornemen niet voltooid,

3. hij op of omstreeks 6 juni 2015 te Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk de ruit achter de bestuurderszijde van een auto van het merk [auto], (rood van kleur), met kenteken [kentekennummer], in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt door meermalen althans eenmaal met een vuurwapen een of meer kogel(s) op en/of in de richting van voornoemde auto te schieten;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, mutatienummer 345101, in de wettelijke vorm opgemaakt op 23 september 2015.

* Een proces-verbaal, bijlage 5, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.M. Winklaar, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Op 6 juni 2015 ben ik in de nachtelijke uren met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] naar [restaurant] gegaan. [slachtoffer 3] trad op als bestuurder van zijn auto. Daar aangekomen reed [slachtoffer 3] met lage snelheid de parkeerplaats van voornoemde lokaliteit op. Ik zag ‘[bijnaam verdachte]’ buiten lopen en er ontstond een woordenwisseling tussen mij en [bijnaam verdachte]. [bijnaam verdachte] liep richting de bloemenbak die gelegen is in het midden van de parkeerplaats. [slachtoffer 3] reed langzaam door richting de uitgang van de parkeerplaats. Ik besloot uit de auto te stappen om [bijnaam verdachte] te confronteren. Op het moment dat ik in zijn richting liep zag ik dat [bijnaam verdachte] zijn rechterhand onder zijn shirt had, ter hoogte van zijn broek. [bijnaam verdachte] trok een vuistvuurwapen van onder zijn kleding en richtte deze op mij. [bijnaam verdachte] schoot direct een keer in mijn richting waardoor ik achter de auto van [slachtoffer 3] dekking ging zoeken. Ik gooide een bierfles in de richting van [bijnaam verdachte] die hem in het gezicht raakte. Hierna begon [bijnaam verdachte] verschillende keren in mijn richting te schieten. Wij werden niet geraakt, maar de auto van
[slachtoffer 3] wel.

* Een proces-verbaal, bijlage 7, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant M.I. Pieters, hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3], -zakelijk weergegeven-:

Vandaag, 6 juni 2015, ben ik met mijn vrienden [slachtoffer 1], bijgenaamd ‘[bijnaam slachtoffer 1]’, en [slachtoffer 2] naar [restaurant] gegaan. Ik ben eigenaar van een grijskleurige auto van het merk [auto] met kentekennummer [kentekennummer]. Wij zijn met mijn auto naar de bar gegaan. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn uit mijn auto gestapt maar bleven dicht in de buurt van mijn auto staan. Ik bleef in de auto zitten. Direct hierna hoorde ik enkele knallen en kort daarna raakten enkele kogels de ruit van de achterdeur van mijn auto. Vervolgens vernielde een van de kogels ook mijn voorruit. Zowel de voorruit als achterruit van mijn auto werden vernield. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] sprongen bij mij in de auto en ik reed met hoge snelheid in de zuidelijke richting weg.

* Een proces-verbaal, bijlage 8, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant J.D. Rosel, hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring [slachtoffer 3], -zakelijk weergegeven-:

Op de bewuste dag van de schietpartij bij [restaurant] had ik [bijnaam verdachte] en [vriend verdachte] gezien. Ik ben daar zeker van omdat ik hen bij een groep mannen zag staan toen ik aan kwam rijden. Ze stonden voor de bar.

* Een proces-verbaal, bijlage 9, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant S.J. Erasmus-Figaroa, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op 5 juni 2015 ben ik met mijn vrienden “[slachtoffer 1]”, [slachtoffer 3] en [vriend], in de auto van [slachtoffer 3], op stap gegaan. Na verschillende barretjes langs te zijn geweest, besloten we naar [restaurant] te gaan. Wij hebben [vriend] eerst thuis afgezet en [slachtoffer 3] zou mij en [slachtoffer 1] afzetten bij [restaurant]. Toen we daar aankwamen reed [slachtoffer 3] de parkeerplaats op. [slachtoffer 3] stopte ten westen van het duivenbeeld en [slachtoffer 1] stapte uit de auto. Ik hoorde [slachtoffer 1] met iemand praten en zag hem zijn armen bewegen. Toen ik ook uit de auto stapte hoorde ik meteen dat iemand naar [slachtoffer 1] was aan het schreeuwen. Er werd door elkaar geschreeuwd. Ik zag dat vier jongens naar [slachtoffer 1] waren aan het schreeuwen en herkende hen als “[vriend verdachte]”, “[bijnaam verdachte]”, “[vriend verdachte]” en “[vriend verdachte]”. Ik zag plotseling dat [bijnaam verdachte] een handeling deed met zijn hand, alsof hij zijn hand heel vlug naar voren haalde. Het leek alsof hij een wapen in zijn hand had en zou gaan schieten. Ik zocht meteen dekking achter de auto van [slachtoffer 3] en hoorde vervolgens een schot. Na het schot stond ik op en gooide een bierfles in de richting van de jongens en ging weer achter de auto verstoppen. [slachtoffer 3] begon vooruit te rijden om weg te rijden en vervolgens hoorde ik ongeveer 8 schoten achter elkaar.

* Een proces-verbaal, bijlage 11, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant S.J. Erasmus-Figaroa, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring/aangifte getuige [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

Op 6 juni 2015 was ik omstreeks 3:30uur bij [restaurant] aangekomen. Ik heb een roodkleurige auto van het merk [auto] met kentekennummer [kentekennummer]. Ik heb mijn auto op de parkeerplaats bij [restaurant], ten westen van het duiven beeld, geparkeerd. Toen ik naar huis wilde gaan, en buiten stond, hoorde ik klappen of schoten. Na het gebeuren wilde ik in mijn auto stappen om weg te gaan, maar werd er door de politie op gewezen dat mijn auto beschoten was.

* Een proces-verbaal, bijlage 10, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant E.A. Nicolaas, hoofdagent van politie bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring [getuige 2], -zakelijk weergegeven-:

Ik werk bij [restaurant] als bewaker. Vandaag omstreeks 4:45uur had ik dienst. Op een gegeven moment zag ik dat een groep mensen aan de westelijke kant van de parkeerplaats met elkaar begonnen te vechten. Vervolgens begonnen ze flessen naar elkaar te gooien. Kort hierna hoorde ik een schot. Ik begon de klanten die buiten naast mij stonden terug naar binnen te duwen. Ondertussen hoorde ik nog meer schoten, ongeveer 6 á 7. Ik heb daarna, om 4:46uur, de politie gebeld.

Ik wil verder opmerken dat ongeveer een half uurtje voor het incident de man bijgenaamd “[bijnaam verdachte]” het restaurant in is gegaan. Hij was niet lang binnen gebleven.

* Een proces-verbaal, bijlage 13, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant C.W. Muller, onderinspecteur bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding, -zakelijk weergegeven-:

De man met de bijnaam “[bijnaam verdachte]” is de bij de politie en justitie welbekende recidivist, [verdachte].

* Een proces-verbaal, bijlage 3, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant S.G. Ras, hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van onderzoek plaats delict, -zakelijk weergegeven-:

De plaats delict is het ‘[restaurant]’ gelegen te [adres]. Op de parkeerplaats is een groot beeld van een duif gebouwd. Aan de overkant bevindt zich de praktijk van de [naam praktijk].

Op het trottoir voor de praktijk [naam praktijk] werden 5 hulzen aangetroffen. Op de parkeerplaats voor ‘[restaurant]’ werden eveneens 5 hulzen aangetroffen.

Bovenaan tussen het rechter achterportier en het achterruit van de rode [auto] met kentekennummer
[kentekennummer] werd een kogelperforatie waargenomen. In de voering werd het uitschot van de kogel waargenomen, die voorts de ruit van het linker achterportier heeft geperforeerd.

In totaal werden er 10 hulzen op de plaats delict aangetroffen. Die hulzen zijn genummerd 1 t/m 10 en voorzien van SIN-zegel AADQ1205NL t/m AADQ1214NL en zullen naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag worden verzonden voor ballistisch onderzoek.

De conclusie luidt dat bij het schietincident dat zaterdag 6 juni 2015 voor 5:00uur op de parkeerplaats voor ‘[restaurant]’ heeft plaatsgevonden, tenminste 10 schoten werden afgevuurd. De schutter heeft zich bij het afvuren van de kogels over de parkeerplaats en het wegdek verplaatst.

* Een proces-verbaal, bijlage 4, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant S.G. Ras, hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van onderzoek kogelperforaties
[kentekennummer], -zakelijk weergegeven-:

Bij onderzoek aan de grijze [auto] voorzien van kentekennummer [kentekennummer], welke zich op de plaats delict bevond ten tijde van het schietincident, constateerde ik 3 kogelperforaties. Twee perforaties in de achterruit en 1 perforatie in het linker achterportier. De drie kogels die in de auto werden aangetroffen zullen naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag voor ballistisch onderzoek worden verzonden.

* Een geschrift, bijlage 1, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 oktober 2015 gesloten en getekend door rapporteur ing. M.E. Bestebreurtje, NFI-deskundige wapens en munitie, voor zover inhoudende, als munitieonderzoek naar aanleiding van schietincident in Noord op 6 juni 2015, -zakelijk weergegeven-:

Er zijn aanwijzingen gevonden dat de hulzen zijn verschoten met één vuurwapen.

Voor de tien hulzen [AADQ1205NL t/m -14NL], kaliber 9mm Browning Kort, zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.

Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met meerdere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde

systeemkenmerken.

De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

Er zijn aanwijzingen gevonden dat kogels zijn afgevuurd uit één loop.

Voor de drie kogels [AADQ1215Nl, -16NL en -17NL], die het best passen bij het kaliber 9mm Browning Kort, zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 3: De kogels zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop.

Hypothese 4: De kogels zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde

systeemkenmerken.

De bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek zijn minimaal zeer veel waarschijnlijker wanneer
hypothese 3 waar is, dan wanneer hypothese 4 waar is.

Bewijsoverwegingen

De verdachte ontkent de aan hem verweten feiten te hebben gepleegd en stelt dat hij op het moment dat het schietincident plaatsvond, thuis was en lag te slapen. De verdediging verwijst hierbij naar de verklaring van de moeder van verdachte die er getuige van zou zijn geweest dat verdachte ten tijde van het incident thuis lag te slapen.

Het gerecht verwerpt dit verweer. De verklaring van de moeder van verdachte, indien deze al als betrouwbaar kan worden aangemerkt, ondersteunt de stelling van verdachte niet. Immers, de moeder van verdachte verklaart enkel dat, toen zij op 6 juni 2015 omstreeks 2:45 uur ging slapen, verdachte op zijn bed lag. Zij is vervolgens zelf in slaap gevallen. Toen zij tussen 8:30 uur en 9:00 uur wakker werd, lag verdachte niet meer op zijn bed. Hierbij verklaart zij ook dat zij verdachte niet heeft horen opstaan en dus ook niet weet op welk tijdstip verdachte is opgestaan. Met de verklaring van de moeder van verdachte is zodoende geenszins vast komen te staan dat verdachte ten tijde van het incident – dat kort voor 5:00 uur plaatsvond – thuis lag te slapen.

Dat de verdachte kort voor en tijdens het incident ter plaatse aanwezig was blijkt voorts niet alleen uit de verklaringen van de aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], maar ook uit die van de, als onafhankelijk te kenschetsen, getuige [getuige 2]. Aan de verklaring van verdachte dat hij niet op de plaats delict aanwezig was, hecht het gerecht geen geloof.

De stelling van de verdediging, dat de verklaring van getuige [getuige 2] niet tot het bewijs kan worden gebezigd omdat [getuige 2] het proces-verbaal van de met hem gehouden foto-confrontatie waarbij de verdachte door die [getuige 2] werd herkend, heeft geweigerd te ondertekenen, volgt het gerecht evenmin. De getuige [getuige 2] heeft zijn eerdere verklaringen wel ondertekend en heeft niet verklaard op die eerdere verklaringen terug te willen komen. Voorts heeft de getuige verklaard het proces-verbaal niet te willen ondertekenen vanwege de vrees voor represailles door verdachte. Dit maakt getuige [getuige 2] niet tot een onbetrouwbare getuige, waardoor het gerecht niet twijfelt aan de betrouwbaarheid van de desbetreffende verklaring noch aan de door hem eerder afgelegde verklaringen.

Dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde feiten, blijkt voorts uit de verklaringen van de aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], die beiden in overeenkomstige zin verklaren dat de verdachte, nadat deze op een parkeerplaats ruzie had gekregen met [slachtoffer 1], schoten in de richting van [slachtoffer 1] en de zich in zijn nabijheid bevindende [slachtoffer 2] heeft gelost, en in hun richting is blijven schieten, ook nadat zij zich weer toegang hadden weten te verschaffen tot de van de parkeerplaats wegrijdende auto, bestuurd door de aangever [slachtoffer 3]. Hun verklaringen worden voorts bevestigd door die van [slachtoffer 3] alsmede de resultaten van het technisch onderzoek aan voormelde auto, waaruit blijkt dat die door drie kogels is getroffen. Hieruit en uit de ter plaatse aangetroffen hulzen moet de conclusie worden getrokken dat de verdachte ten minste tien kogels heeft afgevuurd, waarbij hij de auto over enige afstand al schietend te voet heeft achtervolgd. Daarbij is in aanmerking genomen dat het door het Nederlands Forensisch Instituut uitgevoerde onderzoek aan de gevonden hulzen en kogels erop duidt dat de schoten met één en hetzelfde wapen zijn afgevuurd. Deze gedraging van verdachte moet naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het doden van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg willens en wetens heeft aanvaard. De rechter acht derhalve bewezen dat verdachtes opzet, op zijn minst, voorwaardelijk was gericht op het doden van deze drie personen. Ook voor wat betreft de ruit van de auto van
[slachtoffer 4], acht het gerecht wettig en overtuigend bewezen dat deze door het opzettelijk handelen van verdachte werd vernield.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. poging doodslag, tweemaal gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 in samenhang met artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht;

2. poging doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 in samenhang met artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht;

3. vernieling

strafbaar gesteld bij artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn/haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in het openbaar, in de aanwezigheid van anderen, het vuur geopend op personen en daarbij op zijn minst tien kogels afgevuurd, met kennelijk geen ander doel dan het beslechten van een ruzie. Verdachte heeft zich daarbij op zeer roekeloze wijze gedragen en zich kennelijk niet bekommerd om de veiligheid van anderen, hetgeen blijkt uit de omstandigheid dat een van de kogels de auto van een willekeurige bezoeker van de ter plaatse gevestigde uitgaansgelegenheid heeft doorboord. Dergelijk handelen jaagt niet alleen bij de betrokkenen en directe omstanders angst aan – met mogelijk ernstige psychologische gevolgen – doch veroorzaakt tevens gevoelens van angst en onveiligheid binnen de maatschappij als geheel. Dit handelen wordt verdachte dan ook zwaar aangerekend.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Het gerecht houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerp(en)

A. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de beslag genomen mobiele telefoons, te weten een zwarte telefoon van het merk [telefoon], een witte telefoon van het merk [telefoon] en een zwarte merkloze telefoon, aan de verdachte.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke bepalingen, mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 20 november 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.