Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:578

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
476 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Het gerecht heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren voor het in bezit hebben, vervoeren en invoeren van meer dan 20 kilo verdovende middelen, kennelijk bedoeld voor verdere verspreiding en handel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, te [adres],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.F.M. Zara.

De officier van justitie, mr. B.J. Schmitz, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van voorarrest.

boot ‘[boot]’ met toebehoren.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2015 tot en met 17 juni 2015 in Aruba en/of Venezuela, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine), zijnde cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine), een stof als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en/of IV, althans enig zout van cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine) als vorenbedoeld heeft ingevoerd, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij op of omstreeks 17 juni 2015 in Aruba, gebruiker en/of huurder was van een vaartuig, terwijl op bedoeld vaartuig (openmotorboot genaamd “[boot]” met registratie letters en nummers [registratienummer]) toen en aldaar, een (of meer) middel(len) en/of stof(fen) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen, te weten cocaïne en/of heroïne, aanwezig is/zijn bevond(en), terwijl niet blijkt dat die aanwezigheid geoorloofd was;

(artikel 11 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie ter zake het subsidiair tenlastegelegde feit. Nu door de verdediging aan het beroep op niet-ontvankelijkheid geen normschending als bedoeld in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering ten grondslag is gelegd, zal het gerecht dit beroep verwerpen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2015 tot en met 17 juni 2015 in Aruba en/of Venezuela, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine), zijnde cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine), een stof als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en/of IV, althans enig zout van cocaïne en/of heroïne (diacetylmorphine) als vorenbedoeld heeft ingevoerd, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de (navolgende) wettige bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben.

De hieronder opgenomen bewijsmiddelen betreffen bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Unit Georganiseerde Criminaliteit, No. A-48/15, onderzoek ‘[naam onderzoek]’, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 september 2015 gesloten en ondertekend door R.E. Giel, brigadier bij voormeld korps.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juni 2015 gesloten en getekend door J.E. Marin, hoofdkommies der invoerrechten en accijnzen 1ste klasse bij de Sectie Douane Recherche en Informatie, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aanhouding, -zakelijk weergegeven-:

Op woensdag 17 juni 2015 werd in de haven van Barcadera op het pleziervaartuig ‘[boot]’, na grondige controle daarvan aan onder andere de lading en de persoonlijke spullen van de opvarenden, verdovende middelen aangetroffen. Aan boord van dit vaartuig bevonden zich zeven (7) personen, namelijk verdachte als gezagvoerder en zes (6) passagiers. Alvorens met visitatie werd begonnen, werd door verdachte aangifte gedaan voor koopmansgoederen middels twee (2) facturen, waarvoor de invoerrechten werden voldaan middels een kwitantie contante betaling met aangevers referentie 2015 # 195. Bij visitatie aan de koopmansgoederen werd door de douaneambtenaar geconstateerd dat deze een zwaarder gewicht hadden dan normaal. De verschillende koopmansgoederen bleken voorzien te zijn van dubbele bodems en wanden die een witachtige substantie bevatten.

Bijlage B-2: Kwitantie Contante Betaling 2015 # 195 en Wegvoerings Document 2015 P 195, beide op naam van verdachte.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 juni 2015 gesloten en getekend door G.E. van Nes en H.S. Lacle-Paesch, beiden brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Vandaag, 17 juni 2015, heb ik op de boot [boot] meegevaren van Venezuela naar Aruba. Alvorens aan boord te gaan van de boot moest ik twee sporttassen, met als inhoud schoenen en tassen, ophalen en deze aan [verdachte] afgeven, die ook de facturen van de goederen bij zich had. Toen we in Aruba aankwamen en nog op de pier stonden, vroeg iemand van de douane aan ons van wie de twee zwarte sporttassen waren. Hierop heeft [verdachte] geantwoord dat hij de facturen van de twee sporttassen had en dat hij voor de twee sporttassen verantwoordelijk was.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 juli 2015 gesloten en getekend door H.S. Lacle-Paesch en R.E. Giel, respectievelijk, brigadier eerste klasse en brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Ik moest in opdracht van [medeverdachte 2] de zwarte sporttassen ophalen en op de boot brengen. [medeverdachte 2] zei tegen mij dat er tassen en schoenen in de tassen zaten. De vrouw waar ik deze artikelen ging ophalen zei hetzelfde tegen mij.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 juni 2015 gesloten en getekend door N. Tromp, hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:

Op 17 juni 2015 ben ik meegevaren op de boot [boot] van Venezuela naar Aruba. Toen wij bij vertrek naar Aruba in de boot waren gearriveerd, zag ik en hoorde ik [medeverdachte] tegen [verdachte] zeggen: “Hier zijn jouw twee koffers. Ze hebben mij gezegd dat jij de kwitanties hebt”. Hierop antwoordde [verdachte] bevestigend dat hij de kwitanties heeft. Toen we bij Barcadera arriveerden, heeft [verdachte] de kwitanties van de handtassen aan de Douane getoond en gezegd dat hij daarvoor aansprakelijk was. [medeverdachte 2] was op dat moment ook bij Barcadera gearriveerd. [medeverdachte 2] had de reistickets voor [medeverdachte] en voor een van de mannen gebracht.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juni 2015 gesloten en getekend door R.E. Giel en G.E. van Nes, respectievelijk brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal beschrijving, wegen, testen van inbeslaggenomen (bagages met inhoud) verdovende middelen, -zakelijk weergegeven-:

Onderzoek werd verricht naar de in de handbagages aangetroffen witte substantie. Het totaal gewicht betreft 6425.8 gram. Een achttal monsters, met waarmerken ‘LAPA.1C, LAPA.1.5, LAPA1.11, LAPA.2 A, LAPA.2.1, LAPA.2.7 A, LAPA.3.1, LAPA.3.5 D’ zijn ter onderzoek daarvan verzonden aan het Landslaboratorium Aruba.

* Een geschrift, te weten een rapport van het Landslaboratorium Aruba, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door A.A. Diaz, Toxicoloog, op 26 juni 2015, voor zover inhoudende, als bevindingen van genoemde deskundige, -zakelijk weergegeven-:

De monsters, ‘LAPA.1C, LAPA.1.5, LAPA1.11, LAPA.2 A, LAPA.2.1, LAPA.2.7 A, LAPA.3.1, LAPA.3.5 D’, elk bevattende een monster van beigeachtige poeder, bevatten heroïne in de zin van de Landsverordening Verdovende Middelen.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 juni 2015 gesloten en getekend door E.R. Ramos, J.R.K. Angela en J.A. Kock, allen buitengewoon agent van politie bij de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied, ingedeeld op het steunpunt van Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevindingen, -zakelijk weergegeven-:

Op 17 juni 2015 werd de kustwacht steunpunt Aruba door de Douane Barcadera verzocht ondersteuning te verlenen bij het overbrengen van een vaartuig genaamd ‘[boot]’, waarop bij controle door de Douane drugs werd aangetroffen, naar de Commandeursbaai. Tijdens het overbrengen van het vaartuig zagen en hoorden wij, verbalisanten, dat de brandstoftank achter het vaartuig los zat. Wij hebben naar aanleiding hiervan een onderzoek ingesteld naar de brandstoftank. Bij het losmaken van de brandstoftank door deze naar voren te schuiven, werd een verborgen ruimte tussen het dek en de bodemplaat aangetroffen. Het verschuiven en losmaken van de brandstoftank gebeurde zonder enige schade in of aan het vaartuig aan te brengen. In de verborgen ruimte werden in totaal veertien (14) pakketjes van één (1) kilo blok op cocaïne gelijkende substantie aangetroffen. De op cocaïne gelijkende substantie reageerde positief op de aanwezigheid van cocaïne.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 september 2015 gesloten en getekend door mr. M.J.L. Yarzagaray, rechter-commissaris, en M.J. Oduber, griffier bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3], -zakelijk weergegeven-:

Toen wij aan boord gingen van [boot] bevonden zich drie mannen op de boot [boot], [verdachte], [inzittende] en nog een derde man. Deze derde man had een koffer bij zich en is ingestapt op de boot waarop wij kwamen. Hij is aan land gegaan en is in Venezuela gebleven.

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juni 2015 gesloten en getekend door R.E. Giel en G.E. van Nes, respectievelijk brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal beschrijving, wegen, testen van inbeslaggenomen verdovende middelen, -zakelijk weergegeven-:

Onderzoek werd verricht naar de veertien (14) op de boot [boot] aangetroffen pakketjes vermoedelijk bevattende verdovende middelen van ongeveer 1 kilo elk. Het totaal gewicht betreft 15686.4 gram. De uitgevoerde fieldtesten reageerden positief op de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten. Wij hebben een kleine hoeveelheid in twee afzonderlijke potjes gedaan en gewaarmerkt ‘kilo B’ en ‘kilo J’ ter onderzoek daarvan door het Landslaboratorium Aruba.

* Een geschrift, te weten een rapport van het Landslaboratorium Aruba, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door A.A. Diaz, Toxicoloog, op 26 juni 2015, voor zover inhoudende, als bevindingen van genoemde deskundige, -zakelijk weergegeven-:

De monsters, ‘kilo B’ en ‘kilo J’, elk inhoudende een monster van witachtige brokjes, bevatten cocaïne in de zin van de Landsverordening Verdovende Middelen.

Bewijsoverwegingen

Voor zover de verdediging heeft willen verzoeken de heer [medeverdachte 2] als getuige te horen, wijst het gerecht dit verzoek af, nu vast is komen te staan dat die [medeverdachte 2] voortvluchtig is en dagvaarding van de getuige nodeloos zal zijn. Voorts heeft de verdediging de noodzaak voor het horen van voornoemde getuige onvoldoende onderbouwd, terwijl de noodzaak, gezien de bewijsmiddelen voorhanden, het gerecht ook ambtshalve niet is gebleken.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van verdovende middelen op de boot [boot]. Noch van de in de sporttassen aangetroffen verdovende middelen, noch van de in de boot aangetroffen verdovende middelen. Aldus de verdediging werden de sporttassen door [medeverdachte] aan boord gebracht en had verdachte met die tassen niets van doen. Verder zijn de door [medeverdachte 3] afgelegde verklaringen, aldus de verdediging, leugenachtig en heeft verdachte de drugspakketten nimmer op open zee in de boot kunnen verstoppen.

Het gerecht volgt dit verweer niet. De verklaring van [medeverdachte 3] met betrekking tot de sporttassen wordt niet alleen ondersteund door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], doch ook door de omstandigheid dat aangifte van de sporttassen bij de douane door verdachte werd gedaan en ook de invoerrechten voor de goederen door verdachte werden voldaan. De verdachte heeft dit weliswaar ontkend, maar het gerecht acht die ontkenning niet geloofwaardig gelet op de inhoud van het proces-verbaal van aanhouding en de aangetroffen kwitantie op naam van verdachte.

De verklaring dat verdachte de drugspakketten nimmer op open zee in de boot heeft kunnen verstoppen, acht het gerecht evenmin geloofwaardig. Bij het overbrengen van de boot door de Kustwacht werd direct opgemerkt dat de benzinetank achterin de boot los zat, terwijl deze tank door de Kustwacht gemakkelijk, en zonder enige schade aan de boot toe te brengen, naar voren kon worden verschoven waarna de verdovende middelen werden aangetroffen. Voorts heeft [medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij een derde manspersoon, bij het aan boord gaan van de boot, op de boot heeft waargenomen die een koffer bij zich had, die man de boot met die koffer verliet en terug aan wal in Venezuela is gegaan. Verdachte heeft voor de kust van Venezuela, bij het tanken van benzine, voldoende gelegenheid gehad voor het aan boord brengen van de pakketten, welk vermoeden wordt versterkt door de aanwezigheid van de onbekend gebleven man, zoals verklaard door [medeverdachte 3].

Het gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen die in de boot werden verstopt en aan boord werden gebracht in de tassen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening en artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft tezamen en in vereniging met anderen een grote hoeveelheid, meer dan 20 kilo, cocaïne en heroïne, die gezien de hoeveelheid kennelijk bedoeld was voor verdere verspreiding en handel, in bezit gehad, vervoerd en ingevoerd. Het is een feit van algemene bekendheid, met welk feit ook verdachte bekend wordt geacht, dat verdovende middelen niet alleen zeer schadelijk zijn voor de gezondheid doch tevens de spil vormen in een zeer gewelddadig en leed veroorzakend circuit. Een circuit dat voor veel angst en onveiligheid binnen de maatschappij zorgt. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen bijgedragen aan het in standhouden van dit gewelddadige circuit, doch heeft hij tevens bijgedragen aan het verwoesten van de levens van de gebruikers van deze middelen. Het gerecht rekent verdachte dit handelen sterk aan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is zodoende geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerp

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslaggenomen verdovende middelen, de cocaïne en heroïne, zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het tenlastegelegde feit met betrekking tot die middelen is begaan en deze middelen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

Het in beslag genomen pleziervaartuig ‘[boot]’ met toebehoren, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat verdachte het geheel of ten dele ten eigen bate kon aanwenden en dat degene aan wie het toebehoort bekend was met het gebruik in verband met het strafbare feit, dan wel dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden, nu de boot werd geprepareerd en voorzien van verschillende geheime compartimenten en met behulp daarvan het strafbare feit is begaan of voorbereid, zal verbeurd worden verklaard.

De in beslag genomen koopmansgoederen, namelijk 7 paar schoenen en 8 tassen, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat met behulp daarvan het strafbare feit is begaan of voorbereid, zullen verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde middelen;

verklaart verbeurd de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 30 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.