Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:574

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
450 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden voor het medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging en vuurwapenbezit. Het verweer van verdachte dat confrontatie van een getuige met een verdachtenboek niet is toegestaan wordt verworpen. Door verdachte zijn geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit de onrechtmatigheid van de confrontatie zou moeten blijken. De enkele omstandigheid dat de getuige een verdachtenboek is getoond in plaats van een fotoconfrontatie, is daarvoor niet voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in Aruba, [adres]

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. Tevens is toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd.

Door de officier van justitie is voorts munitie. Teruggave is gevorderd van de inbeslaggenomen telefoon.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft ter terechtzitting een vordering ter zake door haar geleden schade ingediend ter hoogte van Afl. 46.267,87.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening onder meer heeft weggenomen

een grote enveloppe inhoudende onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00, althans een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje bleef/bleven duwen door een (of meer) hand(en) met kracht tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer 2] te plaatsen, waardoor die [slachtoffer 2] geen beweging kon maken en/of

- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Para keto, para keto” (Vrije vertaling: “Stil blijven (staan), stil blijven (staan)”) en/of

- de grote enveloppe met daarin onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00 met kracht uit de handen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben weggenomen en/of

- alle voren omschreven handelingen heeft/hebben verricht terwijl hij en/of zijn mededader(s) een (of meer) pisto(o)l(en), althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht gehouden, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich hebben gehad;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 jo artikel1 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen

een grote enveloppe inhoudende onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00, althans een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan verdachte en/of de mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het busje bleef/bleven duwen door een (of meer) hand(en) met kracht tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer 2] te plaatsen, waardoor die [slachtoffer 2] geen beweging kon maken en/of

- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Para keto, para keto” (Vrije vertaling: “Stil blijven (staan), stil blijven (staan)”) en/of

- de grote enveloppe met daarin onder meer een geldbedrag van Afl. 46.000,00 met kracht uit de handen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben weggenomen en/of

- alle voren omschreven handelingen heeft/hebben verricht terwijl hij en/of zijn mededader(s) een (of meer) pisto(o)l(en), althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht gehouden, althans zichtbaar in zijn/hun hand(en) bij zich hebben gehad;

2. dat hij op of omstreeks 30 mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) pisto(o)len, althans een (of meer) vuurwapen(s), althans een (of meer) soortgelijk(e) voor bedreiging en/of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, nummer A-04/2015, in de wettelijke vorm opgemaakt op 24 september 2015.

* Een proces-verbaal, bijlage 4, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 mei 2015 gesloten en getekend door verbalisant J.C.A. Koolman, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Vanochtend werd ik belast met het ophalen van het deposito geld bij alle [slachtoffer] filialen en het deponeren van dat geld bij de bank. Ik was vanochtend om ongeveer 8:30uur begonnen. Nadat ik langs drie [slachtoffer] filialen was geweest en daar het geld had opgehaald, ben ik eerst nog langs de woning van de eigenaar van [slachtoffer] gereden voordat ik door ben gereden naar het filiaal van [slachtoffer] gelegen te Boulevard. Ik ben daar via de achterkant van het gebouw de parkeerplaats opgereden en heb het dienstbusje voor de ingangsdeur van de winkel geparkeerd. Ik ben naar binnen gegaan om het te deponeren geld op te halen. Met het tasje, met daarin het te deponeren geld, in mijn had liep ik naar buiten richting het bestelbusje. Op het moment dat ik het linker voorportier ging openmaken duwde iemand mij van achteren met kracht tegen het busje aan. Hierdoor viel mijn leesbril op de grond. Degene die mij had geduwd bleef mij met kracht tegen het busje aan duwen door een van zijn handen met kracht tegen mijn hoofd en nek te plaatsen waardoor ik geen beweging kon maken. Een jonge mannenstem zei vervolgens in het Papiamento in een bedreigende toon: “para keto, para keto”. Ik voelde dat iemand het tasje met het te deponeren geld met kracht uit mijn handen wegnam. Hierna hoorde ik rennende voetstappen. Toen ik mij omdraaide zag ik twee mannen, beiden met slank postuur, in een witte vierportiers auto van het merk [auto], instappen. Eén van de mannen was langer dan de ander. Ik zag duidelijk dat de lange man een zwart vuurwapen in zijn rechterhand had. De bestuurder zat in de auto op hen te wachten.

* Een proces-verbaal, bijlage 5, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 augustus 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [aangever], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben degene die bevoegd is en toestemming heeft om aangifte te doen van de gewapende overval die op 30 mei 2015 in de ochtend op de geldloper van [slachtoffer] werd gepleegd. Het bedrag van Afl. 46.267,87 werd als buit bij die overval meegenomen.

* Een proces-verbaal, bijlage 1, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 mei 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben werkzaam bij [slachtoffer] Boulevard. Ik moest vandaag om 10:00 uur beginnen met werken. Om omstreeks 9:45 uur werd ik door mijn vriendin op werk afgezet. Doordat ik vroeg was bleef ik in de auto zitten. Wij stonden op de parkeerplaats van [slachtoffer] geparkeerd. Ongeveer 10 minuten later zag ik mijn collega [slachtoffer 2] uit de winkel lopen in de richting van de bestelwagen. Plotseling zag ik twee bedekte mannen uit een vierportiers witte [auto] stappen. Ik zag dat zij richting mijn collega renden en dat elk van hen een wapen in de handen vasthield. Toen de overvallers achter mijn collega stonden sloeg een van de twee hem direct met de kolf van het wapen achter zijn hoofd. Vervolgens duwde hij hem en bleef hem bij zijn hals en nek vasthouden. De andere overvaller pakte de tas weg van mijn collega. Hierna renden zij terug naar de witte [auto] en stapten in de auto en reden met hoge snelheid weg.

* Een proces-verbaal, bijlage 9, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding videobeelden [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 3 juni 2015 heb ik onderzoek gedaan naar de beveiligingsbeelden van [slachtoffer]. De beelden werden opgenomen op camera’s 2 en 8 op 30 mei 2015 tussen 9:26 uur en 10:10 uur. De videobeelden heb ik op 3 juni 2015 in ontvangst genomen van mevrouw [werkneemster], supervisor van [slachtoffer] Boulevard, die deze opnames vrijwillig aan mij heeft afgestaan.

Op de beelden is te zien dat op 30 mei 2015 om 09:46:20 uur een witte vierportiers [auto] op de parkeerplaats van [slachtoffer] arriveert en aldaar parkeert. De auto blijft aldaar geparkeerd zonder dat personen uit de auto stappen.

Om 10:07:56 uur is op camera 8 te zien dat de geldloper het gebouw van [slachtoffer] verlaat met een grote zak in zijn handen.

Om 10:08:05 is op camera 2 te zien dat twee personen uit de witte [auto] stappen en meteen richting de voordeur van [slachtoffer] rennen. Beide zijn mannelijke figuren en de ene is langer dan de ander. Ook is duidelijk te zien dat de langere man een donkerbruine huidskleur heeft en de kortere man een lichtbruine huidskleur.

De langere man is de persoon die vanuit de rechter voorportier is gestapt. Hij draagt een zwart t-shirt, donkerblauwe spijkerbroek en zwarte sportschoenen. Hij heeft zijn gezicht bedekt met een zwart/wit doek of t-shirt.

De kortere man is de persoon die vanuit de rechter achterportier is gestapt. Hij draagt een wit shirt met lange mouwen met daar overheen een donkerkleurig t-shirt. Hij draagt een donkerblauwe spijkerbroek en wit met grijze sportschoenen. Hij heeft zijn gezicht bedekt met een wit t-shirt of doek.

Om 10:08:16 is te zien dat de mannen terugkeren naar de [auto] en instappen. Te zien is dat een derde persoon optreedt als bestuurder van de auto.

* Een proces-verbaal, bijlage 44, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisanten R.R. Whitfield J.C.A. Koolman, brigadiers eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Ik word meestal door [medeverdachte 2] naar mijn werk gebracht en daar opgehaald. Ik herinner mij dat [medeverdachte 2] mij een week voor de gewapende overval in een witte [auto] van werk kwam ophalen. Ik zag dat hij die dag samen met een vriend van hem in de auto zat. De vriend zat aan de passagierszijde en [medeverdachte 2] zat achter het stuur. De volgende dag had ik aan [medeverdachte 2] gevraagd wie die vriend was en hij antwoordde dat het een vriend was die opgesloten had gezeten. Ik herinner me dat die man een slank postuur had, kort geknipt sluik haar, een korte lengte had en een lichtbruine huidskleur. Ik vermoed dat hij lange tijd vast had gezeten en recent in vrijheid was gesteld. Ik herinner mij dat hij onderweg naar huis telkens vragen stelde aan [medeverdachte 2] over ontwikkelingen die reeds voor lange periode hadden plaatsgevonden.

* Een proces-verbaal, bijlage 50, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisanten M.M.A. Illes en R.R. Whitfield, respectievelijk, brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Op vrijdag 29 mei 2015, omstreeks 19:30 uur kwam [medeverdachte 2] mij ophalen van werk met de oude vuile [auto]. [medeverdachte 2] trad op als bestuurder van deze auto en zijn vriend die vanuit KIA werd ontslagen zat naast hem op de rechter voorbank. Ik heb hem ook herkend nadat ik in twee verdachtenboeken heb gekeken.

* Een proces-verbaal, bijlage 46, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisanten M.M.A. Illes en R.R. Whitfield, respectievelijk, brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van tonen van inbeslaggenomen [auto] aan verdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Verdachte [medeverdachte] verklaarde de witte [auto] met zekerheid te herkennen als dezelfde auto waarmee zij een aantal keren een lift van [medeverdachte 2] heeft gekregen. Zij verklaarde dat zij zich het interieur van deze auto goed herinnert en dat de voordeuren ook geen deurpanelen hadden. Zij verklaarde dat de dagen dat [medeverdachte 2] had met deze auto had opgehaald, de auto geen getinte ruiten had. Dit is dezelfde auto waarmee [medeverdachte 2] haar op 29 mei 2015 in de avonduren bij [slachtoffer] is komen ophalen nadat zij klaar was met werken. Toen hij haar die dag kwam ophalen was hij in het gezelschap van zijn vriend die vanuit het KIA werd ontslagen.

* Een proces-verbaal, bijlage 47, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van het tonen van videobeelden aan verdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

De witte vluchtauto te zien op de videobeelden van de gewapende overval gepleegd op 30 mei 2015 bij [slachtoffer], herkent verdachte [medeverdachte] als dezelfde auto die zonet aan haar werd getoond en als dezelfde witte vierportiers auto waarmee [medeverdachte 2] haar een paar keer van werk is komen ophalen.

* Een proces-verbaal, bijlage 48, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant R.R. Whitfield, brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van tonen verdachtenboek aan verdachte [medeverdachte], -zakelijk weergegeven-:

Bij het bekijken van de twee verdachtenboeken, herkende verdachte [medeverdachte] het signalementblad met volgnummer 12892, zijnde het signalementblad van de verdachte genaamd [verdachte], roepnaam “[roepnaam verdachte]”, geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum], zonder beroep (werkloos) en wonende [adres] en of [adres], op Aruba.

De verdachte [medeverdachte] verklaarde dat zij de jongeman afgedrukt op het signalementblad herkent als dezelfde persoon die op de achterbank van de witte [auto] zat toen [medeverdachte 2] haar in de avonduren bij [slachtoffer] heeft opgehaald. Zij verklaarde hem te kennen aan de vorm van zijn gezicht, zijn huidskleur en de manier van zijn kortgeknipte haar.

* Een proces-verbaal, bijlage 60, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 juli 2015 gesloten en getekend door verbalisant L.A. Donato, brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring [getuige 2], bijgenaamd “[bijnaam getuige 2]”, -zakelijk weergegeven-:

Ik ben bevriend met [verdachte]. Ik ken hem van het Korrektie Instituut Aruba (KIA). [verdachte] is enkele weken of maanden geleden ontslagen uit het KIA. Hij komt elke dag bij mij thuis om mij te helpen met mijn gevechtshanen. Hij loopt dagelijks gewapend rond met een klein pistool dat je gemakkelijk in één hand kan vasthouden.

Ik zat in het KIA samen met [verdachte] opgesloten in één cel. Wij speelden samen vaak voetbal. Ik ken hem goed omdat wij elkaar al jaren kennen. [verdachte] heeft ook een grote bult op zijn rechterschouder.

Op de videobeelden van de gewapende overval van 30 mei 2015 die u zojuist aan mij heeft getoond, herken ik de overvaller die op de achterbank aan de rechterzijde zat meteen als mijn vriend [verdachte] die samen met mij in KIA opgesloten zat. Ik herken hem aan zijn manier van rennen, dit doordat wij vroeger in KIA altijd voetbal speelden. [verdachte] rent met kleine stappen en zwaaiende armen. Ik herken [verdachte] ook aan het middelgedeelte van zijn gezicht en ogen. Hij heeft een unieke stijl. De vorm van zijn gezicht kan je ook direct zien. Ik herken hem ook aan de bult die hij op zijn rechterschouder heeft. Deze overvaller is [verdachte], ik ben daar heel zeker van.

* Een proces-verbaal, bijlage 23, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 juni 2015 gesloten en getekend door verbalisant E.M. van Loon, hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding, -zakelijk weergegeven-:

In de registratie historie van de Afdeling Grenspolitie te Luchthaven van de man [verdachte] staat in het Radex systeem geregistreerd dat hij op 31 mei 2015 Aruba uit is gereisd en op 7 juni 2015 Aruba weer in is gereisd.

* Een proces-verbaal, bijlage 61, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 juli 2015 gesloten en getekend door verbalisanten L.A. Donato en G.A.J. Khouri, respectievelijk, brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van verklaring verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Mijn bijnaam is [bijnaam verdachte]. Laatst heb ik voor een gewapende overval een straf uitgezeten. Ik ben volgens mij op 20 mei 2015 uit het KIA ontslagen. Ik ben bevriend met [getuige 2]. ’s Ochtends zet mijn vriendin mij bij [getuige 2] thuis af. Daar blijf ik tot zij klaar is met werken. Wij trainen zijn gevechtshanen en voeden ze.

Op mijn rechter schouderblad heb ik een groot bot dat groeit. Ik heb er ook één aan mijn linkerknie.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is en heeft dan ook bepleit dat verdachte van de tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken.

De raadsman van de verdachte heeft daarbij gewezen op de herkenning van verdachte door [medeverdachte] in een van de twee verdachtenboeken, stellende dat de confrontatie met het verdachtenboek niet zou zijn toegestaan. In het verdachten boek, zo wordt gesteld, staan de daarin opgenomen personen met naam en toenaam vermeld. De confrontatie had zo niet mogen plaatsvinden, doch had er een confrontatie moeten plaatsvinden met een reeks andere personen met dezelfde signalementen als de verdachte.

Het volgende moet worden vooropgesteld. Onrechtmatigheid van bewijsgaring met betrekking tot verklaringen van personen inhoudende herkenning van een verdachte als betrokken bij een strafbaar feit doet zich voor indien de gang van zaken bij een confrontatie onverenigbaar is met een eerlijke procesvoering. Hiervan kan sprake zijn indien de bij die confrontatie gevolgde werkwijze strekt tot beïnvloeding van die personen met het oog op de door hen af te leggen verklaring.

Bij de hiervoren vermelde verweren zijn geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit een onrechtmatigheid als vorenbedoeld zou kunnen blijken. De enkele omstandigheid dat aan [medeverdachte] een verdachtenboek is getoond in plaats van een fotoconfrontatie, is daartoe niet voldoende. Evenmin de enkele omstandigheid dat de naam “[bijnaam verdachte]” bij justitie al bekend zou zijn geweest, nu nergens uit blijkt, dat die naam voorafgaand aan het tonen van het fotoboek aan [medeverdachte] is medegedeeld, terwijl [medeverdachte] bij de politie heeft verklaard dat zij de naam van de verdachte niet wist. Het gerecht acht de herkenning van verdachte door [medeverdachte] in het verdachtenboek voldoende betrouwbaar nu deze in voldoende mate wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de door [getuige 2] genoemde herkenningspunten bij zijn herkenning van verdachte op de videobeelden, niet verifieerbaar zijn, zich kennelijk beroepende op de onbetrouwbaarheid van die herkenning. Ook dit verweer volgt het gerecht niet. [getuige 2] verklaart verdachte goed te kennen, hetgeen door verdachte is bevestigd. Het gerecht acht het dan ook goed mogelijk dat [getuige 2] de verdachte aan zijn bouw, houding en manier van lopen heeft kunnen herkennen op de videobeelden. Temeer doordat verdachte een botafwijking in zijn schouder en knie heeft. Van enige andere reden om de verklaring van [getuige 2] in twijfel te trekken is niet gebleken noch door de verdediging aangevoerd.

De verdediging heeft ook gewezen op de verklaring van de moeder van verdachte die heeft verklaard dat verdachte die dag tot 16:30 uur bij haar thuis was. Het gerecht acht deze verklaring, in aanmerking nemende het overige bewijs dat het tegendeel bewijst en het feit dat de verklaring van de moeder van verdachte afkomstig is, niet geloofwaardig. Het gerecht verwerpt zodoende ook het verweer dat de moeder van verdachte hem een betrouwbaar alibi heeft verschaft.

Hetgeen de verdediging overigens heeft aangevoerd vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen zelf.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. diefstal, door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 in samenhang met artikel 2:289 onder a van het Wetboek van Strafrecht.

2. medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op klaarlichte dag op een voor het publiek toegankelijke plaats, samen met twee andere personen, een gewapende overval gepleegd op een geldloper. Dit feit is voor het slachtoffer en de omstanders een angstige en schokkende ervaring geweest. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog langdurig de (psychische) gevolgen hiervan ondervinden. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend. Verder veroorzaken feiten zoals deze niet alleen gevoelens van angst bij de directe slachtoffers, maar versterken zij ook de gevoelens van onveiligheid in de Arubaanse samenleving. Als schadelijk voor het imago van Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. Het gerecht neemt het de verdachte dan ook uiterst kwalijk dat hij, kennelijk louter gedreven door financieel gewin, heeft gekozen om een dergelijk ernstig feit te begaan. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij reeds eerder is veroordeeld en bovendien kort voor het plegen van het tenlastegelegde feit was vrijgekomen na het uitzitten van een langdurige straf voor het plegen van een soortgelijk feit.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslaggenomen munitie zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de telefoon van het merk [merk telefoon] aan de verdachte.

10 Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij] schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is.

De hoogte van die schade is, gelet op de door verdachte overgelegde stukken inhoudende stortingsbonnen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 46.267,87.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is met zijn mededaders voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het Gerecht ziet voorts aanleiding de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:74, 1:75 en 1:78 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENVIJFTIG (54) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 9B genoemde voorwerp;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [benadeelde partij] -hoofdelijk in die zin dat als (één van) mededader(s) heeft/hebben betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 46.267,87 (zegge: zesenveertigduizend tweehonderdzevenenzestig en 87 centen). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van respectievelijk Afl. 46.267,87 (zegge: zesenveertigduizend tweehonderdzevenenzestig en 87 centen) bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door negentig (90) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 27 november 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.