Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:550

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-11-2015
Datum publicatie
10-12-2015
Zaaknummer
LAR nr. 167 van 2015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen het afwijzend besluit op het verzoek om vlees te mogen importeren uit Colombia. Verzoek om proceskosten veroordeling.

In de jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ziet de in die bepaling aan de rechter toegekende bevoegdheid naar zijn aard slechts op gevallen, waarin het beroep tot vernietiging van de bestreden beschikking heeft geleid. Dit betekent dat aan een proceskostenveroordeling een inhoudelijke beoordeling van het beroep vooraf dient te gaan.

Verweerder heeft bij brief schriftelijk beschikt op het bezwaar van appellante. Geen belang. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 16 november 2015

LAR nr. 167 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

de naamloze vennootschap

[ xxxx ] N.V.,

gevestigd in Aruba,

APPELLANTE,

gemachtigde: de advocaten mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock,

gericht tegen:

de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport,

zetelende in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman.

1 PROCESVERLOOP

Appellante heeft op 17 september 2014 bezwaar gemaakt tegen de brief van verweerder van 6 augustus 2014, inhoudende de afwijzing van haar verzoek om vlees te mogen importeren uit Colombia.

Tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar heeft appellante op 30 januari 2015 beroep ingesteld bij het gerecht.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 31 augustus 2015 behandeld ter zitting, waar partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

Uitspraak is nader bepaald op heden.

2
2. OVERWEGINGEN

2.1

Bij brief van 22 juni 2015, gericht aan de gemachtigden van appellante, heeft verweerder onder meer het volgende medegedeeld:

“Naar aanleiding van het door u op 17 september 2014 ingediende bezwaarschrift, gericht tegen onze beschikking d.d. 6 augustus 2014, deelt ondergetekende u mede dat uw verzoek niet kan worden gehonoreerd en wordt afgewezen”

2.2

Met deze brief heeft verweerder kennelijk beoogd om een afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante te geven. Vaststaat dat appellante inmiddels ook beroep heeft ingesteld tegen deze beschikking op bezwaar, welk beroep bij het gerecht is geregistreerd onder LAR nr. 1505 van 2015. Appellante heeft niettemin te kennen gegeven met het oog op haar verzoek om ten ten laste van verweerder een proceskostenveroordeling uit te spreken nog belang te hechten aan een beoordeling van haar beroep tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar.

2.3

Het gerecht stelt voorop dat het slechts kan overgaan tot het uitspreken van een proceskostenveroordeling door toepassing te geven aan de in artikel 52, tweede lid, van de Lar neergelegde bevoegdheid tot toekennen van schadevergoeding. Zoals het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft overwogen in zijn uitspraak van 23 mei 2014, HLAR 64027/131, ziet de in die bepaling aan de rechter toegekende bevoegdheid naar zijn aard slechts op gevallen, waarin het beroep tot vernietiging van de bestreden beschikking heeft geleid. Dit betekent dat aan een proceskostenveroordeling een inhoudelijke beoordeling van het beroep vooraf dient te gaan. Naar het oordeel van het gerecht vormt evenwel de enkele wens om de gemaakte proceskosten vergoed te krijgen een onvoldoende zwaarwegend belang om, los van het beroep, gericht tegen de alsnog gegeven beschikking op bezwaar, over te gaan tot een beoordeling van het beroep, gericht tegen het uitblijven een dergelijke beschikking. Daarbij is in aanmerking genomen dat, zoals het Gemeenschappelijk Hof eveneens heeft overwogen in evengenoemde uitspraak, in artikel 52, tweede lid, van de Lar geen exclusieve regeling van de proceskostenveroordeling is neergelegd. Dit betekent dat appellante zich desgewenst met een verzoek tot vergoeding van die proceskosten tot verweerder kan wenden en tegen een eventuele afwijzende beschikking op dat verzoek bezwaar en beroep kan instellen op grond van de Lar.

2.4

Nu appellante geen belang heeft bij een beoordeling van haar beroep, dient dat beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Zoals gezegd, betekent dit dat voor een proceskostenveroordeling geen plaats is.

3 BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing werd gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 november 2015, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).

1 Niet gepubliceerd en daarom ter voorlichting aan partijen aan deze uitspraak gehecht.