Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:496

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-11-2015
Datum publicatie
19-11-2015
Zaaknummer
K.G. no. 2212 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

opheffing opgelegde schorsingen- doorbetaling loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2254
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 november 2015

Behorend bij K.G. no. 2212 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in kort geding van:

E*,

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

tegen:

de naamloze vennootschap

ESF GAMING INTERNATIONAL N.V.,

h.o.d.n. COOL CASINO,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: ESF,

gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift ingediend op 30 september 2015, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter openbare terechtzitting van 16 oktober 2015.

1.2

Eiser is toen in persoon ter zitting verschenen, samen met haar gemachtigde. ESF is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door directeur respectievelijk general manager en managementvertegenwoordigster van ESF. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - mede aan de hand van overgelegde pleitnota’s voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Eiser vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ESF:

a. veroordeelt tot onmiddellijke opheffing van de aan Eiser opgelegde schorsingen en Eiser de door haar bedongen werkzaamheden te laten verrichten, en bepaalt dat ESF ten behoeve van Eiser een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- voor iedere dag dat ESF deze veroordeling niet nakomt;

b. veroordeelt tot doorbetaling aan Eiser van haar loon gerekend vanaf 30 augustus 2015, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente, en bepaalt dat ESF ten behoeve van Eiser een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- voor iedere dag dat ESF deze veroordeling niet nakomt;

c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;

d. ESF veroordeelt in de proceskosten.

2.2

ESF voert verweer en concludeert dat Eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat Eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van ESF wordt daarom verworpen.

3.2

Vast staat in dit geschil dat ESF Eiser wat betreft de uitvoering van haar werkzaamheden voor ESF tot twee keer toe zonder doorbetaling van loon heeft geschorst, te weten een schorsing voor de duur van 7 dagen aanvangende op 31 augustus 2015 en een schorsing voor de duur van negen dagen ingaande op 21 september 2015. Vast staat verder dat Eiser na ommekomst van de aan haar opgelegde schorsingen telkens weer haar werkzaamheden voor ESF heeft verricht. Voort staat vast dat ESF voormelde schorsingen achteraf beiden heeft verlaagd naar drie dagen, en dat Eiser haar loon alsnog krijgt uitbetaald telkens over de dagen dat zij langer dan drie dagen zonder behoud van loon was geschorst.

3.3

Vorenstaande brengt mee dat Eiser niet langer belang heeft bij de door haar onder a. verzochte voorziening. Dat belang had Eiser al niet ten tijde van het indienen van het inleidend verzoekschrift, omdat toen de schorsing van zeven dagen al was uitgewerkt en zij wist of behoorde te weten dat de schorsing van negen dagen na ommekomst van die dagen - te weten de dag na die van indiening van het inleidende verzoekschrift - ook zou zijn uitgewerkt. Hierbij wordt nog overwogen dat gesteld noch is gebleken dat met betrekking tot de tweede schorsing sprake was van een schorsing vooruitlopende op een ontslag. De vordering onder a. zal worden afgewezen.

3.4

De vordering onder b. zal worden afgewezen omdat het Gerecht niet ziet dat Eiser een rechtens te respecteren spoedeisend belang heeft bij die vordering, ook niet als de aanvankelijke schorsingen waren gehandhaafd. Het zou in dat geval gaan om in totaal 16 dagen niet betaald loon, en zonder nadere toelichting - die ontbreekt - niet valt in te zien waarom van Eiser niet gevergd kan worden om dienaangaande een uitspraak van de bodemrechter af te wachten. Eén en ander klemt temeer omdat thans nog sprake is van zes dagen onbetaald loon, omdat ESF beide schorsingen nader heeft bepaald op telkens drie dagen zonder behoud van loon.

3.5

De vordering onder c. is in dit verband te vaag en te onbepaald. Die vordering wordt daarom afgewezen.

3.6

Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij en als de partij die nodeloos deze procedure aanhangig heeft gemaakt, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ESF, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-weigert de door Eiser verzochte voorzieningen;

-veroordeelt Eiser in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ESF, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 11 november 2015.