Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:491

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
K.G. 2298 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 4 november 2015

Behorend bij K.G. 2298 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eiser]

en als gevoegde partij

[de gevoegde partij],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [eiser] c.s., respectievelijk [eiser] en Feliz,

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,

tegen:

de naamloze vennootschap

HOMES & PROPERTIES N.V.,

(mede) te Aruba,

hierna ook te noemen: Homes & Properties,

gemachtigde: de advocaat mr. B.J. Huiskens.

DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de pleitnota van [eiser] c.s.;

- de pleitnota van Homes & Properties;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 23 oktober 2015.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.


2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op 28 mei 2015 heeft Homes & Properties bij openbare verkoop gekocht een erfpachtrecht op een perceel domeingrond met daarop gevestigde opstal: verder het pand. Het pand werd krachtens executoriale titel verkocht door de hypotheekhouder Fatum Life Aruba N.V., verder: Fatum. Fatum is tot executie van haar hypotheekrecht overgegaan omdat [eiser] zijn betalingsverplichting niet nakwam. Het pand is geveild voor de inzetprijs, niet afgemijnd en onmiddellijk aan Homes & Properties gegund.

2.2

De leningsovereenkomst met hypotheekstelling bevat een huurbeding.

2.3

Homes & Properties is gelieerd aan Fatum.

2.4 [

[eiser] c.s. en mevrouw [naam], echtgenote van [eiser] is aangezegd het pand te ontruimen.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

[eiser] vordert – kort gezegd – schorsing van het ontruimingsbevel, met veroordeling van Homes & Properties tot vergoeding van de proceskosten. De kortgedingrechter begrijpt uit de pleitnota dat mw. [naam] zich, net als . [naam], aan de zijde van [eiser] voegt. Daartegen is door Homes & Properties geen bezwaar gemaakt zodat de voeging toelaatbaar is.

3.2 [

[eiser] grondt de vordering erop dat Fatum onrechtmatig heeft gehandeld door het pand openbaar te doen verkopen en Homes & Properties als dochteronderneming op de veiling geen bod had mogen uitbrengen en het niet met winst weer te koop mag aanbieden. Homes & Properties is met [eiser] in onderhandeling om het pand weer aan hem te verkopen maar zet nu toch de ontruiming voort. [de gevoegde partij] stellen dat zij belang hebben bij toewijzing van de vordering van [eiser] omdat zij bij diens ontruiming ook ontruimd worden, niettegenstaande hun aan de huurovereenkomst ontleende gebruiksrecht van een deel van het pand.

3.3

Homes & Properties voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.


4. DE BEOORDELING

4.1

De vordering zal worden afgewezen. Er bestaat geen regel die meebrengt dat een dochtervennootschap van de executerende hypotheekhouder of een daarmee anderszins gelieerde rechtspersoon niet zou mogen meebieden bij openbare verkoop.

4.2

Dat Fatum onrechtmatig zou hebben gehandeld door haar hypotheekrecht te executeren, of daarmee tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst van geldlening, is onvoldoende toegelicht. De stelling dat de getaxeerde herbouwwaarde de openstaande schuld overtreft is daarvoor onvoldoende. Evenmin is voldoende toegelicht waarom Fatum gehouden was een verzoek te doen tot onderhandse verkoop, laat staan waarom dan alleen zou mogen worden verkocht voor een getaxeerde herbouwwaarde of een getaxeerde waarde bij onderhandse verkoop. Er is geen regel die meebrengt dat het erfpachtrecht met opstal alleen voor enige getaxeerde minimum waarde of inzetprijs in openbare verkoop mag worden aangeboden. Niet voldoende gemotiveerd toegelicht is bovendien waarom enig handelen van Fatum aan Homes & Properties zou moeten worden toegerekend of Homes & Properties zich niet op de onderscheiden rechtspersoonlijkheid van Fatum en haarzelf zou mogen beroepen.

4.3

Ten slotte is ook niet voldoende toegelicht waarom de contacten tussen [eiser] en Homes & Properties omtrent de ‘terugkoop’ van het pand door [eiser] zover gevorderd waren, dat Homes & Properties misbruik van recht maakt door [eiser] in dit stadium van de onderhandelingen te ontruimen.

4.4

Gesteld noch gebleken is dat [eiser] schriftelijk toestemming had van Fatum om een deel van het pand te verhuren. Dat betekent dat Homes & Properties zich mag beroepen op het uit de in de registers ingeschreven akte van vestiging van het hypotheekrecht blijkende huurbeding en de uit de bijzondere veilingvoorwaarden blijkende vernietiging van de huurovereenkomsten. Of Fatum ermee bekend was dat [eiser] een deel van het pand had verhuurd is, zonder nadere niet gestelde omstandigheden, niet relevant.

4.5

Het met succes inroepen van het huurbeding brengt met zich mee dat [de gevoegde partij] zich jegens Homes & Properties niet op de huurovereenkomst kunnen beroepen en zij zonder recht of titel jegens de eigenaar onrechtmatig gebruik van het pand maken. Homes & Properties kan hen dan ook doen ontruimen. Daarvoor hoeft Homes & Properties niet eerst de huurovereenkomst te beëindigen na tussenkomst van de huurcommissie. [eiser] kan zich op dit door de aan zijn zijde aangedragen argument van de gevoegde partijen dus ook niet beroepen.

4.6

Als de in het ongelijk te stellen partijen zullen [eiser] c.s. de kosten van Homes & Properties moeten vergoeden. Tegen gevorderde hoofdelijkheid is geen verweer gevoerd.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Homes & Properties worden begroot op Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.