Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:489

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
K.G. no. 2275 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 4 november 2015

K.G. no. 2275 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

Vonnis in kort geding tussen:

de naamloze vennootschap NIZAAM INVESTMENT N.V.,

gevestigd in Aruba,

eiseres,

gemachtigde: mr. W.G.T.M. Kloes,

en

[gedaagde 1],

[gedaagde 2],

beiden wonende in Aruba,

GEDAAGDEN,

in persoon verschenen.

1 DE PROCEDURE

1.1

Eiseres heeft op 2 oktober 2015 een verzoekschrift met producties ingediend.

1.2

Op 22 oktober 2015 heeft de mondeling behandeling van de zaak plaatsgevonden. Ter terechtzitting is eiseres met haar gemachtigde en zijn gedaagden in persoon verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd en op elkaars stellingen gereageerd, althans kunnen reageren.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Gedaagde huurt van eiseres een appartement, plaatselijk bekend als Adres, in Aruba, tegen een huidige maandelijkse huurprijs van Afl. 1.400,00.

2.2

Gedaagden hebben sinds mei 2014 geen huur meer betaald. De huurachterstand bedraagt per 30 september 2015 Afl. 23.800,00.

2.3

Eiseres heeft ter zitting van 25 juni 2015 toestemming van de huurcommissie gekregen om de huurovereenkomst op te zeggen in verband met de huurachterstand met inachtneming van 1 maand opzegtermijn. Tegen deze beslissing hebben gedaagden beroep ingesteld bij het gerecht. Op dit beroep is nog niet beslist.

2.4

Eiseres heeft na de verkregen toestemming van de huurcommissie de huurovereenkomst met gedaagden schriftelijk met ingang van (in ieder geval) 1 oktober 2015 opgezegd. Gedaagden hebben tot op heden geweigerd te woning te ontruimen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres heeft bij verzoekschrift gevorderd – samengevat – dat het gerecht bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om binnen tien dagen na deze uitspraak het appartement te ontruimen met alle personen en goederen zich daarin bevindende, kosten rechtens.

3.2 Eiseres stelt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd en bovendien met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de huurovereenkomst vanwege de huurachterstand zal ontbinden.

3.3

Gedaagden hebben verweer gevoerd. Zij stellen dat gedaagde sub 2 de huurovereenkomst is aangegaan met de vorige eigenaar van het appartement. Gedaagde sub 1 woont sinds 6 jaar samen met gedaagde sub 2. Gedaagde sub 2 is financieel niet in staat geweest om aan de huurverplichtingen te voldoen. Gedaagden zijn bereid te betalen, maar wensen daarvoor meer tijd te krijgen. Voorts stellen gedaagden dat er sprake is van achterstallig onderhoud, waardoor eiseres geen recht had op de achterstallige huurpenningen. Gedaagden kunnen eind november 2015 een andere woning betrekken.

3.4

Eiseres erkent dat het appartement gerenoveerd dient te worden, maar betwist dat er sprake is van gebreken die het gebruik daarvan verhinderen. Er is geen sprake van een tekortkoming die opschorting van de huurbetaling rechtvaardigt. Eiseres stelt een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming te hebben, omdat zij met het appartement huurinkomsten moet genereren om aan haar betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.

3.5

Op de stellingen van partijen zal, voor zover nodig, in het hiernavolgende nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Van spoedeisend belang is voldoende gebleken.

4.2

Nu gedaagden al zes jaar samenwonen en beide gedaagden als huurders zijn aangemerkt door de huurcommissie, terwijl ook gedaagde sub 1 van de beslissing van de huurcommissie in beroep is gegaan, heeft eiseres voldoende belang om ook gedaagde sub 1 als medehuurder in dit kort geding te betrekken.

4.3

Gedaagden hebben de door eiseres gestelde huurachterstand erkend. Het beroep op opschorting van de huurpenningen wordt voorshands oordelend verworpen. Gedaagden hebben al bijna anderhalf jaar geen enkele huur meer betaald, terwijl zij eiseres in die periode geen enkele keer hebben aangesproken op het achterstallige onderhoud. Zij stellen immers dat zij alleen daarvoor, bij de vorige directeur van eiseres, hebben geklaagd over het achterstallige onderhoud. Gedaagden mochten daarna niet anderhalf jaar stil zitten zonder enige huur te betalen. Bovendien is niet gebleken dat het achterstallige onderhoud een volledige opschorting van de huurpenningen voor zo’n lange periode rechtvaardigt. Gedaagden stellen bovendien dat zij wel willen betalen, maar dat er sprake is van betalingsonmacht. Betalingsonmacht is evenwel geen gerechtvaardigde grond om de huurbetaling op te schorten.

4.4

Hoewel het gerecht begrip heeft voor de moeilijke financiële situatie van gedaagden, valt een belangenafweging in het voordeel van eiseres uit. Eiseres heeft er, gelet op de door gedaagde gepleegde wanprestatie, een voldoende gerechtvaardigd belang bij dat gedaagde de woning ontruimt en in dit kader ook voldoende aannemelijk gemaakt dat de beschikking van de huurcommissie in stand zal blijven en bovendien dat in een bodemprocedure de vordering tot ontruiming van het appartement zal worden toegewezen. De verzochte ontruiming zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat gedaagden 30 dagen de tijd zullen krijgen om het appartement te ontruimen en andere woonruimte te vinden.

4.5

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op heden begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten, Afl. 515,44 aan deurwaarderskosten en Afl. 1.500,00 aan gemachtigdensalaris.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:

beveelt gedaagden om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis het appartement plaatselijk bekend als [adres] in Aruba te ontruimen, met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze laatste het eigendom van eiseres niet zijn;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op Afl. 450,00 aan griffierechten en Afl. 515,44 aan deurwaarderskosten en Afl. 1.500,00 aan gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 4 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.