Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:479

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
EJ nr. 973 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering machtiging onderhandse verkoop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 3 november 2015

behorend bij EJ nr. 973 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

de naamloze vennootschap

ARUBABANK N.V.,

gevestigd te Aruba,

VERZOEKSTER,

gemachtigde: F. Chong,

tegen

1 X en

2. Y,

VERWEERDERS,

beiden wonende te Aruba.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 12 mei 2015;

  • -

    het verweerschrift met producties, overgelegd door verweerders op 24 augustus 2015;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 25 augustus 2015 waarbij aanwezig waren verzoekster, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, en verweerder sub 1 in persoon;

  • -

    de akte van uitlating inzake voortprocederen, genomen door verzoekster op 8 september 2015;

  • -

    de mededeling, door verzoeksters gemachtigde gedaan ter zitting van 22 september 2015, inhoudende dat verzoekster wenst dat uitspraak wordt gedaan.

UItspraak is vervolgens bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Verzoekster heeft een opeisbare, hypothecair gedekte vordering op verweerders ten bedrage van – op 11 mei 2015 – Afl. 134.107,20. Het desbetreffende recht van hypotheek berust op het aan verweerders in eigendom toebehorende perceel, groot ongeveer 418 m2, gelegen in het [district] van Aruba te [plaats], afkomstig van het restant perceel, omschreven in meetbrief nummer [nummer] van 13 juli 1980, of zoveel groter of kleiner als na kadastrale opmeting zal blijken, zoals op het terrein is of zal worden afgebakend en aangegeven als kavel [nummer] op een tekening, opgemaakt door LEB-GROUP, met het daarop gebouwde, plaatselijk bekend als [adres], hierna te noemen: het registergoed.

2.2

Verzoekster heeft als hypotheekhouder bij deurwaardersexploten van 8 april 2015 de executie van het registergoed aan verweerders aangezegd. Als veilingdatum was bepaald 21 mei 2015.

2.3

Het registergoed is op 31 oktober 2013 door [taxateur], taxateur, getaxeerd op een marktwaarde van Afl. 297.000,= en een executiewaarde van 237.600,=.

2.4

De bank heeft blijkens de daarvan overgelegde koopovereenkomst van 11 mei 2015 de mogelijkheid het registergoed onderhands te verkopen voor een bedrag van Afl. 141.000,= aan Z te Aruba.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt ertoe dat het gerecht met toepassing van artikel 3:268, tweede lid, eerste volzin, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) bepaalt dat het registergoed overeenkomstig voormelde koopovereenkomst wordt verkocht aan Z, dan wel, bij afwijzing van het verzoek, een nieuwe veilingdatum vaststelt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Verweerders verzetten zich tegen de door verzoekster gewenste onderhandse verkoop aan Z. Zij hebben daartoe aangevoerd dat zij de woning wensen te verkopen aan B voor het bedrag van Afl. 160.000,=. Een daartoe strekkende koopovereenkomst is – naar ook verzoekster heeft bevestigd – inmiddels ondertekend. Onbetwist is voorts dat evengenoemde inmiddels over de voor de aankoop benodigde kredietfaciliteiten kan beschikken.

4.2

Gezien de hoogte van de door verweerders bedongen hogere verkoopprijs alsmede gelet op de uit het taxatierapport van 31 oktober 2013 blijkende – eveneens hogere – executiewaarde, ziet het gerecht aanleiding om overeenkomstig artikel 3:268, tweede lid, tweede volzin, BWA te bepalen dat de verkoop van het registergoed overeenkomstig het door verweerders voorgelegde aanbod dient te geschieden. Dit betekent dat het verzoek van verzoekster zal worden afgewezen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af;

bepaalt dat het registergoed voor het bedrag van Alf. 160.000,= wordt verkocht aan B te Aruba.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 3 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.