Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:456

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
E.J. nr. 1238 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gerechtelijke vaststelling vaderschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 27 oktober 2015

Behorend bij E.J. nr. 1238 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

TUSSENBESCHIKKING

op het verzoek van:

[verzoekster],

in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigster van haar dochter

[de minderjarige],

wonende in Aruba,

VERZOEK, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. J.S. Croes,

tegen

[de man],

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna: de man.

Belanghebbende:

DE VOOGDIJRAAD, in hoedanigheid van bijzonder curator.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 10 juni 2015;

  • -

    het advies van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, ingediend op 28 september 2015;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 29 september 2015, waaruit blijkt dat de moeder bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen. Tevens zijn aanwezig namens de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, mevrouw J.A. Koolman LLM, en namens de Voogdijraad, mr. M. Ras-Pieternella en mevrouw A. Flanders. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Uit de moeder is op [datum] 2007 in [land] geboren [minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend.

3 HET VERZOEK

Het verzoek namens de minderjarige strekt ertoe dat gerechtelijk wordt vastgesteld dat de man de vader is van de minderjarige. De moeder verzoekt tevens gratis admissie en kosten rechtens.

4 DE BEOORDELING

Gerechtelijke vaststelling vaderschap

4.1

De moeder heeft aan het verzoek om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, ten grondslag gelegd dat de minderjarige is geboren uit een liefdesrelatie tussen de moeder en de man. De moeder acht het in het belang van de minderjarige dat de familierechtelijke betrekking met haar biologische vader wordt vastgesteld.

4.2

Het gerecht overweegt als volgt.

Hoewel het kind zonder juridische vader, aan artikel 8 EVRM (‘family life’, indien aanwezig, of ‘private life’) in beginsel een aanspraak op een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kan ontlenen, ontbreekt in de wetgeving van Aruba een regeling terzake. In Nederland is de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ingevoerd per 1 april 1998. Voordien heeft de Hoge Raad ter zake van de uitsluiting van een vaderloos kind van de nalatenschap van zijn verwekker geoordeeld dat de kwestie buiten de rechtsvormende taak van de rechter viel (HR 17 januari 1997, NJ 1997, 483).

4.3

In Aruba is inmiddels een legislatief proces terzake in gang gezet. De vraag is of het gerecht daarom, evenals de Nederlandse rechter tot april 1998, pas op de plaats moet maken en - na een belangenafweging - moet oordelen dat in het onderhavige geval in de gegeven staatsrechtelijke verhoudingen de rechter een terughoudende opstelling past omdat belangrijke rechtspolitieke keuzes moeten worden gemaakt die in beginsel aan de wetgever zijn.

4.4

Alvorens deze vragen te beantwoorden zal het gerecht de bijzonder curator, die ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dient te worden benoemd om in deze afstammingskwestie de minderjarige te vertegenwoordigen, in de gelegenheid stellen zijn mening hierover kenbaar te maken. De Voogdijraad heeft zich ter zitting van 29 september 2015 bereid verklaard als bijzondere curator van de minderjarige op te treden, en zal als zodanig worden benoemd. De zaak zal worden verwezen naar een hieronder te noemen zitting voor het indienen van bedoelde mening.

4.8

Gelet op het door de moeder overgelegde bewijs van onvermogen, afgegeven op 11 mei 2015 door de Directeur van de Directie Sociale Zaken, zal het gerecht met toepassing van artikel 876 van het Wetboek van Rechtsvordering van Aruba (hierna: Rv), de moeder toelating verlenen om kosteloos te procederen.

4.9

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

verleent aan de moeder toelating om kosteloos te procederen,

benoemt de Voogdijraad tot bijzondere curator van [minderjarige], geboren op [datum] 2007 in [land],

bepaalt dat de bijzondere curator in de gelegenheid zal worden gesteld zich bij akte uit te laten over de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ten aanzien van de minderjarige,

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag, 8 december 2015 om 8.30 uur, voor overlegging van de akte van de bijzondere curator,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven op dinsdag 27 oktober 2015 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.