Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:442

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
K.G. no. 2014 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 oktober 2015

Behorend bij K.G. no. 2014 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in kort geding van:

X,

wonende in Aruba,

eiser,

hierna ook te noemen: X,

gemachtigde: de advocaat mr. Chris Lejuez,

tegen:

Y,

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Y,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2015.

1.2

X is toen ter zitting verschenen bij zijn gemachtigde. Y is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - de gemachtigde van X mede aan de hand van een overgelegde pleitnota, voorzien van tijdig ingezonden producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast.

2.2

Y heeft in het radioprogramma Noticiero 94 - Pueblo Ta Papia van radiostation Hit 94 FM, onder meer op 24 augustus 2015, 28 augustus 2015 en 1 september 2015, waarbij hij zijn volledige naam en geboortedatum meermalen heeft genoemd, publiekelijk onder meer gezegd dat hij weet en dat er bewijs bestaat dat (1) X betrokken is bij de drugshandel en dat X drugs gebruikt, (2) X een huurmoordenaar genaamd A heeft ingehuurd om B te vermoorden en (3) dat eiser betrokken zou zijn bij de moord van C in Venezuela. Letterlijk heeft Y onder meer het volgende publiekelijk verklaard:

1 Programma Noticiero 94-Pueblo ta papia op 24-08-2015 (radiostation Hit 94 FM):

“Nos minister señor X …... a busca un sikario. E sikario aki ta señor A. Señor X tá e asesino di señor B anto ela usa señor A pa haci e acto aki bergonzoso ……… Mi a bisa tambe cu señor X ta meti den narco-traficacion. … Mi bisa cu X ta e persona cu ta usa droga….. Mi a bisa tambe cu ta e persona cu a manda mata C na Venezuela…” (vrij vertaald: Onze minister de heer X …... heeft een huurmoordenaar gezocht. Deze huurmoordenaar is de heer A. De heer X ís de moordenaar van de heer B en hij heeft de heer A gebruikt om deze schaamteloze daad te verrichten ... Ik heb ook gezegd dat de heer X betrokken is bij de drugshandel ... Ik heb gezegd dat X de persoon is die drugs gebruikt ..... Ik heb ook gezegd dat X de persoon is die C in Venezuela heeft laten vermoorden .....)

2 Programma Noticiero 94-Pueblo ta papia op 28-08-2015 (radiostation Hit 94 FM):

“Mi a acusa minister X, ministro di [portefeuille], X, cu e ta meti den narco-traficacion, …….. m’a bisa cu X ta meti den asesinato di C na Venezuela ………..……. Meneer X ….. mi tin prueba den mi man … suficiente prueba, unda cu abo ta un asesino bo a manda mata nos amigo …… abo persona X ta e persona cu a manda mata un periodista aki na Aruba..” (vrij vertaald: Ik beschuldig minister X, minister van [portefeuille], X, dat hij in de drugshandel zit .... ik heb gezegd dat X betrokken is bij de moord van C in Venezuela .... de heer X ... ik heb het bewijs in handen ... genoeg bewijs, waaruit blijkt dat jij de moordenaar bent van onze vriend. .... jouw persoon X bent de persoon die een journalist hier op Aruba heeft laten vermoorden ....)

3 Programma Noticiero 94-Pueblo ta papia op 01-09-2015 (radiostation Hit 94 FM)

“Pakico mi ta’kinan atrobe? Pasobra dia 24 mi a haci un acusacion hopi fuerte pa minister X unda mi a bisa cu X ta un asesino, X ta un narco-traficante y X ta un corupto. Awe mi a ricibi un papel ……….. unda mi ta wordo pidi pa haci un rectificacion, awel pueblo di Aruba, mi no por haci un rectificacion pa motibo ta cu loke mi a papia ta investigacionnan cu ami a haci …. ta imposibel pa mi bisa cu e cosnan aki cu m’a papia no ta berdad …. mi ta bai encarcela manda X corupto asesino X den prison …. mi no tin nada di rectifica …. tin un investigacion cu ta tumando lugar … tur cos cu m’a papia tin suficiente pruebanan unda cu ta indica exactamente cu ta X mes a comete e acto aki ….” (vrij vertaald: Waarom ik weer hier ben? Omdat ik de 24e een erg zware beschuldiging aan het adres van minister X heb gedaan waar ik gezegd heb dat X een moordenaar is, X is een drugshandelaar en X is corrupt. Vandaag heb ik een papier ontvangen .... waarin aan mij wordt gevraagd om te rectificeren .... wel volk van Aruba, ik kan geen enkele rectificatie doen omdat wat ik zeg onderzoeken zijn die ik heb gedaan ... het is onmogelijk voor mij om te zeggen dat deze dingen die ik gezegd heb niet waar zijn ... ik zal opsluiten X corrupte moordenaar in de gevangenis .. voor alles wat ik gezegd heb is er voldoende bewijs waar precies wordt aangeduid dat X zelf deze handeling heeft verricht ....)

2.3

De enkele jaren geleden in Aruba in koelen bloede gepleegde moord op de bekende Arubaanse verslaggever en televisiepresentator B heeft de Arubaanse samenleving diep geschokt.

2.4

A voornoemd zit vanwege betrokkenheid bij een in Aruba gepleegde gewapende bankoverval een langdurige gevangenisstraf uit in het K.I.A., en die A wordt gezien als één van de gevaarlijkste in het K.I.A. opgesloten misdadigers.

2.5

X heeft bij schrijven van 27 augustus 2015 Y gesommeerd om zijn uitlatingen te sommeren. Rectificatie is uitgebleven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

X vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

-Y beveelt om binnen 24 uur na de betekening aan hem van dit vonnis in het radioprogramma Noticiero 94 - Pueblo ta Papia op radiostation Hit 94 FM de navolgende tekst uit te spreken:

“Riba orden di juez según su veredicto di dia 21 di oktober 2015, ami Y ta declara lo siguiente. Entre otro riba dianan 24 y 28 di augustus 2015 y dia 1 di september 2015 mi a acusa minister X den e progamma di radio aki cu e lo a laga mata C na Venezuela y cu e lo a contrata un sikario pa mata e locutor B y cu e sikario aki lo ta señor A. Mi a bisa cu mi lo tin prueba di esaki.

Tambe mi a expresa cu mi lo tin prueba cu X lo ta envolví den traficación di droga.

Pa medio di e comunicado obligatorio aki mi ta declara cu mi no tin ningún prueba cu Minister X lo ta envolví den morto di B ni di esun di C. Tampoco mi no tin ningún prueba cu Minister X lo ta envolví den narcotráfico. Pesey pa medio di e comunicado aki mi ta rectifica y revoca e acusacionnan infunda aki cu mi a haci den direccion di Ministro X.”;

-bepaalt dat Y ten behoeve van X een dwangsom verbeurt van

Afl. 1.000,-- per dag of deel daarvan dat hij voormeld bevel niet opvolgt;

-te dezen enige andere juist voorkomende maatregel neemt;

-Y veroordeelt in de proceskosten.

3.2

Y voert verweer strekkende tot afwijzing van het door X verzochte, althans dat het Gerecht eerst uitspraak doet in deze zaak nadat het op de aangifte van Y in te stellen strafrechtelijk onderzoek is afgerond.

3.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van X bij zijn vordering ligt besloten in de aard van die vordering en de daaraan ten gronde liggende stellingen van X.

4.2.1

Voorop wordt gesteld dat toewijzing van de door X verzochte rectificatie een beperking vormt op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting dat aan een ieder, derhalve ook aan Y, op grond van het eerste lid van artikel I.12 van de Staatsregeling van Aruba en het in de Arubaanse rechtsorde rechtstreeks doorwerkende eerste lid van artikel 10 van het EVRM toekomt. Dit grondrecht geldt volgens voormeld artikel van de Staatsregeling van Aruba “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening” en kan volgens het tweede lid van voormeld verdragsartikel slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. Van een toelaatbare beperking die in Aruba bij (formele) wet is voorzien is sprake wanneer de uitlatingen van Y jegens X onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW.

4.2.2

Bij de beantwoording van de vraag of dit zich hier voordoet staan twee gelijkwaardige, ieder voor zich hoogwaardige maatschappelijke en persoonlijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang van X om, ook als politicus, niet door uitlatingen in de media te worden aangetast in zijn eer, goede naam en persoonlijke integriteit; aan de andere kant het belang van Y om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten over een persoon die een openbaar ambt bekleedt of ter signalering van misstanden die de samenleving raken.

4.2.3

De vrijheid van meningsuiting betreft niet alleen de inhoud van meningen, maar ook de vorm waarin zij worden geuit en strekt zich in beginsel ook uit tot uitingen die kwetsend, schokkend of verontrustend (kunnen) zijn. In de rechtspraak is verder onderscheid gemaakt tussen feitelijke verklaringen en waardeoordelen. Feitelijke verklaringen die de persoonlijke levenssfeer van een ander in negatieve zin raken moeten van een voldoende feitelijke grondslag worden voorzien, om het onrechtmatige karakter daaraan te ontnemen. Dat is niet het geval bij waardeoordelen, zij het dat een waardeoordeel excessief kan worden bevonden indien daarvoor een onvoldoende feitelijke basis is.

4.2.4

Verder volgt uit de rechtspraak van het EHRM dat ten aanzien van politici (zoals X dus) niet snel kan worden aangenomen dat een beperking van het recht van vrije meningsuiting is toegestaan. In het geval van een politieke discussie of een politiek debat over openbare aangelegenheden moeten de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zowel ten aanzien van vorm als ten aanzien van inhoud ruim worden gesteld. Tenslotte is in de jurisprudentie relevant geacht in hoeverre een persoon tot wie de uitlatingen zich richten, in staat is daarop te reageren. In het licht van dit alles wordt het volgende overwogen.

4.3

De hiervoor onder 2.2 vermelde uitlatingen van Y over en met betrekking tot X zijn allen niet mis te verstane verklaringen of uitlatingen van feitelijke aard, die geen betrekking hebben op een politiek debat of op openbare aangelegenheden en die de persoonlijke levenssfeer van X alsmede zijn positie als minister van het Land Aruba ernstig in negatieve zin raken. Hoewel dat op zijn weg had gelegen, heeft Y zijn verklaringen of uitlatingen op geen enkele wijze met voldoende verificatoire feiten onderbouwd. Y heeft naar het oordeel van het Gerecht niet eens een begin van bewijs kunnen aantonen. Al zijn verklaringen ter zake van betrokkenheid van X bij de moord op B en/of op C berusten op gissingen en vage conclusies. Hetzelfde geldt voor de door Y gestelde betrokkenheid van X bij de handel in verdovende middelen. De enkele (door X bestreden) stelling van Y dat hij (en geen ander) X drugs heeft zien gebruiken op het toilet van Hooiberg-Store heeft niet te gelden als (afdoende) bewijs.

4.4

Vorenstaande brengt mee dat in een eventuele bodemprocedure het oordeel valt te verwachten dat Y moet rectificeren zoals gevorderd door X. Hierbij wordt nog overwogen dat de aard en ernst van de aan het adres van X gerichte ongefundeerde beschuldigingen van Y met zich brengen dat ook van een politicus als X, van wie algemeen bekend is dat hij net als alle andere Arubaanse bewindslieden beschikt over een uitgebreide media-infrastructuur, in redelijkheid (anders dan al snel het geval is bij beschuldigingen van corruptie in het licht van door bewindslieden onbeantwoord gelaten vragen van Statenleden en/of de pers ter zake van hun politiek handelen) niet gevergd kan worden dat hij maar door en met gebruikmaking van die structuur die beschuldigingen van Y moet redresseren. Eén en ander betekent dat de thans door X verzochte voorziening zal worden toegewezen. Redelijkheid en billijkheid brengen mee dat de termijn waarbinnen Y zal moeten rectificeren op 72 uur zal worden gesteld. Gesteld noch is gebleken dat het voor Y onmogelijk is om binnen die termijn tot de door het Gerecht te bevelen rectificatie over te gaan.

4.5

Het Gerecht ziet voldoende aanleiding om de niet door Y bestreden vordering van X tot oplegging aan Y van dwangsommen toe te wijzen. Dit klemt temeer omdat Y ter zitting meermalen heeft verklaard niet tot rectificatie over te zullen gaan zo hij daartoe wordt veroordeeld. Dwangsommen zullen gemaximeerd worden opgelegd, maar gelet op voormelde verklaringen van Y zal het Gerecht een te dezen uitzonderlijk hoog maximum in aanmerking nemen.

4.6

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Y bij afwijzing van het door X verzochte ten opzichte van de belangen van X bij toewijzing daarvan. Hierbij wordt nog overwogen dat het Gerecht in het licht van het spoedeisend belang van X bij het door hem verzochte geen grond ziet om - zoals verzocht door Y - eerst vonnis te wijzen in deze zaak nadat het mogelijke op de aangifte van Y in te stellen strafrechtelijk onderzoek is afgerond.

4.7

Y zal - als de in het ongelijk gestelde partij - worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van X, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 226,67 =) Afl. 676,67 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-beveelt Y om binnen 72 uur na de betekening aan hem van dit vonnis in het radioprogramma Noticiero 94 - Pueblo ta Papia op radiostation Hit 94 FM de navolgende tekst zonder enig daaraan afdoend commentaar uit te spreken:

“Riba orden di juez según su veredicto di dia 21 di oktober 2015, ami Y ta declara lo siguiente. Entre otro riba dianan 24 y 28 di augustus 2015 y dia 1 di september 2015 mi a acusa minister X den e progamma di radio aki cu e lo a laga mata C na Venezuela y cu e lo a contrata un sikario pa mata e locutor B y cu e sikario aki lo ta señor A. Mi a bisa cu mi lo tin prueba di esaki.

Tambe mi a expresa cu mi lo tin prueba cu Ministro X lo ta envolví den traficación di droga y lo ta usa droga.

Pa medio di e comunicado obligatorio aki mi ta declara cu mi no tin ningún prueba cu Minister X lo ta envolví den morto di B ni di esun di C. Tampoco mi no tin ningún prueba cu Minister X lo ta envolví den narcotráfico y lo ta usa droga. Pesey pa medio di e comunicado aki mi ta rectifica y revoca e acusacionnan infunda aki cu mi a haci den direccion di Ministro X.”;

-bepaalt dat Y ten behoeve van X een dwangsom verbeurt ad Afl. 1.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat Y voormeld bevel niet opvolgt, en bepaalt dat Y te dezen maximaal Afl. 1.000.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

-veroordeelt Y in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van X, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 676,67 aan verschotten en

Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 21 oktober 2015.