Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:44

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
EJ. nr. 807 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 26 mei 2015

behorend bij EJ. nr. 807 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek om voorlopige voorzieningen van:

A,

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,

tegen

B,

wonende in Aruba te [adres],

VERWEERDER, hierna te noemen: de man,

procederende in persoon.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 16 april 2015;

- de griffiersaantekeningen van de behandeling van 11 mei 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vrouw in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en de man in persoon.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

Partijen zijn op [datum] in Aruba in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd. Uit dit huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarige:

[naam kind], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

[naam kind], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

[naam kind], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

hierna te noemen: de kinderen.

3 HET VERZOEK

De vrouw heeft een verzoekschrift ingediend waarin zij voorlopige voorzieningen vraagt als bedoeld in artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vrouw heeft in het licht van dat verzoek gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en dat zij ten spoedigste een verzoek tot echtscheiding zal indienen.

4 DE BEOORDELING

Gebruik echtelijke woning

4.1

De man heeft ter zitting te kennen gegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat de vrouw en de kinderen met uitsluiting van hem in de echtelijke woning blijven wonen. Het verzoek van de vrouw om bij uitsluiting gerechtigd te zijn tot het gebruik van de echtelijke woning zal daarom worden toegewezen. Nu de kinderen geen partij zijn in deze zaak, zal de vrouw wat betreft haar verzoek dat ook de kinderen bij uitsluiting van de man gerechtigd zijn tot het gebruik van bedoelde woning niet-ontvankelijk worden verklaard.

Toevertrouwing kinderen

4.2.

De vrouw heeft verzocht dat de kinderen voorlopig aan haar (zorg) worden toevertrouwd. De man heeft met dit verzoek ingestemd. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.

Kinderalimentatie

4.3

De vrouw heeft verzocht om een bijdrage van de man van Afl. 1.500,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (waarin begrepen een zeker bedrag met betrekking tot de bekostiging van haar eigen levensonderhoud). Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de vrouw aangevoerd dat zij - anders dan de man - onvoldoende draagkrachtig is om in de kosten van de kinderen bij te dragen.

4.4

Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht.

4.5

De vrouw heeft niet duidelijk gemaakt welke door de man te betalen bijdrage voor de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zij precies voor ogen heeft. De voorzieningenrechter zal die kosten - gelet op de te dezen geldende richtlijnen en het gegeven dat hij geen grond ziet om daarvan af te wijken - voorlopig bepalen op Afl. 450,- per kind per maand.

4.6

Ten aanzien van de draagkracht van de vrouw overweegt de voorzieningenrechter dat de vrouw genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij onvoldoende draagkrachtig is om bij te dragen in bedoelde kosten, temeer omdat vast is komen te staan dat zij de aflossing van de hypotheekschuld van partijen ad maandelijks Afl. 1.590,- telkens voor haar rekening neemt.

4.7

Wat betreft de draagkracht van de man overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De man stelt in dit verband dat hij gemiddeld Afl. 1.250,- netto per quincena aan loon ontvangt. De vrouw stelt echter gemotiveerd dat de man een inkomen geniet van rond de Afl. 2.000,-- netto per quincena. Nu de man geen verificatoire stukken heeft overgelegd waaruit zijn inkomen zou moeten blijken, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn maandelijkse inkomsten en derhalve zijn draagkracht in dit verband. De voorzieningenrechter oordeelt het mede daarom niet voorshands aannemelijk dat de man niet meer dan het door hem gestelde bedrag van Afl. 1.250,- netto per quincena ontvangt. Gelet hierop en het gegeven dat Afl. 1.350,-- geldt als normbedrag voor het levensonderhoud van de man in vergelijkbare omstandigheden als thans het geval is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man in staat moet worden geacht met Afl. 450,- per maand per kind bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De voorzieningenrechter zal de man daartoe veroordelen.

Partneralimentatie

4.8

Gelet op - zoals reeds vermeld - de omstandigheid dat de vrouw de maandelijkse aflossing van de hypothecaire schuld van partijen voor haar rekening neemt in samenhang met haar netto maandsalaris en haar overige vaste maandlasten oordeelt de voorzieningenrechter dat zij behoeftig is tot een bijdrage van de man aan partneralimentatie. Het feit dat de vrouw voor haarzelf en de kinderen een totaalbijdrage voor ogen heeft van maandelijks Afl. 1.500,-- in samenhang met het gegeven dat de man ten behoeve van de kinderen voorlopig maandelijks in totaal Afl. 1.350,-- dient te betalen brengt mee dat de vrouw de facto een bijdrage van Afl. 150,-- per maand verlangt van de man voor de kosten van haar levensonderhoud. Nu de man onvoldoende verificatoir inzicht heeft gegeven in zijn inkomen en derhalve in zijn draagkracht, oordeelt de voorzieningenrechter hem voldoende draagkrachtig om ook deze bijdrage voorlopig te betalen aan de vouw. De man zal daartoe worden veroordeeld, met dien verstande dat aan die veroordeling de voorwaarde zal worden verbonden dat de vrouw vooralsnog telkens de maandelijkse aflossing van de hypothecaire lening van partijen voor haar rekening neemt.

4.9

De proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning van partijen, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder (zonder toestemming van de vrouw) niet mag betreden;

-bepaalt dat de kinderen van partijen:

- [naam kind], geboren op [geboortedatum] in Aruba,

- [naam kind], geboren op [geboortedatum] in Aruba, en

- [naam kind], geboren op [geboortedatum]in Aruba,

aan (de zorg van) de vrouw worden toevertrouwd;

-bepaalt het bedrag dat de man voorlopig moet betalen voor de verzorging en opvoeding van zijn kinderen [naam kinderen], op Afl. 450,- per kind per maand, zulks telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;

-bepaalt het bedrag dat de man voorlopig moet betalen aan de vrouw als bijdrage in haar levensonderhoud op Afl. 150,-- per maand, onder de voorwaarde dat de vrouw vooralsnog telkens de maandelijkse aflossingen van de hypothecaire lening van partijen voor haar rekening neemt;

-bepaalt dat deze voorzieningen aanvangen op de dag van de uitspraak van deze beschikking;

-verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek dat ook de kinderen bij uitsluiting van de man gerechtigd zijn tot verblijf in voormelde woning;

-compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven op dinsdag 26 mei 2015 door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.