Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:435

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
AR 2521 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst/Geen opschortingsrecht met betrekking tot betalingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 oktober 2015

Behorend bij AR 2521 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap
BOOGAARD ASSURANTIEN N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Boogaard,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

tegen:

de naamloze vennootschap

KONG HING SUPERCENTER N.V

wonende te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: KH

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1

Het gerecht heeft kennis genomen van de navolgende stukken:

  • -

    Het inleidende verzoekschrift;

  • -

    De conclusie van antwoord;

  • -

    De conclusie van repliek;

  • -

    De conclusie van dupliek;

  • -

    De akte aan de zijde van Boogaard.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN

2.1

Op 1 januari 2013 vraagt KH een brand- en bedrijfsschade verzekering aan voor haar pand aan de [adres] te Aruba voor een te verzekeren bedrag van

Awg 10.900.000,00.

2.2

Op 1 januari 2013 is tussen partijen een brand- en bedrijf schadeverzekeringsovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de supermarkt gelegen aan de [adres]. Het polisnummer is [polisnummer], de jaarpremie bedroeg Afl. 49.463,99 en de looptijd was 1 jaar.

2.3

Op 27 augustus 2013 vraagt KH een nieuwe bedrijfsschadeverzekering aan voor een bedrag van Awg 1.900.000,00.

2.4

Op 27 augustus 2013 wordt een nieuw polis blad verstrekt met betrekking tot het zelfde pand met een ander polis [polis]. De jaarpremie bedraagt Afl. 5.725,00.

2.5

Artikel 13.2 van de polisvoorwaarden luidt:

‘Indien de verzekeringnemer de aanvangspremie niet uiterlijk op de dertigste dag na ontvangst van het betalingsverzoek betaalt of weigert te betalen, wordt zonder dat een nadere ingebrekestelling door verzekeraars is vereist geen dekking verleend ten aanzien van alle gebeurtenissen die nadien hebben plaatsgevonden’.

2.6

Artikel 13.5 luidt:

‘De verzekeringnemer blijft gehouden de premie te voldoen.

2.7

Artikel 13.6 luidt voor zo ver van belang:

‘De dekking wordt weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verzekeringnemer verschuldigd, voor het geheel door verzekeraars is ontvangen.’

2.8.

Artikel 13.9 luidt:

‘Ingeval van wanbetaling van de premie, kosten eventuele belasting, komen alle gemaakte incassokosten, zowel in als buiten rechte, voor rekening van de verzekeringnemer.’

2.9

Artikel 16.2 luidt:

‘De verzekering eindigt door een schriftelijke opzegging:

16.2.1.

op de in het polisblad vermelde einddatum met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden’.

2.10

Op 7 maart 2013 bericht Boogaard KH dat de premie van de polis [polis] binnen 30 dagen betaald had dienen te zijn en dat geen tijdige betaling geen dekking tot gevolg heeft.

2.11

Op 22 maart 2013 wordt een betalingsherinnering gestuurd voor het bedrag ad Afl. 49.463,99.

2.12

Op 20 september 2013 bericht Boogaard KH dat de premie voor polis [polis] ad Afl. 5.725,00 binnen 30 dagen na 27 augustus 2013 betaald had dienen te zijn en dat bij geen tijdige betaling geen dekking wordt verleend.

2.13

Op 2 oktober 2013 stuurt Boogaard wederom een betalingsherinnering voor dit bedrag.

2.14

Per 1 januari 2014 wordt de polis met nummer [polis] geprolongeerd.

2.15

Bij brief van 11 maart 2014 bericht Boogaard KH dat een bedrag ad Afl. 65.081,78 openstaat ter zake van polis [polis] ad Afl. 9.892,79, ter zake polis [polis] een bedrag ad Afl. 5.725,00 en ter zake polis [polis] Afl. 49.463,99.

2.16

Bij brief van 11 april 2014 betwist KH enige betalingsverplichting te hebben jegens Boogaard. KH stelt zich op het standpunt dat, nu Boogaard haar dekkingsverplichting had opgeschort, KH haar betalingsverplichting ook mocht opschorten.

2.17

Bij e-mail d.d. 31 december 2013 zegt X de verzekeringsovereenkomst van Kong Hing Group dezelfde dag op.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1

Boogaard verzoekt bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, KH te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 65.081,79 uit hoofde van onbetaald gebleven verzekeringspremies, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betaaldatum van de verschillende premies, alsmede een bedrag ad Afl. 9.762,27 aan buitengerechtelijke incassokosten en KH te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten.

3.2

Aan dit verzoek legt Boogaard de feiten zoals hiervoor weergegeven ten grondslag.

3.3

KH voert verweer dat zo nodig aan de orde komt bij de beoordeling.

4 DE BEOORDELING

4.1.

Niet in geschil is dat tussen partijen verzekeringsovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Evenmin is in geschil dat KH de hierbij behorende premie nimmer heeft betaald. De rechtsvraag die in casu beantwoording behoeft, luidt of KH zich op een opschortingsrecht kan beroepen met betrekking tot haar betalingsverplichting. Hiertoe strekt het volgende.

4.2

Het gerecht begrijpt de stellingen van KH aldus dat zij van mening is geen premie verschuldigd te zijn, zolang Boogaard zich op artikel 13.2 van de algemene voorwaarden beroept.

4.3

Dit verweer faalt.

Ingevolge het bepaalde in artikel 13.2 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden hoeft Boogaard geen dekking te verlenen in het geval KH toerekenbaar te kort schiet in de nakoming van haar premieplicht. Vast staat dat KH na het afsluiten van de verzekeringsovereenkomsten nimmer de verschuldigde premie heeft voldaan. Op grond van het bepaalde in artikel 6:52 BWA is een schuldenaar, die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, bevoegd om de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, mits er voldoende samenhang bestaat tussen beide vorderingen. KH heeft echter geen eigen vordering op Boogaard, aangezien Boogaard geen verplichting had om dekking te verlenen, omdat KH toerekenbaar te kort schoot in haar betalingsverplichting. KH is dan ook niet bevoegd haar betalingsverplichting op te schorten.

4.4

Resteert de vraag of KH de verzekeringsovereenkomsten correct heeft opgezegd. Hiertoe wordt als volgt overwogen. Ingevolge artikel 16.2 jo 16.2.1 van de polisvoorwaarden, eindigt de verzekering door schriftelijke opzegging en met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. KH heeft bij e-mail d.d. 31 december 2013 de verzekeringsovereenkomsten dezelfde dag opgezegd. Deze opzegging is in strijd met het hiervoor vermelde artikel 16.2.1 en ontbeert derhalve rechtsgevolg. Echter zelfs, indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat de opzegging rechtsgeldig is, dan ontslaat dat KH niet van haar betalingsverplichting over het voorafgaande premiejaar. De overige door KH ingenomen stellingen met betrekking tot de opzegging behoeven geen bespreking, nu deze niet tot een ander oordeel leiden.

4.5

KH stelt voorts dat artikel 13.5 van de polisvoorwaarden onredelijk bezwarend is ‘conform Arubaanse wetgeving’. Zonder andere toelichting, die evenwel ontbreekt, wordt deze stelling als zijn onvoldoende feitelijk onderbouwd verworpen. Het lag op de weg van KH om aan te geven met welke Arubaanse wetgeving artikel 13.5 strijdig zou zijn.

4.6.

Nu KH geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de vordering, wordt deze toegewezen zoals verzocht.

4.7

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn op grond van artikel 13.2 van de polisvoorwaarden eveneens toewijsbaar zoals gevorderd, nu deze 15% van de hoofdsom bedragen en in overeenstemming zijn met het “tarief bij afdoening buiten liquidatie” als bedoeld in de circulaire geliquideerde kosten van het Gemeenschappelijk Hof van 1 december 1998.

4.8

KH wordt, nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld, gelijk aan 2,5 punten van het liquidatietariefgroep 6, zijnde Afl. 1.100,00 per punt.

5 DE BESLISSING

5.1

veroordeelt KH te betalen aan Boogaard een bedrag ad Afl. 65.081,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de verschillende betaaldata alsmede een bedrag ad Afl. 9.762,27 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt KH in de kosten van de procedure, aan de zijde van Boogaard begroot op Afl. 750,00 griffierecht, Afl. 195,00 explootkosten en Afl. 2.750,00 voor salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden;

5.3

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2015, in aanwezigheid van de griffier.