Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:434

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
AR 2519 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst/Geen opschortingsrecht met betrekking tot betalingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 oktober 2015

Behorend bij AR 2519 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap
BOOGAARD ASSURANTIEN N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Boogaard,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

tegen:

de naamloze vennootschap

KONG HING SUPERCENTER N.V

gevestigd te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: KH

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff

1 HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1

Het gerecht heeft kennis genomen van de navolgende stukken:

  • -

    Het inleidende verzoekschrift;

  • -

    De conclusie van antwoord;

  • -

    De conclusie van repliek;

  • -

    De conclusie van dupliek;

  • -

    De akte aan de zijde van Boogaard.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN

2.1

Op 19 december 2012 is tussen partijen een brand- en bedrijfsschade verzekering [verzekering 1] ten behoeve van de [adres] tot stand gekomen. De premie tot 19-12-2103 bedroeg AWG 994,50.

2.2

Op 19 december 2012 is tussen partijen een brand- en bedrijfsschade verzekering [verzekering 2] ten behoeve van de [adres] tot stand gekomen. De premie tot 19-12-2103 bedroeg AWG 12.205,01.

2.3

Op 1 februari 2013 is tussen partijen een brand- en bedrijfsschade verzekering [verzekering 3] ten behoeve van de [adres] tot stand gekomen. De premie over heel 2013 bedroeg AWG 4.480,00.

2.4

Op 1 februari 2013 is tussen partijen een brand- en bedrijfsschade verzekering [verzekering 4] ten behoeve van de [adres] tot stand gekomen. De premie over heel 2013 bedroeg AWG 33.485,38.

2.5

Op 27 augustus 2013 is tussen partijen een bedrijfsschadeverzekering [verzekering 5] ten behoeve van (Handel en opslag, [adres]) tot stand gekomen. De premie over de periode 28 augustus 2013 tot 27 augustus 2014 bedroeg AWG 203,20.

2.6.

De aanvang premies voor [verzekering 1], [verzekering 2], [verzekering 3] en [verzekering 4] zijn door KH betaald. De aanvang premie voor [verzekering 5] ad AWG 203,20 is niet betaald.

2.7.

Al deze verzekeringen zijn op grond van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden voor een jaar geprolongeerd. De totale omvang van de prolongatie premie bedraagt Afl. 51.164,89, welk bedrag door KH niet is voldaan. KH is op 20 september 2013, 2 oktober 2013, 11 november 2013, 4 en 6 december 2013, 10 en 17 januari 2014 gemaand om de premie te voldoen.

2.8

Bij brief van 20 april 2014 laat KH weten dat zij de premies niet zal voldoen.

2.9

Artikel 13.2 van de polisvoorwaarden luidt:

‘Indien de verzekeringnemer de aanvangspremie niet uiterlijk op de dertigste dag na ontvangst van het betalingsverzoek betaalt of weigert te betalen, wordt zonder dat een nadere ingebrekestelling door verzekeraars is vereist geen dekking verleend ten aanzien van alle gebeurtenissen die nadien hebben plaatsgevonden’.

2.10

Artikel 13.5 luidt:

‘De verzekeringnemer blijft gehouden de premie te voldoen.

2.11

Artikel 13.6 luidt voor zo ver van belang:

‘De dekking wordt weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verzekeringnemer verschuldigd, voor het geheel door verzekeraars is ontvangen.’

2.12.

Artikel 13.9 luidt:

‘Ingeval van wanbetaling van de premie, kosten eventuele belasting, komen alle gemaakte incassokosten, zowel in als buiten rechte, voor rekening van de verzekeringnemer.’

2.13

Artikel 16.2 luidt:

‘De verzekering eindigt door een schriftelijke opzegging:

16.2.1.

op de in het polisblad vermelde einddatum met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden’.

2.14

Bij e-mail d.d. 31 december 2013 zegt X namens de Kong Hing Group de verzekeringsovereenkomsten dezelfde dag op.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1

Boogaard verzoekt bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, KH te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 51.368,09 uit hoofde van onbetaald gebleven verzekeringspremies, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betaaldatum van de verschillende premies, alsmede een bedrag ad Afl. 7.705,21 aan buitengerechtelijke incassokosten en KH te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten.

3.2

Aan dit verzoek legt Boogaard de feiten zoals hiervoor weergegeven ten grondslag.

3.3

KH voert verweer dat zo nodig aan de orde komt bij de beoordeling.

4 DE BEOORDELING

4.1.

Niet in geschil is dat tussen partijen verzekeringsovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Evenmin is in geschil dat KH de thans gevorderde premie nimmer heeft betaald. De rechtsvraag die in casu beantwoording behoeft, luidt of KH zich op een opschortingsrecht kan beroepen met betrekking tot haar betalingsverplichting. Hiertoe strekt het volgende.

4.2

Het gerecht begrijpt de stellingen van KH aldus dat zij van mening is geen premie verschuldigd te zijn, zolang Boogaard zich op artikel 13.2 van de algemene voorwaarden beroept.

4.3

Dit verweer faalt.

Ingevolge het bepaalde in artikel 13.2 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden hoeft Boogaard geen dekking te verlenen in het geval KH toerekenbaar te kort schiet in de nakoming van haar premieplicht. Vast staat dat KH na het afsluiten van de verzekeringsovereenkomsten nimmer de verschuldigde premie heeft voldaan. Op grond van het bepaalde in artikel 6:52 BWA is een schuldenaar, die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, bevoegd om de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, mits er voldoende samenhang bestaat tussen beide vorderingen. KH heeft echter geen eigen vordering op Boogaard, aangezien Boogaard geen verplichting had om dekking te verlenen, omdat KH toerekenbaar te kort schoot in haar betalingsverplichting. KH is dan ook niet bevoegd haar betalingsverplichting op te schorten.

4.4

Resteert de vraag of KH de verzekeringsovereenkomsten correct heeft opgezegd. Hiertoe wordt als volgt overwogen. Ingevolge artikel 16.2 jo 16.2.1 van de polisvoorwaarden, eindigt de verzekering door schriftelijke opzegging en met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. KH heeft bij e-mail d.d. 31 december 2013 de verzekeringsovereenkomsten dezelfde dag opgezegd. Deze opzegging is in strijd met het hiervoor vermelde artikel 16.2.1 en ontbeert derhalve rechtsgevolg. Echter zelfs, indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat de opzegging rechtsgeldig is, dan ontslaat dat KH niet van haar betalingsverplichting over het voorafgaande premiejaar. De overige door KH ingenomen stellingen met betrekking tot de opzegging behoeven geen bespreking, nu deze niet tot een ander oordeel leiden.

4.5

KH stelt voorts dat artikel 13.5 van de polisvoorwaarden onredelijk bezwarend is ‘conform Arubaanse wetgeving’. Zonder andere toelichting, die evenwel ontbreekt, wordt deze stelling als zijn onvoldoende feitelijk onderbouwd verworpen. Het lag op de weg van KH om aan te geven met welke Arubaanse wetgeving artikel 13.5 strijdig zou zijn.

4.6.

Nu KH geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de vordering, wordt deze toegewezen zoals verzocht.

4.7

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn op grond van artikel 13.2 van de polisvoorwaarden eveneens toewijsbaar zoals gevorderd, nu deze 15% van de hoofdsom bedragen en in overeenstemming zijn met het “tarief bij afdoening buiten liquidatie” als bedoeld in de circulaire geliquideerde kosten van het Gemeenschappelijk Hof van 1 december 1998.

4.8

KH wordt, nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld, gelijk aan 2,5 punten van het liquidatietariefgroep 6, zijnde Afl. 1.100,00 per punt.

5 DE BESLISSING

5.1

veroordeelt KH te betalen aan Boogaard een bedrag ad Afl. 65.081,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de verschillende betaaldata alsmede een bedrag ad Afl. 9.762,27 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt KH in de kosten van de procedure, aan de zijde van Boogaard begroot op Afl. 750,00 griffierecht, Afl. 195,00 explootkosten en Afl. 2.750,00 voor salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden;

5.3

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2015, in aanwezigheid van de griffier.