Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:430

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
A.R. 1625 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot zekerheidstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 21 oktober 2015

Behorend bij A.R. 1625 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:

de rechtspersoon naar vreemd recht

B.B. MARINE SERVICES S.A.,

gevestigd te Sao Tome e Principe,

verder te noemen: BB,

eiseres in de hoofdzaak, gedaagde in het incident,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de rechtspersoon naar vreemd recht

VARUN ASIA PRIVATE LIMITED,

(plaats van vestiging niet bekend)

verder te noemen: VA,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Kock.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift in de hoofdzaak;

- de incidentele conclusie van gedaagde, tevens eiseres in het incident, tot zekerheidstelling;

- de conclusie van antwoord in het incident;

- de akte uitlating producties in het incident.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VORDERING EN HET VERWEER

2.1

BB vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – te verklaren voor recht dat VA aansprakelijk is voor de door haar schip [naam] veroorzaakte schade aan het schip van BB, te weten de [naam], als gevolg van een aanvaring d.d. 6 juni 2014.

Tevens verzoekt zij VA bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om deze schade, op te maken bij staat (bij conclusie van antwoord in het incident heeft zij de schade aan de hand van een taxatierapport gesteld op US$ 56.220,95, te vermeerderen met US$ 35.000,-- aan schade in de zin van inkomstenverlies, derhalve in totaal US$ 91.220,95) aan haar te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.

2.2

VA heeft gesteld dat uit het inleidend verzoekschrift blijkt dat BB vreemdeling in de zin van art. 122 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) is terwijl tussen Aruba en het land van domicilie van BB geen verdrag geldt waardoor vrijstelling van zekerheidstelling is geregeld. VA vraagt in verband daarmee BB te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de betaling van kosten, schade en intresten waartoe BB zou kunnen worden veroordeeld.

2.3

BB heeft erkend dat VA zekerheid kan vorderen en heeft daartegen geen verweer gevoerd. Zij verzoekt de zekerheid te berekenen op basis van de nader gestelde hoofdsom ad US$ 91.220,95.

3 DE BEOORDELING

in het incident

3.1

BB is een rechtspersoon naar het recht van de republiek Sao Tome e Principe en is daar gevestigd zodat deze op grond van art. 122 Rv. gehouden is zekerheid te stellen voor de betaling van kosten, schade en intrest in welke zij verwezen zouden kunnen worden.

Van een verdrag op grond waarvan zij van deze verplichting vrijgesteld zou kunnen worden is geen sprake. Niet gebleken is dat een van de overige omstandigheden als bedoeld in het tweede lid van voormeld artikel zich voordoet. Dat brengt mee dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.

3.2

Gelet op de aard en omvang van de vordering in de hoofdzaak is tarief 7 van het Liquidatietarief van toepassing, met een bedrag van Afl. 1.700,-- per punt en een maximum van 10 punten.

Het gerecht ziet geen aanleiding reeds nu met een of meer punten liquidatietarief rekening te houden wegens mogelijke getuigenverhoren, pleidooi of nadere conclusies buiten de gebruikelijke conclusies van antwoord en dupliek. Wel zal het gerecht reeds rekening houden met een extra punt voor de conclusie in dit incident en een punt voor een mogelijk te gelasten comparitie van partijen.

3.3

De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in te hoofdzaak wordt beslist.

in de hoofdzaak

3.4

De hoofdzaak zal, nadat zekerheid is gesteld, worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven.

3.5

Als niet tijdig zekerheid is gesteld zal BB in de hoofdzaak niet-ontvankelijk worden verklaard.

4 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in het incident

veroordeelt B.B. MARINE SERVICES S.A. om binnen vier weken na de datum waarop dit vonnis is gewezen zekerheid te stellen voor de betaling van de kosten, schade en intresten in welke zij behoeve van VARUN ASIA PRIVATE LIMITED kan worden veroordeeld;

bepaalt het bedrag van die zekerheid op Afl. 6.800,--;

bepaalt dat deze zekerheid middels storting van dat bedrag ter griffie van dit gerecht, dan wel middels een door een te Aruba gevestigde bank uitgegeven bankgarantie ten genoege van VARUN ASIA PRIVATE LIMITED kan worden gesteld;

bepaalt dat als zekerheid zijdens B.B. MARINE SERVICES S.A. ook kan worden volstaan met het overleggen van een persoonlijke schriftelijke garantstelling zijdens de in de kop van dit vonnis genoemde advocaat;

verstaat dat indien B.B. MARINE SERVICES S.A. niet of niet tijdig gevolg geeft aan de bevolen zekerheidstelling, VARUN ASIA PRIVATE LIMITED niet gehouden is tot het voeren van verweer en B.B. MARINE SERVICES S.A. in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard;

houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 2 november 2015 voor uitlating zekerheidstelling zijdens B.B. MARINE SERVICES S.A. (indien alsdan blijkt dat zekerheid is gesteld, zal een nadere roldatum worden bepaald voor het nemen van een conclusie van antwoord);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.