Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:423

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
16-10-2015
Datum publicatie
26-10-2015
Zaaknummer
P-2015/06321, 386 van 2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Man veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens medeplegen vuurwapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Figaroa .

De officier van justitie, mr. E.E. Lugo, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring gevorderd van de hierna te noemen inbeslaggenomen vuurwapen en de munitie en verbeurdverklaring gevorderd van de tas.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

dat hij op verschillende tijdstippen, althans enig tijdstip in of omstreeks de maand mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) vuurwapen(s), te weten:

- een pistool van het merk Lorcin, model L380 en voorzien van het serienummer 388410 en/of

- een revolver van het merk Smith & Wesson, voorzien van het serienummer c 30753,

in elk geval een (of meer) vuurwapen(s) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 icm 11 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op verschillende tijdstippen, althans enig tijdstip in of omstreeks de maand mei 2015 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een (of meer) vuurwapen(s), te weten:

- een pistool van het merk Lorcin, model L380 en voorzien van het serienummer 388410 en/of

- een revolver van het merk Smith & Wesson, voorzien van het serienummer c 30753,

in elk geval een (of meer) vuurwapen(s) als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de (navolgende) wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, nummer A-38/15 D2, in de wettelijke vorm opgemaakt op 19 juni 2015.

* Een proces-verbaal, bijlage 1, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 mei 2015 gesloten en getekend door verbalisanten Halley, Dijkhoff, Badal, Filiciana, Abdul en Stuart, respectievelijk, brigadier eerste klasse, brigadier en agenten bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aanhouding, -zakelijk weergegeven-:

Op zaterdag 9 mei 2015 dirigeerden wij ons naar [adres] alwaar een aanrijding had plaatsgevonden tussen een personenauto, Nissan Sentra met kentekennummer [autokenteken], en een bus van Arubus. Verdachte was een van de inzittenden van de personenauto en zat voorin in de auto, achter het stuur.

Aan mij, verbalisant Halley, werd door collega C.J.P. Bislip, agent in opleiding, verteld dat hij in de buurt van het ongeluk was toen dit plaats had gevonden en zodoende naar de auto met kentekennummer [autokenteken] is gegaan om hulp te bieden. Toen hij het portier aan de bestuurderszijde opende, hoorde hij de bestuurder tegen de mede inzittenden zeggen ‘om het ding te verbergen’.

Bij onderzoek aan de kleding van de medeverdachte [medeverdachte 1] werd in een zwarte tas van het merk ‘sport’ een zilver/goudkleurig revolver van het merk Smith & Wesson (registratienummer C30753) aangetroffen met één patroon kaliber .38 in de trommel. In een vakje van de tas trof ik nog twee (2) losse 9mm patronen aan.

* Een proces-verbaal, bijlage 11, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 12 mei 2015 gesloten en getekend door J.F. Dirksz en M.I. Pieters, respectievelijk, hoofdagent eerste klasse en hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

Op zaterdag 9 mei 2015 was ik samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] betrokken bij een auto ongeluk aan de [adres]. Na het ongeluk vroeg [verdachte] mij om zijn tas vast te houden. Ik kon voelen dat er iets zwaars in de tas zat. In de tas van [verdachte] werd een vuurwapen aangetroffen.

Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 25 september 2015:

Het wapen dat op 9 mei 2015 bij fouillering van medeverdachte [medeverdachte 1] in de zwarte tas werd aangetroffen is van mij. Ik heb het gekocht en had het al twee of drie maanden in mijn bezit. Soms leende ik het wapen uit aan [medeverdachte 1].

* Een proces-verbaal, bijlage 34, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 mei 2015 gesloten en getekend door R.G.L. Jansen, hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als technisch onderzoek revolver en pistool, -zakelijk weergegeven-:

Op 13 mei 2015 ontving ik in verband met de zaak Radisson één revolver, waarnaar door mij onderzoek is verricht.

Naar aanleiding van het onderzoek is het mij gebleken dat het revolver echt is. Tevens is deze voor bedreiging en afdreiging geschikt en valt daarom onder de Vuurwapenverordening.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte 1] een revolver op de openbare weg voorhanden gehad. Dit vuurwapen kon, gezien de aanwezige munitie, ook daadwerkelijk gebruikt worden. Het voorhanden hebben van vuurwapens – zeker op de openbare weg –kan gevaarlijke situaties met zich meebrengen, terwijl de aanwezigheid van vuurwapens op zichzelf al gevoelens van angst en onveiligheid opwekken. Het gerecht rekent verdachte dit handelen zwaar aan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, openheid van zaken heeft gegeven en er blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Het gerecht houdt voorts, in het voordeel van de verdachte, rekening met zijn jonge leeftijd.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen en munitie zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het tenlastegelegde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en dit voorwerpen van zodanige aard zij dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen tas van het merk ‘sport’ aan de verdachte.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:74, 1:75, 1:76, 1:224 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 397 van het Wetboek van Strafvordering.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot vier (4) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip dat de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde straf;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 16 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.