Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:344

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-09-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
AR no. 645 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel, ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, deskundige benoemt, gebruiksvergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 september 2015

Behorend bij AR no. 645 van 2014.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: “de vrouw”,

gemachtigde: mr. H.F. Falconi,

tegen:

Gedaagde

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: “de man”,

gemachtigde: mr. D.G. Kock.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende processtukken:

- het verzoekschrift, ingediend op 26 maart 2014,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek,

- de akte uitlating producties.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op (datum) 1988 in gemeenschap van goederen gehuwd, welk huwelijk werd ontbonden door inschrijving van een echtscheidingsbeschikking op (datum) 2006, waarna partijen op (datum) 2009 opnieuw in gemeenschap van goederen in het huwelijk zijn getreden, welk huwelijk werd ontbonden door inschrijving van een echtscheidingsbeschikking op (datum) 2011.

2.2

De man is voorafgaande aan zijn eerste huwelijk met de vrouw drie keer eerder gehuwd geweest:

- Op 16 december 1968 trad de man in het huwelijk met (vrouw 1), welk huwelijk werd ontbonden op 24 maart 1970;

- Op 19 december 1973 trad de man in het huwelijk met (vrouw 2), welk huwelijk werd ontbonden op 25 augustus 1978;

- Op 21 november 1978 trad de man in het huwelijk met (vrouw 3), welk huwelijk werd ontbonden op 18 mei 1983.

2.3

Tot de nog niet verdeelde ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen behoort de voormalige echtelijke woning, plaatselijk bekend als (Adres) te Aruba (hierna: de woning).

2.4

De man heeft de woning vanaf de (laatste) echtscheiding bewoond.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

De vrouw vordert, samengevat, dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

- een deskundige benoemt om de waarde van de woning vast te stellen;

- de man beveelt om de helft van de vast te stellen marktwaarde binnen twee maanden na die vaststelling aan de vrouw te betalen;

- de man veroordeelt om aan de vrouw met terugwerkende kracht een gebruiksvergoeding te betalen van Afl. 450,00 per maand;

- de man beveelt om zijn medewerking aan de verdeling te verlenen;

- een onzijdig persoon benoemt om de man te vertegenwoordigen indien hij mocht weigeren zijn medewerking aan de verdeling te verlenen;

- bepaalt dat indien de man weigert zijn medewerking aan de verdeling te verlenen, het uit te spreken vonnis de kracht heeft van een in wettige vorm opgemaakt akte;

- bepaalt dat de opgemaakte akten rechtsgeldig in het daartoe bestemde register kunnen worden ingeschreven,

kosten rechtens.

3.2

De man verzet zich niet tegen de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, maar voert onder meer het volgende aan. De woning is door de eerdere ontbonden huwelijksgoederengemeenschappen, die nog niet zijn verdeeld, niet volledig in de onderhavige gemeenschap terecht gekomen. De woning is slechts voor 1/8 deel in de gemeenschap terecht gekomen. De man schat de waarde van de woning, mede gelet op de slechte onderhoudstoestand, op Afl. 75.000,00. Er dient uitgegaan te worden van een jaarlijkse gebruiksvergoeding van 5% van de waarde van de woning, waardoor de gebruiksvergoeding Afl. 3.750,00 per jaar bedraagt. De vrouw heeft recht op 1/16 deel daarvan, hetgeen neerkomt op een bedrag van Afl. 19,53 per maand. De gebruiksvergoeding is op zijn vroegst verschuldigd vanaf 1 januari 2012. Er bestaat geen grond voor benoeming van een onzijdig persoon en de overige vorderingen.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt voor zover nodig in het hiernavolgende nader ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

De man heeft aan de hand van het in geding gebrachte bewijs van onvermogen genoegzaam aangetoond dat hij onvermogend is om de kosten van de procedure te dragen, zodat aan hem toestemming om kosteloos te procederen zal worden verleend.

4.2

Het gerecht begrijpt uit het gevoerde debat dat de vrouw verdeling vordert van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, waartegen de man zich niet verzet, en dat die gemeenschap slechts bestaat uit de woning, al dan niet voor een bepaald gedeelte. De vrouw betwist dat de woning slechts gedeeltelijk in de gemeenschap terecht is gekomen. De man heeft bloot gesteld dat de woning gedeeltelijk deel uitmaakt van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschappen uit zijn eerdere huwelijken. Om tot een verdeling te kunnen geraken, dient vast komen te staan voor welk (onverdeelde) deel de woning in de onderhavige gemeenschap terecht is gekomen. Partijen hebben het gerecht daarover onvoldoende voorgelicht.

4.3

Het ligt op de weg van de vrouw om een recent kadastraal uittreksel van de woning in het geding te brengen en zij zal daartoe bij akte in de gelegenheid worden gesteld.

4.4

De man dient zijn stelling dat de woning slechts gedeeltelijk in de onderhavige gemeenschap terecht is gekomen nader te adstrueren en zal daartoe bij akte in de gelegenheid worden gesteld. De man dient aan de hand van stukken, waaronder inzagen, notariële akten en/of verklaringen, in ieder geval nader te onderbouwen op welk moment de woning (gedeeltelijk) eigendom van de man is geworden, van welke eerdere ontbonden huwelijksgoederengemeenschappen de woning deel uitmaakt(e) en door welke oorzaken, alsmede dat nog geen boedelscheidingen van die gemeenschappen hebben plaatsgevonden.

4.5

Partijen kunnen gelijktijdig een akte nemen, waarna de zaak weer op de rol zal komen voor een gelijktijdige antwoordakte.

4.6

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende,

verleent de man toestemming om kosteloos te procederen;

verwijst de zaak naar de rol van 7 oktober 2015 voor akte zijdens beide partijen, waarna beide partijen ter rolle een antwoordakte kunnen indienen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.