Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:339

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-09-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
ARBB no. 2336 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel, handtekening deskundigenonderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 september 2014

Behorend bij ARBB no. 2336 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

bereikbaar onder telnr. ____ en email: _____,

EISERES,

hierna ook te noemen: Eiseres,

procederend in persoon,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba te,

bereikbaar onder telnr. ______ en email: _____

GEDAAGDE,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot 12 november 2014 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie na antwoord heeft plaatsgevonden op 11 december 2014, en is voortgezet op 12 januari 2015 en vervolgens op 9 februari 2015. Gedaagde is op alle comparities verschenen, Eiseres is alleen verschenen op de eerst en de laatst gehouden comparitie. Op die comparities waar partijen beiden aanwezig waren hebben zij over en weer het woord gevoerd, en hebben zij gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Eiseres vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Gedaagde veroordeelt:

-om aan Eiseres te betalen Afl. 10.000,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 27 juni 2008;

-in de proceskosten.

2.2

Gedaagde voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Eiseres verzochte.

3 DE VERDERE BEOORDELING

3.1

Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.

3.2

Krachtens rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis diende Eiseres ter zitting het origineel van het document te overleggen, en diende Gedaagde vijf originele nog voor 2 oktober 2014 van haar handtekening voorziene documenten te overleggen. Anders dan Gedaagde heeft Eiseres niet aan de aan haar gegeven opdracht voldaan. Het deskundigenonderzoek dat het Gerecht aanvankelijk voor ogen had, kan daarom met betrekking tot het document geen doorgang vinden. De deskundige kan wellicht wel vaststellen of de onder het document bevindende (niet originele) handtekening al dan niet afkomstig is van Gedaagde, maar kan bij positieve beantwoording van die vraag niet vaststellen of die handtekening daadwerkelijk door Gedaagde op het document is geschreven of dat die anderszins (op valse wijze) op het document is geplaatst. Eén en ander brengt mee dat het document vooralsnog niet kan worden beschouwd als een tussen partijen opgemaakte onderhandse akte in de zin van het derde lid van artikel 135 Rv, met als gevolg dat het document vooralsnog geen (dwingend) bewijs oplevert tussen partijen van hetgeen daarin staat vermeld.

3.3

Eiseres heeft echter ter comparitie 12 januari 2015 naar haar zeggen wel een originele door Gedaagde van een handtekening voorziene machtiging als productie overgelegd. Ook de echtheid van die handtekening en het bestaan van die machtiging heeft Gedaagde bestreden.

3.4

Blijkens de tekst van voormelde door Gedaagde bestreden machtiging (hierna: de machtiging) heeft Gedaagde haar werkgever (Bedrijf) gemachtigd om ingaande 12 augustus 2008 gedurende 18 maanden maandelijks Afl. 725,-- van haar salaris in te houden en dit bedrag ten behoeve van Eiseres uit te betalen aan (bedrijf 2).. In het hiervoor onder 3.2 besproken document wordt verwezen naar de machtiging als bijlage bij dat document. Indien komt vast te staan dat Gedaagde de machtiging wel heeft voorzien van haar handtekening, heeft te gelden dat zij haar in artikel 18c Rv neergelegde verplichting, om alle voor de door het Gerecht te nemen beslissing relevante feiten naar waarheid voor te leggen aan het Gerecht, heeft geschonden. Het Gerecht zal daaraan krachtens datzelfde artikel het hem geraden voorkomende gevolg verbinden dat het de stelling van Gedaagde, dat zij het document niet van haar handtekening heeft voorzien, niet betrouwbaar oordeelt. Vast komt dan te staan als niet betrouwbaar bestreden dat Gedaagde in elk geval

Afl. 10.000,-- opeisbaar aan Eiseres verschuldigd is uit hoofde van een tussen partijen gesloten maar door Gedaagde onbetaald gelaten koopovereenkomst met betrekking tot een auto.

3.5

Nu partijen daarmee hebben ingestemd, zal het Gerecht een deskundigenonderzoek gelasten ter beantwoording van de vraag of Gedaagde al dan niet de machtiging van haar handtekening heeft voorzien. Als deskundige zal in dat verband worden benoemd de in Nederland woonachtige en werkzame drs. P.L. Zevenbergen. Het Gerecht zal die Zevenbergen onder meer opdragen voormelde vraag te beantwoorden, en daarover gemotiveerd verslag uit te brengen aan het Gerecht en aan partijen. De deskundige heeft de doorlooptijd van onderzoek en rapportage geschat op drie maanden na ontvangst van dit vonnis en het originele vergelijkingsmateriaal. De deskundige heeft voorts de kosten van onderzoek en rapportage geschat op € 2.200,-- (exclusief B.T.W., die niet verschuldigd zal zijn omdat de dienstverlening van de deskundige het buitenland betreft, en vanuit het buitenland zal worden betaald), aangenomen dat het aan te leveren materiaal voldoet. Voorts zijn aan de verzending van het materiaal per koerier kosten verbonden (opgave DHL: Afl. 116,--).

3.6

Het Gerecht gaat er vanuit dat partijen akkoord gaan met verzending van het originele materiaal per koerier (DHL), zonder dat het Gerecht of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie instaat voor een goede verzending. Gaan partijen of één van hen hiermee niet akkoord, dan dienen zij dit onverwijld, doch uiterlijk één week na de uitspraak van dit vonnis, schriftelijk aan het Gerecht te berichten.

3.7

Aangezien Eiseres zich beroept op de echtheid van de volgens haar originele handtekening onder de machtiging en derhalve dient bewijzen dat Gedaagde de machtiging van haar handtekening heeft voorzien, zal Eiseres het (in beginsel dekkend) voorschot van de deskundige moeten voldoen en de verzendkosten van de relevante stukken naar de deskundige moeten voorschieten.

3.8

Het Gerecht heeft het document met daarop de betwiste handtekening handgeschreven genummerd als bladzijde 1. De handtekeningen waarmee die handtekening vergeleken dient te worden staan geschreven op alle volgende aan de bovenzijde handgeschreven genummerde bladzijden 2 tot en met 6, waarbij op van meerdere handtekeningen voorziene stukken telkens een met de handgeschreven pijl de te vergelijken handtekening aanwijst.

3.9

In afwachting van het deskundigenbericht en de vervolgens door partijen te nemen conclusies na deskundigenbericht (eerst Eiseres, daarna Gedaagde) zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht,

-gelast een deskundigenonderzoek;

-benoemt tot deskundige:

drs. P.L. Zevenbergen,
Adres,
Adres,
Tel: ________
e-mail: ________;

-bepaalt dat de deskundige na kennisneming van alle relevante stukken van het geding een schriftelijk en gemotiveerd bericht zal uitbrengen omtrent de volgende vragen:

-is de door Eiseres overgelegde machtiging (bladzijde 1 van het te onderzoeken materiaal) al dan niet door Gedaagde voorzien van haar handtekening?;

-hoe groot is de mate van waarschijnlijkheid dat dit wel of niet het geval is?;

-geeft de onderhavige zaak u overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen?;

-bepaalt dat de deskundige alvorens zijn bericht aan het Gerecht uit te brengen aan partijen een conceptbericht dient toe te zenden en hun de gelegenheid dient te geven tot het leveren van commentaar op dat conceptbericht, waarbij de deskundige in het definitief bericht dient in te gaan op het eventuele commentaar van partijen;

-bepaalt dat partijen aan de deskundige elke door hem verlangde medewerking zullen verlenen, ook als hij om toezending van meer vergelijkingsmateriaal verzoekt;

-bepaalt dat partijen (of één van hen) onverwijld aan het Gerecht schriftelijk moeten berichten indien zij niet akkoord gaan met het hiervoor onder 3.6 vermelde;

-bepaalt dat Eiseres uiterlijk op 7 oktober 2015 Afl. 116,-- dient te voldoen ter griffie van dit Gerecht, onder vermelding van het zaaknummer (BB 2336 van 2014) en de datum van dit vonnis, ter dekking van de kosten van verzending naar de deskundige van het vergelijkingsmateriaal per koerier (DHL);

-bepaalt dat Eiseres uiterlijk op 7 oktober 2015 tevens het door deskundige verlangde voorschot ad € 2.200,-- dient te voldoen aan de griffier van dit Gerecht onder vermelding van “rechtszaak BB 2336 van 2014” en de datum van dit vonnis;

-bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden niet hoeft aan te vangen indien het door hem verlangde voorschot niet, niet volledig of niet tijdig door Eiseres onder de griffier van dit Gerecht is gestort;

-beveelt de griffier van dit Gerecht om uiterlijk op 9 oktober 2015 de deskundige telefonisch of per email te berichten dat Eiseres al dan niet aan haar betalingsverplichting heeft voldaan, en beveelt de griffier van dit Gerecht om - zo Eiseres aan al haar betalingsverplichtingen heeft voldaan - uiterlijk op 9 oktober 2015 (1) een afschrift van dit vonnis en (2) al het originele vergelijkingsmateriaal per koerier (DHL) naar de deskundige te sturen;

-(toevoeging)bepaalt dat de deskundige uiterlijk op 27 januari 2016 (in overleg met deskundige(n) te bepalen periode, maar in beginsel niet later dan drie maanden)een schriftelijk gemotiveerd en door hem ondertekend rapport ter griffie van dit Gerecht (door verzending naar het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, J.G. Emanstraat 51, Oranjestad, Aruba) in drievoud dient neer te leggen, onder vermelding van het zaaknummer (BB 2336 van 2014), tezamen met zijn einddeclaratie;

-deelt mede aan de deskundige dat de griffier van dit Gerecht bereikbaar is via de volgende wegen: tel: **297-5265432; fax: **297-5821241; email: GEAAruba@caribjustitia.org

-houdt in afwachting van het deskundigenbericht en de vervolgens door partijen te nemen conclusies na deskundigenbericht (eerst Eiseres, daarna Gedaagde) iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.