Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2015:332

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-09-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
A.R. no. 1823 van 2013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel, regresvoering, schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 9 september 2015

Behorend bij A.R. no. 1823 van 2013

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de hoofdzaak van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna ook te noemen: Eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. R. Zwanikken,

tegen:


Gedaagde,

wonende in Aruba,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

en in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening van:

Eiseres,

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: Eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. R. Zwanikken,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba,

verweerder,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce.

1 DE PROCEDURE

in de hoofdzaak in conventie en in reconventie, en in het incident

1.1

Het verloop van de procedure tot 21 mei 2014 blijkt uit het vonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;

-de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN DE HOOFDZAAK

in conventie

2.1

Na toegelaten wijzigingen van eis vordert Eiseres dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. Gedaagde ten titel van regresvoering veroordeelt om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 101.504,09, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening;

b. Gedaagde ten titel van regresvoering veroordeelt om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 39.035,91, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening;

c. Gedaagde ten titel van regresvoering veroordeelt tot vergoeding van ¼ deel van de rente die Eiseres krachtens het vonnis van dit Gerecht van 16 oktober 2013 (in de bodemzaak met als zaaknummer A.R. 511 van 2011) heeft of zal hebben betaald (aan eisers in die zaak), op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

d. Gedaagde krachtens artikel 7A:1655 BW veroordeelt om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 122.342,60, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening;

e. Gedaagde uit hoofde van (nakoming van een) geldlening veroordeelt om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 86.545,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening;

f. Gedaagde veroordeelt in de proceskosten waaronder begrepen die van het beslag, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 15de dag na de uitspraak van dit vonnis.

2.2

Gedaagde voert verweer, en concludeert dat Eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.

in reconventie

2.3

Gedaagde vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Eiseres veroordeelt:

-tot betaling van een schadevergoeding aan Gedaagde, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 februari 2011 tot aan de algehele voldoening;

-om het ten laste van Gedaagde gelegde conservatoire beslag op te (doen) heffen binnen twee dagen na de betekening aan Eiseres van dit vonnis, en bepaalt dat Eiseres ten behoeve van Gedaagde een dwangsom verbeurt van Afl. 2.500,-- per dag dat Eiseres deze veroordeling niet nakomt;

-in de proceskosten.

2.4

Eiseres voert verweer en concludeert dat Gedaagde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte, althans tot ontzegging daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 15de dag na de uitspraak van dit vonnis.

in conventie en in reconventie

2.5

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

in de hoofdzaak in conventie

3.1

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat Eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Gedaagde wordt daarom verworpen.

3.2

Vast staat dat onder meer dat Eiseres en Gedaagde (en nog twee gedaagden) bij vonnis van dit Gerecht in kort geding van 14 december 2011 in de zaak K.G. 2700 van 2011 (hierna: het KG-vonnis) uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling bij wijze van voorschot aan Gini Studentenhuisvesting N.V. (hierna: Gini) van Afl. 399.102,35, alsmede uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk zijn veroordeeld in de proceskosten ad Afl. 6.664,--. Vast staat verder dat alleen Eiseres door Gini op de voet van het bepaalde in artikel 6:7 BW tot betaling van die veroordelingen is aangesproken, en dat Eiseres uit dien hoofde Afl. 406.016,35 heeft betaald aan Gini. Bij vonnis van het Hof in kort geding van 15 februari 2013 (naar aanleiding van het door Eiseres ingestelde hoger beroep) is het KG-vonnis bevestigd. Dat vonnis van het Hof is inmiddels onherroepelijk. Reeds uit het KG-vonnis in samenhang met het feit dat Eiseres alle daarin neergelegde veroordelingen is nagekomen en het bepaalde in artikel 6:6 BW in verbinding met 6:10 BW volgt dat Eiseres een (regres)vorderding heeft op onder meer Gedaagde ten belope van in elk geval het door Eiseres gedelgde gedeelte van voormelde veroordelingen die Gedaagde aangaan. Aldus is Gedaagde in elk geval (¼ x 406.016,35 =) Afl. 101.504,09 opeisbaar verschuldigd aan Eiseres. De vordering onder a. zal daarom worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen rechtvaardigen. De over dat bedrag gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen.

3.3.1

Vast staat voorts dat onder meer Eiseres en Gedaagde bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van dit Gerecht van 16 oktober 2013 in de bodemzaak met als zaaknummer A.R. 511 van 2011 (hierna: het AR-vonnis) hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling aan eisers in die procedure (Nicomo N.V., GIPI N.V en Gini) van Afl. 397.161,39, te vermeerderen met wettelijke rente over het openstaande saldo vanaf 1 februari 2011 tot de dag waarop het alsdan openstaande saldo geheel is voldaan en dat Eiseres bij dat vonnis voorts is veroordeeld tot betaling aan voornoemde eisers van Afl. 156.143,63 te vermeerderen met wettelijke rente over het openstaande saldo vanaf 1 februari 2011 tot de dag waarop het alsdan openstaande saldo geheel is voldaan.

3.3.2

Rechtsoverweging 2.23 van het AR-vonnis luidt: “Deze op nakoming van de overeenkomst gebaseerde vordering jegens Midas c.s. tot betaling van een bedrag van AWG 553.305,02 komt mitsdien voor toewijzing in aanmerking. Tegen de eveneens gevorderde hoofdelijkheid is geen verweer gevoerd.”, waarbij met Midas c.s. wordt bedoeld vijf gedaagden, waarvan Midas de V.O.F. betreft waarin de overige vier gedaagden, waaronder begrepen Eiseres en Gedaagde, de vennoten waren. Uit (de strekking en geest van) die overweging alsmede uit het bepaalde in artikel 14 van het Wetboek van Koophandel in verbinding met artikel 6:6 BW juncto 6:10 BW volgt dat Eiseres eveneens een regresvordering heeft op Gedaagde ter zake voormelde separate veroordeling van Eiseres tot betaling van

Afl. 156.143,63 (als zijnde een schuld van voormelde V.O.F.). Aldus is Gedaagde voorts in elk geval (¼ x 156.143,63 =) Afl. 39.035,91 opeisbaar verschuldigd aan Eiseres, indien en voor zover Eiseres krachtens bedoelde veroordeling inmiddels Afl. 156.143,63 heeft betaald aan eisers in bedoelde procedure. De vordering onder b. zal daarom en in dier voege ook worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen rechtvaardigen. De over dat bedrag gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen.

3.4

Uit voormelde rechtsoverweging van het AR-vonnis volgt verder dat Eiseres een opeisbare regresvordering heeft op Gedaagde ten belope van in elk geval ¼ deel van de wettelijke rente die Eiseres krachtens het AR-vonnis heeft betaald of zal hebben betaald. De vordering onder c. zal daarom ook worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen rechtvaardigen.

3.5

Ter zake van het onder d. gevorderde wordt het volgende overwogen. Eiseres stelt (nader) dat zij Afl. 489.370,-- heeft geïnvesteerd in de uitbreiding van het bij het complex behorende restaurant/bar, en Eiseres vordert uit dien hoofde (¼ x 489.370,-- =) Afl. 122.342,60 van Gedaagde. Die door Gedaagde bestreden stelling en vordering mist naar het oordeel voldoende grondslag. Het had te dezen met name op de weg gelegen van Eiseres om aan te geven wat er precies is gedaan in het kader van bedoelde uitbreiding, alsmede wanneer dat precies heeft plaatsgevonden en wie precies die beweerdelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd. Het in dit verband enkele verwijzen naar een hoeveelheid volstrekt onduidelijke producties heeft niet te gelden als voldoende invulling van de ook op Eiseres rustende stelplicht. Eén en ander brengt mee dat de vordering onder d. zal worden afgewezen.

3.6

Eiseres heeft onbestreden gesteld dat Gedaagde krachtens een tussen partijen gesloten overeenkomst van geldlening Afl. 86.545,-- verschuldigd is aan Eiseres. Dat brengt met zich dat de vordering onder e. zal worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de daarover gevorderde wettelijke rente, nu die vordering niet is bestreden door Gedaagde.

3.7

In de omstandigheid dat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

in de hoofdzaak in reconventie

3.8

Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat Gedaagde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Eiseres wordt daarom verworpen.

3.9

De vordering van Gedaagde tot opheffing van het bij partijen genoegzaam bekende ten laste van hem gelegde beslag zal worden afgewezen, omdat gezien de uitkomst in de conventionele procedure niet gezegd kan worden dat het ten onrechte is gelegd.

3.10

Wat betreft de vordering van Gedaagde tot vergoeding van schade uit hoofde van beweerdelijke door Eiseres op onrechtmatige wijze afgebroken onderhandelingen wordt het volgende overwogen. Het dienaangaande door Gedaagde gevoerde (en door Eiseres gemotiveerd bestreden) betoog miskent dat alleen de partij (in dit geval de AIB-bank) die zich geconfronteerd ziet met verregaande doch evenwel afgebroken onderhandelingen mogelijk een vordering heeft uit onrechtmatige daad op de wederpartij die de onderhandelingen staakte. Voor analoge toepassing van dit leerstuk op de vennoten binnen de partij waarvan wordt gesteld dat door toedoen van één van hen de andere vennoten zich geconfronteerd zagen met afgebroken onderhandelingen ziet het Gerecht geen grond. Dit klemt temeer omdat is gesteld noch gebleken dat Eiseres krachtens daartoe gemaakte afspraken tussen de vennoten of anderszins jegens haar medevennoten gehouden was om met de AIB-bank in zee te gaan. De hier besproken vordering zal worden afgewezen.

3.11

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiseres. In zijn conclusie van repliek stelt Gedaagde in de slotalinea daarvan dat bedoeld handelen of nalaten van Eiseres een miljoenenstrop betekende voor de overige vennoten, waaronder begrepen Gedaagde. Tegen die achtergrond, het gegeven dat er naast Eiseres en Gedaagde nog twee andere vennoten waren en het gegeven dat het minimale meervoud van miljoenen twee miljoen is, wordt als belang van deze reconventionele zaak (1/3 x 2.000.000,-- =) Afl. 666.666,67 in aanmerking genomen. Aldus worden de reconventionele proceskosten tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 7.600,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 9, ad Afl. 3.800,-- per punt).

in het incident voorts

3.12

Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de incidentele proceskosten gevallen aan de zijde van Gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.700,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van liquidatietarief 7).

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

in het incident

-veroordeelt Eiseres in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.700,--;

-verklaart voormelde proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak in conventie

-veroordeelt Gedaagde (ten titel van regres) om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 101.504,09, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening;

-veroordeelt Gedaagde (ten titel van regres) om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 39.035,91 te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening, indien en voor zover Eiseres krachtens bedoelde in het AR-vonnis neergelegde veroordeling inmiddels Afl. 156.143,63 heeft betaald aan eisers in de procedure die heeft geleid tot dat vonnis;

-veroordeelt Gedaagde uit hoofde van (nakoming van een) geldlening om tegen kwijting te betalen aan Eiseres Afl. 86.545,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 26 juli 2013 tot aan de algehele voldoening

-veroordeelt Gedaagde (ten titel van regres) tot vergoeding van ¼ deel van de rente die Eiseres krachtens het AR-vonnis heeft of zal hebben betaald aan eisers in de procedure die heeft geleid tot dat vonnis, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

-verklaart voormelde conventionele veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders gevorderde;

in de hoofdzaak in reconventie

-wijst af het door Gedaagde gevorderde;

-veroordeelt Gedaagde in de kosten van de reconventionele procedure gevallen aan de zijde van Eiseres, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 7.600,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 15de dag na de uitspraak van dit vonnis;

-verklaart voormelde reconventionele proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.